Openbreken CAO's brengt vakbonden in lastig parket

AMSTERDAM, 3 NOV. Voor de tweede achtereenvolgende keer doen de vakcentrales een dringend beroep op hun aangesloten bonden om lopende collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) open te breken. Vorig jaar kwam er vrijwel niets van terecht. De vraag is of een soortgelijke aanbeveling, die deel uitmaakt van het sociaal akkoord waaraan dezer dagen de laatste hand wordt gelegd, dit keer meer kans op succes maakt.

De voortekenen zijn niet onverdeeld gunstig. De meeste bonden voelen nog steeds niets voor het openbreken van CAO's, ook al wordt dat door de vakcentrale-voorzitters Stekelenburg (FNV) en Westerlaken (CNV) nog zo dringend aanbevolen. 'Contract is contract', vinden de bonden en de werkgeversorganisaties denken daar doorgaans niet veel anders over.

Het gaat om een dertigtal contracten die doorlopen tot 1995. Er vallen ongeveer anderhalf miljoen werknemers in het bedrijfsleven onder. De gemiddelde loonstijging van deze contracten is volgend jaar 1,8 procent, maar de verschillen per branche of onderneming zijn groot. Zo 'krijgen' de 270.000 werknemers in de metaalnijverheid er nul procent bij, terwijl de 16.000 personeelsleden in de meubelindustrie een loonsverhoging van 2,8 procent tegemoet kunnen zien.

Een aantal vakbonden ziet het overleg tussen vakcentrales en centrale werkgeversorganisaties deze dagen met lede ogen aan. Na veel gekrakeel over de reparatie van de verlaagde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid (WAO) sloten de bonden dit voorjaar CAO's voor twee jaar af. De oproep om deze contracten “tegen het licht te houden”, komt voor hen ongelegen.

Na een zomer vol acties hebben de ambtenaren ook CAO's afgesloten die pas in 1995 eindigen. De PTT heeft zijn 100.000 werknemers volgend jaar een loonsverhoging van 2,5 procent beloofd. Veel aanleiding om deze contracten open te breken, ziet de ambtenarenbond AbvaKabo niet. “Zowel in goede als slechte tijden houden wij ons aan de afspraken.”

Voor de 180.000 werknemers in de bouwnijverheid hebben de bonden en de werkgevers een CAO voor twee jaar afgesloten. Bovenop de prijscompensatie krijgen de bouwvakkers er volgend jaar 0,5 procent loon bij. Het openbreken van deze CAO stuit op grote weerstand van de leden. Voorzitter R. de Vries van de Bouw- en Houtbond FNV is zich hiervan terdege bewust. De afgelopen weken werd hij niet moe te herhalen dat hij zich tegen het openbreken van CAO's zou verzetten. Een loonmaatregel van minster De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) zou zijn bond bij de rechter aanvechten. Maar nadat zijn leden maandag jongstleden akkoord zijn gegaan met het arbeidsvoorwaardenbeleid voor 1994 matigt De Vries zijn verzet. Over het openbreken van CAO's doet hij sinds vanochtend geen mededelingen meer. “Het bestuur van de Bouw- en Houtbond zal zich daar aanstaande vrijdag over beraden.”

Ook voor de 150.000 werknemers in de schoonmaaksector is een CAO afgesloten die in 1995 eindigt. De schoonmakers ontvangen per 1 januari 1994 1,75 procent loon. Openbreken is niet aan de orde, beklemtoont de Industriebond FNV. “Alleen in uitzonderingsgevallen wijken we daar vanaf.” In de visie van de industriebond valt de schoonmaak duidelijk niet onder de uitzonderingen: de sector groeit en de werknemers zouden bovendien nog achterstand hebben in te halen.

In de horeca ontvangen de 150.000 werknemers volgend jaar prijscompensatie. “Er is dus geen sprake van loonsverhoging”, zegt een woordvoerder triomfantelijk. Het openbreken van de CAO voor de horeca is ook hier voorlopig niet aan de orde.

Het dilemma voor de bonden is is al deze gevallen duidelijk: vasthouden aan de afgesloten CAO's, of hun voorzitters andermaal een blauwtje laten lopen.

    • Yaël Vinckx