Vrouwenpolder

We lopen in een ommezien door onze dagen heen. Om negen uur, als we vertrekken, heb je de bleekheid van de ochtend nog, en om een uur of vijf, bij onze aankomst, krijg je het donker van de avond al.

Vandaag van Zoutelande naar Vrouwenpolder, de hele punt van Walcheren - Westerschelde, Noordzee, Oosterschelde. Veel water dus. Veel hemel, wolken, strand. Maar ook door bossen aan het binnenduin, waar het prikkelend naar rotting ruikt. En ook dwars door een polder heen, waar juist de laatste suikerbieten worden weggehaald.

Bij Westkapelle: dat dit landschap nog karakter heeft.

Bij Domburg: dat alles wat karakter heeft wordt bedolven onder vrijetijdsbesteding; je ziet er niets dan wandelen en fietsen, joggen en vissen, jawel, er wordt zelfs golf gespeeld - de Efteling is overal.

Waar zagen we die dodaarsjes ook weer? En waar die sperwertjes? Waar hing dat wazige oranje van duizenden duindoornbessen? Waar hebben we gezeten en gegeten? Wat deed ons denken aan dat hondje in Pompeï? Dat hondje was bedekt met schurft. Hij kon nog blaffen; lopen ging al amper meer. Hij leefde in een ton. Er werd hem water en wat brood gebracht. Want niet alle mensen zijn slecht. Of niet alle slechte mensen zijn altijd slecht.

Afijn, in Vrouwenpolder naar de supermarkt. Pleisters, zalfjes en verband.

    • Koos van Zomeren