Deng Xiaoping: '1989' had tot burgeroorlog in China kunnen leiden

PEKING, 4 NOV. De Chinese opperste leider in ruste, de 89-jarige Deng Xiaoping, neemt in een gisteren verschenen boek voor het eerst in expliciete termen de verantwoordelijkheid op zich voor de militaire onderdrukking van de protestbeweging op 4 juni 1989.

In het Derde Deel van de Keur uit Dengs Toespraken, zoals het boek heet, is het verslag opgenomen van een ontmoeting met de Chinees-Amerikaanse Nobelprijs-winnaar T.D. Lee (Natuurkunde, 1957). Deng zei tegen Lee: “Als deze agitatoren de kans hadden gekregen om te slagen, zou het tot een burgeroorlog hebben geleid. In zo'n situatie zouden wij ook zeker hebben gewonnen, maar wie weet met wat voor prijs aan mensenlevens en gewonden. Tijdens het neerslaan van de onrust deden we ons best om het volk niet te treffen, met name de studenten. Dat was ons leidend beginsel. Als we geen resolute maatregelen hadden genomen, zouden de uiteindelijke gevolgen onvoorstelbaar zijn geweest.”

Deng voegde eraan toe dat de in juni 1989 afgezette partijleider Zhao Ziyang het regime gespleten had, maar dat hij (Deng) gelukkig zelf nog beschikbaar was om resolute actie te ondernemen. Dengs spookbeeld van een burgeroorlog achtervolgde hem al voor de golf van studentendemonstraties. Tegen de bezoekende president George Bush zei hij op 26 februari 1989 dat “stabiliteit voorrang boven alle andere problemen van China heeft ... Als de één miljard Chinezen allemaal aan meer-partijverkiezingen deelnemen, zal dat zeker in een complete burgeroorlog in de stijl van de Culturele Revolutie ontaarden. Voor een burgeroorlog heb je niet per se geweren en artillerie nodig. Vuisten en houten knuppels kunnen evenveel bloed doen vloeien.”

In totaal zijn er de afgelopen jaren 56 boeken met artikelen en redes van en over Deng verschenen. In september verscheen een boek over Dengs beginjaren als communistisch voorman, geschreven door zijn dochter Deng Rong, die sinds 1989 als zijn politiek secretaris fungeert en tijdens zijn sporadische verschijningen in het openbaar altijd achter hem loopt om alles wat gezegd wordt met luide stem en in zijn Sichuanees streekdialect vlakbij zijn bijna dove oren te herhalen.

Het jongste boek bevat een collectie van 119 toespraken over China's monumentale, redelijk succesvolle transformatie naar de markteconomie, waarvan Deng de 'hoofdarchitect' wordt genoemd. Tevens is het de meest volledige presentatie van Dengs politieke ideeën, waarom China zich geen Westerse meer-partijendemocratie kan permitteren.

Waarnemers menen dat de Deng-boeken in hun algemeenheid dienen om zijn ideeën na zijn dood te kunnen blijven propageren, maar het laatste boek is volgens ingewijden gepubliceerd met het oog op een volgende week te houden historisch plenum van het Centrale Partijcomité, dat een nieuw systematisch plan voor de versnelling van de transformatie naar de markteconomie zal aankondigen.

Het moet wat in China's ideologisch jargon heet “het denken uniformeren” en Dengs historische gelijk aantonen, zowel tegenover zijn orthodoxe marxistische opponenten als tegenover zijn ultra-liberale critici in binnen- en buitenland.

Dengs doet in het nieuwe boek ook uitspraken over de Chinees-Amerikaanse betrekkingen, die brandend actueel zijn wegens de recente Amerikaanse initiatieven om de al ruim vier jaar durende impasse in de betrekkingen te doorbreken. Tegen Nixon zei Deng in 1989 dat Amerika (opnieuw) het initiatief moet nemen in het herstel van goede betrekkingen “omdat Amerika een sterk, en China een zwak land is. China is het slachtoffer (van Amerikaanse inmenging, met name steun aan de recente democratie-beweging)”. Deng zei dat het onmogelijk was dat China Amerika om vergiffenis zou vragen. “Het doet er niets toe als jullie sancties honderd jaar duren. Het Chinese volk zal nooit bedelen om ze op te heffen. Elke Chinese leider die de fout maakt om op dit punt concessies aan Amerika te doen, zal ten val worden gebracht”, aldus Deng.

    • Willem van Kemenade