Denktank ziet 'zat werk' in Nederland

MAASBOMMEL, 4 NOV. De aanpak van werkgelegenheid moet anders. Niet alleen goed zorgen voor de mensen in de kaartenbakken van de arbeidsbureaus, maar er vooral voor zorgen dat ze uit die bakken komen. Met andere woorden: niet langer een werkloosheids- maar een werkgelegenheidsbeleid voeren.

De ad hoc samengestelde denktank op de plezierboot Hertog Jan II was het afgelopen dinsdag tijdens zijn vaartocht over de Maas roerend eens. En zo kwamen “los van het land” directeuren van sociale diensten, hoofden van gemeentelijke diensten personeelszaken, directeuren in het bedrijfsleven, een sociaal geograaf en een zeer bewogen verkoopster, vertegenwoordigers van het Bureau Maatwerk in Helmond en een emeritus hoogleraar in de wijsbegeerte tot aardige opzetjes voor een beter arbeidsmarktbeleid.

Ze waren bijeen op uitnodiging van de Stichting Werkgelegenheids Initiatieven (SWI) uit de regio Oss. Die stichting heeft in de afgelopen maanden bewezen dat ook langdurige werklozen weer in het arbeidsproces op te nemen: er werden er 120 geplaatst. Hetzelfde geldt voor het Bureau Maatwerk dat in Helmond sinds 1985 actief is en per jaar 300 zogenoemd moeilijk plaatsbaren aan een baan helpt.

De wijsgeer, de emeritus hoogleraar prof.dr. R.C. Kwant (75), de man die in de jaren vijftig het begrip het arbeidsbestel invoerde, zei: “In onze samenleving is het verschrikkelijk moeilijk om als werkloze je menswaardigheid overeind te houden. Je bent wat je bent door je baan. De waarde van de baan is identiek met de looncheque. Daar ligt ook de grond van de crisis waarin we terecht zijn gekomen. Iedereen wil zo duur mogelijk zijn. Er is een top die geneigd is zich te verrijken. Dat is altijd zo geweest. Dat was zo bij de stamhoofden, de feodale heren, de captains of industry. Zo zijn we collectief bezig om ons te duur te maken. Daarmee zijn we in een uitzichtsloze spiraal terechtgekomen. We zouden best de uitkering aan werk kunnen gaan besteden. Maar wie zul je dan als eerste horen schreeuwen? De vakbeweging.”

Naast de groep-Kwant deed vooral de groep-Luttikhuizen luid van zich horen. Luttikhuizen, een sociaal geograaf, had in 1984 al eens geopperd om de uitkeringen “produktief” te maken door de mensen er voor te laten werken in part-time banen. Voor dat idee had hij indertijd weinig handen op elkaar gekregen. Onlangs kwam hij er opnieuw mee op de proppen. En zo vond dit PvdA-lid - in het dagelijks leven medewerker van het Centraal Bureau voor de Statistiek - te langen leste delen van zijn plan terug in het verkiezingsprogramma van zijn partij.

Kort gezegd komt Luttikhuizens plan er op neer om mensen die langdurig werkloos zijn met behulp van hun uitkering part-time in te zetten. Een alleenstaande heeft een uitkering van 1200 gulden. Was hij in functie dan zou hij recht hebben op een netto-uurloon van 12 gulden. Zo iemand krijgt op basis van deze uitgangspunten in het plan-Luttikhuizen een baan aangeboden van 100 uur per maand of 24 uur in de week.

De mensen die Luttikhuizen op het oog heeft kunnen terecht bij de overheid, bijvoorbeeld als vervoersassistenten op bus of tram, als stadswachten om de veiligheid op straat te bevorderen, in de zorgsector waarin door de toenemende vergrijzing genoeg te doen valt. En een deel komt met een loonkostensubsidie terecht in het bedrijfsleven. Op die manier zouden in twee jaar tijd 100.000 banen kunnen worden geschapen.

Enige dwang, hoewel Luttikhuizen zei liever te spreken van “keuze”, kan daarbij geen kwaad: “Als je het niet wilt dan gaat stapsgewijs de uitkering naar beneden.” Met andere denkers op de boot was Luttikhuizen het erover eens dat “er werk zat is”. “Hulp in het onderwijs, bij het maken van huiswerk, het vergroten van de veiligheid, het milieu, de bossen en onderhouden van rioleringen”, stelde de groep-Kwant vast. Een van de leden van deze groep was de twee weken geleden wegens wat werd genoemd 'communicatieproblemen' en te 'commerciële opstelling' ontslagen directeur van het Regionaal Bestuur Arbeidsvoorziening (RBA) in Apeldoorn W. Scheerder.

Hij ging er van uit dat 50 tot 60 procent van de ingeschreven werkzoekenden wel weer betaalde arbeid in de marktsector krijgt. Voor de overigen moeten er voorzieningen worden getroffen door hen (op basis van een cao-loon) in algemene dienst te nemen bij de gemeenten of hen zogenoemd additioneel werk te laten doen. Als een voorbeeld van hoe het zou kunnen noemde de groep-Kwant de aanleg van de Betuwelijn. Daarin wil het rijk 8 tot 9 miljard investeren. Maar dan voor een bovengronds tracee. Waarom, zo vroeg Scheerder zich af, kan men de gemeenten langs de lijn niet inzetten om mee te werken aan een ondergronds tracee door uitkeringsgerechtigden er bij in te zetten? “Je activeert de baanlozen er mee. Hun uitkering is nu dood kapitaal dat hoe langer hoe doder wordt naarmate de baanloosheid langer duurt”.

Aan het einde meende de dagvoorzitter te kunnen vaststellen dat er een goede start was gemaakt door “gemotiveerde mensen met veel deskundigheid in staat waren gebleken conceptueel en praktisch te denken”. De resultaten zullen worden overgebracht aan staatssecretaris Wallage van Sociale Zaken en werkgelegenheid, die graag op de boot was geweest, maar op het laatste moment was verhinderd. Directeur W.J. Vaneker van de sector Sociale Zaken en Werk van de gemeente Oss wilde meteen al delen van de geopperde plannen gaan verwerken in een experiment. De basis daarvoor vond Vaneker vooral in de filosofie van medereiziger prof.dr. R.C. Kwant. “We moeten Kwant gaan afmaken”, sprak Vaneker.

    • Max Paumen