Drama voor de klas

'Stel je voor'', zegt dramadocente Tineke van Koppen tegen de 32 brugklassers, 'jullie hebben onverwachts vrij gekregen. Het is een prachtige zomerse dag en jullie gaan met z'n allen naar het strand.'' Een deel van de kinderen neemt op de speelvloer een houding aan die op strandplezier moet wijzen. Als Tineke van Koppen één keer in haar handen klapt en 'Tableau!'' roept blijven ze als bevroren staan. De docente richt zich tot de andere deel van de klas: 'Als conrector Jongerius nu binnen zou komen'', vraagt ze hen, 'zou hij dan meteen zien dat ze in een te gekke stemming zijn?'' Ruud heeft daar zo zijn twijfels over en de jongen naast hem vraagt zich af wat de houding van Wendy eigenlijk moet voorstellen. 'Ah joh, die schept zand, dat zie je toch!''

Even dreigt het onrustig te worden in de klas, maar Tineke van Koppen houdt de boel stevig in de hand. 'Lenny'', zegt ze streng, 'wat zijn ook alweer de regels die hier voor het publiek gelden?'' Lenny schuttert eerst even. 'Uh, uh, non-verbaal of zoiets.'' Maar dan hij herstelt zich snel. 'We moeten stil zijn, ons concentreren en de spelers niet afleiden.'' Twee meisjes richting prullebak gestuurd om hun kauwgom uit te spugen, want, zo zegt de juf, in bevroren toestand kun je toch niet kauwen.

Op het Niels Stensen College voor MAVO/HAVOen VWO in Utrecht is de invoering van de basisvorming aangegrepen om in alle zeven brugklassen met het vak drama van start te gaan. Na de eerste kunnen de leerlingen doorgaan met drama en muziek laten vallen. De echte enthousiastelingen kunnen vanaf de vierde meedraaien in de speciale theaterklassen die voorbereiden op het toelatingsexamen van de theateropleiding van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Het Stensen College heeft de afgelopen jaren een goede naam opgebouwd met zijn theater activiteiten. Conrector C. Jongerius en docent G. Reith, beide groot toneelliefhebber, stellen abonnementseries samen waardoor leerlingen voor een habbekrats naar het theater kunnen. Daarnaast worden er regelmatig produkties naar school gehaald en bestaat er een schooltoneelclub met een grote toeloop van leerlingen.

Om de invoering van het vak drama in de basisvorming een feestelijke start te geven gingen alle tweehonderd brugklassers in bussen naar het stuk 'Arthur' van theatergroep De Branding. Voorafgaande aan het theaterbezoek werd in de geschiedenislessen aandacht besteed aan de legende van Arthur en de tijd waarin deze geplaatst moet worden. In de dramalessen werd gepraat over de functie van een decor als abstractie van een werkelijkheid, over dubbelrollen, de belichting en het geluid. 'Daar moeten kinderen iets van weten, dan kijken ze heel anders naar zo'n stuk'', vindt conrector Jongerius. Voor de meeste brugklassers was dit uitstapje een eerste kennismaking met het toneel. Jongerius zag het dan ook als zijn taak om ze iets uit te leggen over theaterconventies. Dat je wel kunt lachen als het grappig is, maar niet gaat zitten praten en al helemaal geen krakende zakjes met snoep laat rond gaan. 'Je gedraagt je anders dan in de bioscoop'', zo hield hij zijn leerlingen voor, 'want toneel is live.''

Tineke van Koppen is sinds dertien jaar als docent drama verbonden aan het Niels Stensen College. Vroeger werd in de bovenbouw een uur Nederlands ingeruimd voor drama. De verhuizing van haar vak naar de basisvorming is volgens Van Koppen een prima zaak. 'Ze zijn op deze leeftijd nog speels en ze raken ook in de puberteit.'' Vooral de vormende elementen vindt Tineke Van Koppen belangrijk. De brugklassers leren ten overstaan van de groep uitdrukking geven aan hun fantasie. Ze moeten snel iets met een paar andere kinderen voorbereiden en ze krijgen altijd kijk- en luisteropdrachten. Met groepen van ruim dertig leerlingen is dat niet eenvoudig, ondervindt Tineke van Koppen. 'Ik wil dat alle kinderen zich vrij voelen om zich te manifesteren, ook de angsthazen. Daarom ben ik de eerste lessen vooral bezig geweest om afspraken met ze te maken. Hoe kijk je naar elkaar, hoe luister je, hoe gedraag je je als anderen spelen.''

Inmiddels hebben zich al verschillende tableaus op de speelvloer ontrold: een koude morgen op het perron, de pauze voorafgaand aan een heel zwaar proefwerk en - 'heftig, heftig'' - een late avond in de discotheek. Dan worden de zaken omgedraaid: de groepjes bedenken zelf een situatie en de anderen moeten raden wat ze verbeelden. Achter het gordijn dat halverwege de klas is dichtgetrokken wordt druk gegiegeld. Dan gaat het open en het publiek op de grond roept: in dienst, slagveld, geweren, oorlog, trainingskamp. 'En?'', vraagt Tineke van Koppen. Het tableau ontdooit. 'Gewoon: in het leger, en Geeske was de generaal.''

    • Michaja Langelaan