China en Oekraïne vormen potentiële nucleaire risico's; Doctrine geeft Russen zekerheid

Het Russische leger had dringend behoefte aan de nieuwe militaire doctrine die dinsdag officieel is vastgesteld.

In het verleden hadden de Sovjet-strijdkrachten een duidelijk doel: het verdedigen en veiligstellen van het grondgebied van de Sovjet-Unie en haar bondgenoten tegen potentiële agressie, waarbij het Westen als vijand nummer één werd beschouwd. Met het einde van de Koude Oorlog is die taak komen te vervallen. De militairen die in de Oosteuropese landen waren gelegerd keerden in groten getale terug.

Na de mislukte staatsgreep van augustus 1991 verdeelde de Sovjet-macht zich over de nieuwe republieken. Plannen voor een gezamenlijke strijdmacht van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) kwamen niet echt van de grond. En in maart 1992 besloot ook Rusland tot het opzetten van eigen zelfstandige Russische strijdkrachten op basis van een deel van de restanten van het voormalige Sovjet-leger. In juni van dit jaar werd het gezamenlijke GOS-commando officieel ontmanteld.

Niet bekend

Over de formulering van de nieuwe militaire doctrine is lang gedelibereerd. Vier weken geleden werd de tekst ervan uiteindelijk voorgelegd aan Jeltsins Veiligheidsraad, twee dagen nadat het leger zijn loyaliteit jegens de president had getoond door het halsstarrige deel van het parlement uit het Witte Huis te jagen. Jeltsin beloofde na dat beraad binnen een week een beslissing te nemen over de voorgelegde doctrine. Het feit dat dit aanzienlijk langer heeft geduurd wijst erop dat er tussen president en militaire top waarschijnlijk nog hard touwgetrokken is over de uiteindelijke tekst van het document.

Niet bekend

Veelzeggender is het feit dat Rusland zichzelf het recht toekent om als eerste gebruik te maken van kernwapens in het geval van een nucleaire dreiging. Volgens minister van defensie Gratsjov kunnen de nucleaire wapens worden gebruikt voor het geval Rusland wordt aangevallen door een land zonder kernwapens dat op zijn beurt wordt gesteund door een land dat wel over kernwapens beschikt, of door een coalitie van landen die wel beschikking heeft over kernwapens en het gemunt heeft op Rusland of op een van zijn bondgenoten.

Het is voor het eerst in meer dan tien jaar dat Moskou zich weer heeft uitsproken ten gunste van een mogelijke eerste inzet van kernwapens. In juni 1982 las de toenmalige Sovjet-minister van buitenlandse zaken Gromyko, tijdens een speciale zitting van de VN, een belofte van president Brezjnev voor dat de Sovjet-Unie nooit als eerste kernwapens zou gebruiken. Moskou had tot die tijd steeds gepleit voor een wederzijdse no-first-use verklaring, maar daar wilde de NAVO niet aan, gezien het conventionele overwicht van het Warschaupact. Het Westen wilde het kernwapen als uiterste middel nadrukkelijk achter de hand houden.

Moskou is nu teruggekomen op de tien jaar geleden uitgezette lijn. De nieuwe dreigingen waarmee Rusland nu wordt geconfronteerd zijn van geheel andere aard dan die uit het verleden, terwijl de kracht van de conventionele strijdkrachten is afgenomen. Een conflict met het Westen is zeer onwaarschijnlijk geworden. Men wordt nu geconfronteerd met bedreigingen direct aan de eigen grenzen. Sinds het voorjaar van 1993 wordt deze dreiging door minister van defensie Gratsjov omschreven als 'het zuiden', waarbij vooral gekeken wordt naar de conflicten in de Kaukasus. Dat is dan ook de reden dat het Russische leger zijn positie in het militaire district Noord-Kakausus wil versterken. Wat dat betreft heeft Moskou zich echter aan banden gelegd door het zogeheten CFE-verdrag, dat de NAVO en het voormalige Warschaupact hebben gesloten en onder andere beperkingen oplegt aan de omvang van de conventionele bewapening in dat gebied. De Russische legerleiding grote moeite heeft met de bepalingen van dit op 17 juli 1992 van kracht geworden verdrag. De NAVO voelt volstrekt niet voor substantiële wijzigingen en dat legt de bewegingsvrijheid van de strijdkrachten sterk aan banden, vindt de legertop. Bovendien willen de generaals in beginsel ook de mogelijkheid hebben om in te grijpen in het nabije buitenland, dat wil zeggen in de voormalige Sovjet-republieken die men beschouwt als behorend tot de Russische invloedssfeer, zeker als er sprake is van mogelijk bedreigde Russische minderheden in die gebieden.

Dr. J.G. Siccama van het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael noemt de nieuwe militaire doctrine “verontrustend, zeker in combinatie met het feitelijk Russische gedrag. Ik zie het als een poging om, eventueel met militaire middelen, de invloed van het oude imperium te herstellen.” Hij denkt dat de nieuwe lijn uitgelegd moeten worden als een Russische variant op de Monroe-doctrine en op termijn vooral gericht is tegen China en de Oekraïne, de twee meest directe potentiële nucleaire risico's voor Rusland. Dat zijn de twee mogendheden die zelf over kernwapens beschikken en die een bedreiging kunnen gaan vormen waarop het Russische leger voorbereid dient te zijn.

De financiële middelen voor de strijdkrachten zijn beperkt, veel geld is nodig voor de hervestiging van de militairen uit Oost-Europa, de omvang van het leger wordt beperkt en dat betekent dat Rusland in geval van een toekomstig conflict eerder gedwongen kan zijn met nucleaire wapens te dreigen. Daar komt bij - en de militaire top realiseert zich dat ter dege - dat het nucleaire deel van het Russische militaire apparaat nog intact en effectief is en het minst aangetast door de omwentelingen van de afgelopen jaren.

Op korte termijn gaat er geen directe bedreiging uit van de nieuwe militaire doctrine. Ze lijkt in eerste instantie vooral bedoeld als tegemoetkoming van president Jeltsin aan het leger. Minister van defensie Gratsjov maakte tijdens de persconferentie over de nieuwe doctrine dan ook een alleszins tevreden indruk. Maar op termijn kunnen de effecten ervan ingrijpend zijn.

    • Herman Amelink