Doorbraak Ulster ook nu niet in zicht

LONDEN, 4 NOV. Premier Major ontvangt vandaag John Hume, leider van de gematigde nationalistische SDLP, in een poging een uitweg te vinden uit Noord-Ierlands aanhoudende troebelen.

Hume presenteert de Britse premier de inhoud van de principiële overeenkomst die hij bereikt heeft in besprekingen met Gerry Adams, de leider van de republikeinse partij Sinn Fen, de zusterorganisatie van de IRA. Formeel is de Britse regering van de inhoud van die overeenkomst niet op de hoogte, maar zij heeft hem al afgewezen na de IRA-aanslag van 23 oktober op de viswinkel aan Shankill Road, waarbij tien mensen in een bomexplosie het leven lieten.

De gewelddadigheden van de laatste tien dagen hebben in de Britse provincie op het eiland Ierland 25 mensenlevens geëist. Een politieke doorbraak die nationalisten en unionisten tenminste om één conferentietafel zou brengen, lijkt desondanks niet in zicht. Sir Patrick Mayhew, de Britse minister voor Noord-Ierland, zei gisteren na een ontmoeting met de minister van buitenlandse zaken van de Republiek Ierland, Dick Spring, dat ronde-tafelgesprekken op dit moment zelfs “contra-produktief” zouden zijn. De ministers vergaderden vier uur lang en voor het eerst na Springs concessie dat de toekomst van Noord-Ierland ook afhangt van de wil van de unionisten (een meerderheid) in de provincie. Maar die concessie gaat de unionisten niet ver genoeg en Sir Patrick gaf toe dat hervatting van de stukgelopen besprekingen tussen de constitutionele partijen (exclusief Sinn Fen) van een jaar geleden “niet direct in het verschiet” ligt.

Het nieuwe elan waarmee premier Major zich gezet heeft aan het vinden van een oplossing voor de eeuwige strijd in Ulster, wordt door doorgewinterde waarnemers aan weerszijden van de grens met voornamelijk scepsis gadegeslagen. Naar verluidt werkt Major aan een plan voor een rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging voor Noord-Ierland, waarin unionisten en nationalisten proportioneel vertegenwoordigd zouden zijn.

Maar nationalisten vrezen een herhaling van soortgelijke initiatieven in het begin van de jaren zeventig. In de Ulster Assembly, opgezet in 1973, maakten de unionisten op grond van hun meerderheid de dienst uit en desondanks protesteerde de unionistische vakbeweging zo overweldigend tegen de deelname van de nationalisten dat zij de provincie lamlegde door stakingen. Dat betekende meteen - dat wil zeggen na drie maanden - het einde van de proefneming. In 1974 volgde het initiatief voor de Northern Ireland Constitutional Convention, opnieuw een poging om de problemen van Ulster door dialoog tot een oplossing te brengen. Ook dit initiatief stierf een vroege dood door het uitdrukkelijk verlangen van de unionisten naar een terugkeer van majority rule, waarbij de SDLP overal buiten werd gehouden.

De unionisten/loyalisten vrezen nog steeds een “Ierse” dimensie in een proportioneel gekozen volksvertegenwoordiging voor Noord-Ierland. Gisteren al las dominee Ian Paisley, leider van de Democratische Unionisten Partij (DUP), voor het onderkomen van een potentiële volksvertegenwoordiging, Stormont Castle, een verklaring voor waarin hij de regering van de republiek verweet dat zij de huidige gevaarlijke situatie in Noord-Ierland aanwakkerde door haar blijvende bemoeizucht met “interne” aangelegenheden in Ulster.

Gematigder unionisten tonen een zekere bereidheid tot onderhandelen met John Hume, maar dan alleen op voorwaarde dat die het resultaat van zijn besprekingen met Gerry Adams afzweert. De SDLP-leider is daartoe niet bereid gebleken en houdt vol dat hij in het resultaat de beste kans voor een doorbraak naar vrede ziet, die hij in de laatste twintig jaar heeft meegemaakt. Hij heeft Major gevraagd de Adams-Hume-verklaring daarom niet bij voorbaat te verwerpen.