Decaan worstelt met imago

Schooldecanen moeten hun kwaliteit bewijzen door een certificaat te halen, vindt hun beroepsvereniging. Wat is er mis met de decanen en welke invloed hebben ze op de studie- of beroepskeus van hun leerlingen?

'De uiteindelijke keus wordt aan de keukentafel gedaan.'

De school is afgebrand. Ook de 'Informatheek', waar schooldecaan L. Coïni vorige week nog vol trots naar wees. Een kast vol systematisch gerangschikte brochures en tijdschriften over vervolgopleidingen. Een vuistdikke gids aan een ketting, met een overzicht van alle hoger-beroepsopleidingen. 'De bijbel van de decaan'', zegt Coïni.

Al dit informatiemateriaal is nu onbruikbaar. 'Een ramp'', meent de decaan. Vóór 1 december moeten de leerlingen in de eindexamenklassen van het Oosterlicht College in Nieuwegein een voorlopige keuze hebben gemaakt voor hun vervolgopleiding. Sonja (17) zit in vijf-HAVO en heeft nog niet gekozen. 'Ik wil iets technisch of iets met toerisme. Maar mijn moeder vindt journalistiek wel iets voor mij.''

Michael (17) weet het wel. Hij wordt piloot. 'Eerst wilde ik straaljagerpiloot worden, maar de decaan zei dat je kansen dan heel klein zijn.'' Daarom gaat hij de burgerluchtvaart in. Irene gaat naar het atheneum, want 'je moet toch wat.''

Kiezen wordt steeds belangrijker voor scholieren. Ze krijgen minder kansen om later van studie te wisselen en moeten bij hun keuze rekening houden met de krappe arbeidsmarkt. Daarmee groeit ook het belang van de decaan, die helpt bij studie- en beroepskeus. 'Vroeger was mijn devies: je doet maar wat je leuk vindt'', zegt P.T.H. Schreurs, leraar Engels en decaan aan het Ommelander college in Appingedam. 'Nu moet je ook wijzen op de kans op een baan. Je moet er wel mee uitkijken, want je kunt niet zeker zijn van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.''

Weinig van gemerkt

De eerste decaan deed in 1965 zijn intrede op school, toen de keuzes ingewikkelder werden door de Mammoetwet en vrije vakkenpakketten. Inmiddels hebben alle scholen voor voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs één of meer decanen, sinds dit schooljaar een wettelijke verplichting. Maar de kwaliteit van het decanaat kan flink verschillen.

'Van decanen heb ik op mijn school heel weinig gemerkt'', zegt Hilde Laffeber, voorzitter van het Landelijk Aktiekomitee Scholieren en zesdeklasser op het Dr. Nassau college in Assen. 'Zonder keuzebegeleiding heb ik aanvankelijk gekozen voor gymnasium bèta. In de vierde bleek dat ik dat helemaal niet kon en heb ik al mijn exacte vakken geruild voor talen. En nu ik een studie moet kiezen, heb ik ook nog geen decaan gezien.''

Zelfs op het Oosterlicht College, waar het decanaat goed ontwikkeld is met een 'informart', keuzelessen, 'snuffelstages' en een werkkamp, klagen sommige leerlingen over hun decaan. Alice (18): 'Hij verwees me naar een dik boek met zo veel verschillende studies dat ik helemaal niet meer wist wat ik moest doen.'' Jochem (17): 'Een tijdje geleden liet hij me een Beroepsinteresse-test maken. Daar kwamen uit dat ik veilingmeester kon worden - dat is zo ongeveer het láátste wat ik wil.''

Ook vanuit de universteiten klinkt kritiek. De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) vindt dat decanen te weinig naar de universiteit komen. 'Ze hebben vaak een verouderd beeld van de universiteit'', meent een woordvoerder. 'De beste methode van voorlichten is naar de campus gaan en de sfeer proeven, zowel voor leerling en decaan.''

Ook in het bedrijfsleven klinkt ontevredenheid over decanen die te weinig hun licht komen opsteken. 'Ze komen niet op bedrijfsstages af'', aldus P.A. Heij, hoofd van de afdeling arbeidsmarktverhoudingen van de werkgeversorganisatie FME. 'Decanen leren te weinig los te komen van hun eigen omgeving. Maar het is ook een lastige job.''

Coïni, die behalve leraar Nederlands en decaan bestuurslid is van de Nederlandse Vereniging van Schooldekanen, vindt de kritiek onterecht. 'We hebben nu eenmaal beperkte ruimte. Morgen zou ik naar tien verschillende open dagen kunnen, maar de leerlingen zitten met hun keuze vóór 1 december. Bovendien ben je als decaan ook bezig met emotionele zaken, soms ben je twee uur aan het praten. Als ze eenmaal beginnen, komt er van alles naar boven.'' Wel kan hij zich voorstellen dat leerlingen klagen dat hij vaag is. 'Ik ben er niet om te zeggen: dàt en dàt moet je doen. Als decaan ben je vooral bezig met het voortraject van de keuze. De uiteindelijke keuze wordt aan de keukentafel gedaan.''

