Bedrijfsleven verlangt terug naar WIR

ROTTERDAM, 4 NOV. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft heimwee naar de WIR, de begin 1988 abrupt afgeschafte Wet investeringsregeling. Twee van de drie bedrijven zegt nog liever morgen dan vandaag de WIR of een soortgelijke regeling terug te willen.

Dit blijkt uit een enquête die het Nipo heeft gehouden in opdracht van de Orde van Nederlandse raadgevende ingenieurs (Onri). Daarbij werden topfunctionarissen van 202 bedrijven met meer dan 50 werknemers telefonisch ondervraagd. Op de vraag of de overheid weer de WIR of een soortgelijke regeling die investeringen door subsidies stimuleert moet invoeren, antwoordt 67 procent volmondig 'ja'. Hoofdargument is verhoging van het investeringsniveau. Ook klinkt door dat het stimuleren van investeringen juist nu nodig zou zijn.

De WIR werd eind februari 1988 afgeschaft omdat de kosten explosief stegen. Met de 'open-eindregeling' waren de laatste jaren miljarden guldens gemoeid. Volgens de Miljoenennota 1994 werden in 1990 “voor de laatse keer omvangrijke WIR-uitgaven gedaan”; toen 'ijlde' nog om een bedrag van 2,5 miljard gulden na. In ruil voor de WIR kwam een verlaging van de vennootschapsbelasting.

Uit de enquête blijkt verder dat 46 procent van de bedrijven voorstander is van stimulering van buitenlandse investeringen met behulp van belastingfaciliteiten die Nederlandse bedrijven niet hebben. Bovendien vindt 58 procent van de bedrijven dat de overheid Nederlandse industriële bedrijven als Fokker en Nedcar in stand behoort te houden als zij zonder die steun niet zouden kunnen overleven. Als voornaamste argumenten gelden hier het behoud van werkgelegenheid en het bewaren van traditie.

De resultaten van de Nipo/Onri-enquête werden gisteren gepresenteerd op een bijeenkomst van de Onri in Den Haag.