Vereniging grote scholen blij met extra geld Ritzen

Minister Ritzen stelt volgend jaar 30 miljoen extra ter beschikking voor de huisvesting van brede scholengemeenschappen. Eindelijk goed nieuws voor de grote scholen, vindt hun jonge belangenvereniging.

WINSCHOTEN, 3 NOV. Directeur Bert Zweers krijgt van ouders nog wel eens verbaasde reacties op de studieuze stilte in zijn schoolgebouw. “Zo'n ouder zegt dan: wat is het hier rustig, zo weinig lawaai. Dat kán toch helemaal niet in een grote school?” Hij wil maar zeggen dat de vooroordelen over grote scholen - massaal, anoniem, lawaaiig - nog lang niet zijn verdwenen.

Zweers is directeur van het Dollard College in Winschoten, een uit fusies geboren 'brede scholengemeenschap' voor voorbereidend beroepsonderwijs, MAVO, HAVO en VWO, met ongeveer 2.500 leerlingen. In zijn vrije tijd is hij voorzitter van de in februari opgerichte Belangenvereniging Brede Scholengemeenschappen, die gisteren haar eerste conferentie hield in Assen. Minister Ritzen maakte daar bekend dat de brede scholen volgend jaar 30 miljoen krijgen om hun huisvesting te verbeteren. Zweers noemt dat “een prettige verrassing”. Scholen kunnen per stuk een half miljoen subsidie vragen voor wat 'kleine huisvestingsvoorzieningen'. Volgens Zweers hebben “bijna alle” brede scholengemeenschappen een aanvraag ingediend. “Dat is ook niet zo gek. Ik ken scholen waar door bezuinigingen al tien jaar niks meer aan het gebouw is gedaan, tot en met de kozijnen toe.”

De 'opsteker' van Ritzen is meer dan welkom bij de brede scholengemeenschappen. Want het ministerie is weliswaar voorstander van de vorming van brede scholen, maar volgens Zweers en de zijnen werkt veel beleid nog altijd juist in het voordeel van kleine scholen. In Assen sprak Zweers gisteren zelfs van “oneigenlijke concurrentieverhoudingen”. “De ingewikkelde regelingen voor personele en materiële kosten - een basisbedrag plus geld per leerling - zijn gunstiger voor kleine dan grote scholen. Je krijgt bijvoorbeeld pas direct vervanging als een bepaald percentage van je ondersteunend en directie-personeel ziek is; daar komt een kleine school dus veel eerder aan dan wij.” Die regeling wil Zweers binnenkort ter discussie stellen bij het Vervangingsfonds waar de scholen een beroep op moeten doen.

Zweers' belangenvereniging - waarvan 65 van de huidige 101 brede scholengemeenschappen lid zijn - stelt zich vooral ten doel contacten te onderhouden met het ministerie, problemen van de leden te inventariseren, onderwijskundige vernieuwingen te stimuleren en, niet in de laatste plaats, het negatieve imago van de 'leerfabrieken' bij te stellen. “Het beeld van een brede school als eenheidsworst of leerfabriek is ten enenmale onjuist”, zegt Zweers. Hij somt de voordelen van brede scholen nog eens op: “Wij zijn in staat leerlingen intern door te verwijzen naar een geschikt onderwijstype. Als bij mij een MAVO-leerling naar het beroepsonderwijs gaat, kost mij dat niks. Een kleine school zal proberen zo'n leerling binnen te houden, want daar kost zijn vertrek wèl geld.”

De opkomst van brede scholengemeenschappen, verwacht Zweers, zal daarom “een belangrijk inverdien-effect” betekenen voor het ministerie. Een ander voordeel van brede scholen is de grotere slagkracht van een schoolbestuur in een tijd waarin de rijksoverheid ook op onderwijsgebied steeds meer taken afstoot. “Je moet groot zijn om je staande te houden, zeker wanneer je zelf verantwoordelijk wordt voor je financiën en personeelsbeleid.” Hij is dan ook tevreden dat in de recente cao voor het onderwijs is afgesproken dat leraren in dienst komen van een schoolbestuur - dat verschillende scholen kan hebben - en niet meer van de individuele school. “Het was vanuit het management gezien toch te gek dat je een met ontslag bedreigde leraar niet zonder meer kon verschuiven naar een school waar een baan vrij was?”

Uit cijfers die het ministerie van onderwijs gisteren bekendmaakte blijkt dat er stevig tempo zit in het fusieproces in het voortgezet onderwijs. Verwacht wordt dat het aantal scholen zal dalen van 1.260 in 1993 naar ongeveer 1.050 in 1994. Tweederde van de 116 fusieaanvragen voor 1994 is gericht op de vorming of uitbreiding van een brede scholengemeenschap. Door de nieuwe fusies zal het aantal brede scholengemeenschappen waarschijnlijk al volgend jaar toenemen tot 150, verwacht het ministerie.

De belangrijkste aanzet tot die fusies werd gegeven door de verhoogde opheffingsnorm van de overheid: scholen moeten tegenwoordig ten minste 240 leerlingen hebben. “En dan gaan scholen liever samen dan dat ze worden opgeheven”, stelt Zweers vast. “In de Randstad zie je nog veel concurrentie tussen een groot aantal kleine scholen, maar in het Noorden is zo'n beetje iedereen aan het fuseren. Hier in Groningen is het bijna op.”