ARCHIEFVERNIETIGING

P.M.M. Klep, een van de historici die in 1992 het probleem van archiefvernietiging naar buiten brachten, komt in NRC Handelsblad van 28 oktober tot een voorzichtige conclusie.

Zijn oplossing is klassiek: meer regels. Alleen meer regels, hoe nuttig en belangrijk ook, leveren echter geen betere archieven op. Het probleem ligt ook in de uitvoering. Cultuur en historie zijn zo sterk door het archief heen verweven dat behalve consensus over wat 'historie' is, een selecteur welhaast een metafysisch inzicht in deze materie moet hebben om tot juiste beslissingen te komen. Bovendien lag informatieanalyse al ten grondslag aan de vernietigingslijsten en wijst de praktijk uit, dat veel overheidsinstellingen met dezelfde taken en bevoegdheden onderling grote verschillen vertonen in de werkelijke aanwezigheid van archiefbescheiden die van historisch en cultureel belang kunnen zijn.

Oplossingen moeten ook worden gezocht bij de dagelijks uitvoerende praktijk, de selecteurs. In plaats van andere instructies ware het beter eerst waarden te formuleren die onderling geen hiërarchische verhouding hebben en deze onder te brengen in een gedragscode voor de selecteurs. In de praktijk kan deze code dan naar behoefte worden ingevuld met procedures hoe de selecteurs moeten handelen met het te bewerken archief. Aan deze gedragscode dienen selecteurs hun selectie te toetsen zodat zij zelf het werkelijke eindresultaat bepalen binnen de verantwoordelijkheid van wetgeving (vernietigingslijsten ect.) en de gedragscode. Immers, zij zullen de waarden moeten toepassen.

Dit legt een zware last op de verantwoordelijkheid van de selecteurs die een zodanig wereldbeeld zullen moeten bezitten dat ze zicht op het geheel hebben en een zodanig innerlijke geesteshouding moeten hebben (gevoel voor historie en cultuur naast administratieve waarden) dat we, als die voorwaarden gegeven zijn, dan zullen moeten kunnen vertrouwen op de uitkomst van het selectiewerk.

    • J. van Barneveld