Niet genoeg tijd

Decanen hebben voor hun functie gemiddeld maar 6,8 lesvrije uren per week, zo blijkt uit het vorig jaar verschenen onderzoek 'Functioneren en rendement van het schooldecanaat' van het aan de Universiteit van Amsterdam verbonden SCO Kohnstamm Instituut. 'Ze hebben te weinig tijd om hun taak naar behoren uit te voeren'', meent drs. E. Mellink, een van de onderzoekers. Uit het SCO-onderzoek blijkt dat 86 procent van de eindexamenleerlingen informatie van de decaan gebruikt. Bij de keuze voor hun vervolgopleiding praten scholieren in de eerste plaats met ouders en vrienden. Van de contacten op school neemt de decaan na de klasgenoten de belangrijkste plaats in. In waardering komt de decaan na ouders en open dagen op de derde plaats.

De Nederlandse Vereniging van Schooldecanen (NVS) erkent dat er slechte decanen zijn. 'We zijn niet tevreden van het inzicht en de kwaliteit van decanen in sommige scholen'', zegt voorzitter H.P.J. op 't Veld, al twintig jaar decaan op het Jacobus college in Enschede. Daarom wil de NVS binnenkort een systeem van certificering invoeren. Gecertificeerde decanen worden opgenomen in een landelijk register. Om het keurmerk te krijgen, moeten leraren een speciale opleiding volgen. Ze moeten bovendien, willen ze hun certificaat houden, om de vijf jaar bewijzen dat ze zich hebben bij- en nageschoold.

Een certificaat voor decanen zou niet alleen hun kwaliteit garanderen, het zou ook hun imago opvijzelen. Nog steeds kleeft aan decanen het beeld van de 'bijklussende gymleraar'. Omdat de functie van decaan nooit wettelijk erkend is, konden scholen een leraar als decaan aanstellen die nog wat lesuren nodig had. Uit het SCO-Kohnstamm rapport blijkt overigens dat dit maar bij drie procent van de decanen het geval is. Bij het merendeel (86 procent) waren motivatie, ervaring en deskundigheid de belangrijkste reden. ''Het zijn in het algemeen gemotiveerde idealisten'', meent onderzoeker Mellink.

Dat inderdaad relatief veel gymleraren decaan worden, wordt bevestigd door het onderzoek. Maar liefst achttien procent van de decanen is leraar lichamelijke oefening. De meeste decanen (38 procent) komen uit de maatschappijvakken, 37 procent geeft een taal en negentien procent een exact vak. Driekwart is meer dan vijftien jaar in het onderwijs werkzaam. Als een leraar eenmaal decaan is, blijft hij dat meestal lang: 45 procent oefent de functie meer dan tien jaar uit.

Zelfverheldering

Toch verandert er het een en ander in het beroep. Schreurs, inmiddels dertien jaar decaan aan het Ommelander college, signaleert een duidelijke ontwikkeling in zijn baan. 'Vroeger moest je de leerling bij de hand nemen en uitleggen wat het verschil was tussen een HTS en een HEAO. Nu is het meer persoonlijke begeleiding. Ze moeten over zichzelf gaan denken. Waar liggen je interesses?'' 'Zelfconcept-verheldering' heet dat in decanenjargon.

Er is nog een trend: decanen worden steeds meer 'coördinator'. Met de nieuwe wet op de basisvorming die dit jaar is ingevoerd, zijn alle leraren verplicht tijdens hun lessen informatie geven over de beroepen en de arbeidsmarkt. In plaats van zelf de voorlichting te geven, moet de decaan zorgen dat niet iedere leraar een compleet verschillend verhaal houdt. 'Als decaan moet je ervoor zorgen dat er een rode draad loopt tussen de uitleg van een leraar Frans en die van een wiskundeleraar'', zegt Coïni. 'De decaan wordt meer een tweedelijnspersoon'', voorspelt S. den Broeder van de Raad voor Studie en Beroepskeuze, die minister Ritzen vorig jaar adviseerde dat keuzebegeleiding onderdeel moest zijn van een 'brede leerlingenbegeleiding die in eerste instantie berust bij docenten en mentoren''. Mellink, van het SCO Kohnstamm Instituut: 'De decaan is een spin in het web. Hij heeft overal in de school zijn lijntjes.''

En de decaan zelf? Zij zijn het er niet mee eens dat hun decanaatsuren beter over meer leraren kan worden verdeeld. 'In de bovenbouw blijven persoonlijke gesprekken met een decaan nodig'', zegt Coïni. 'Behalve coördinator blijf ik adviseur.''

Eén ding weet hij dan ook al zeker: hij gaat een nieuwe Informart aanleggen.

Fermats bewijs voor n = 4