Mexicaanse kunstenaars en kunstenaressen in Vlaanderen; Stoere barensnood en kauwgom

Tentoonstellingen 'De Mexicaanse Muralisten', Museum voor Schone Kunsten, Gent t/m 11 dec. Di t/m zo 9.30-17u. 'Hedendaagse Kunst uit Mexico', Provinciaal Museum voor Moderne Kunst, Oostende t/m 5 dec. wo t/m zo 10-18u. 'Door Vrouwen Bekeken', Musee d'Art Moderne, Luik t/m 30 nov. Dagelijks 13-18u, wo van 13-21u, zo 11-16.30 maandags gesloten.

De Mexicaanse schilders van het 'muralisme' hebben behoorlijk wat afgeschilderd. Alleen al het oeuvre van Jose Clemente Orozco (1883-1949), Diego Rivera (1886-1957) en David Alfaro Siqueiros (1896-1974) - ook wel de Drie Groten genoemd - zou uitgestreken over de Chinese muur een biesje van een centimeter breed opleveren.

De organisatoren van de tentoonstelling Mexicaanse Muralisten, die te zien is in het Museum voor Schone Kunsten in Gent, moesten zich wat de muurkunst betreft behelpen met grote kleurenfoto's en een enkele reconstructie. Het gemis aan orginele muurkunst wordt op de tentoonstelling ruimschoots goedgemaakt door een omvangrijke presentatie van schilderijen, tekeningen en grafiek die nauw met de muurkunst verwant is. De gecompliceerde politieke en artistieke achtergronden van Orozco, Rivera en Siqueiros, die ondanks veel verschillen met elkaar gemeen hebben dat ze probeerden de pre-koloniale tijd te verenigen met de moderne wereld, komen uitvoerig aan bod in een informatieve catalogus.

Net als hun expressief weergegeven sociaal-realisme - gewapende rebellen met sombreros, gespierde Indianen, stakende arbeiders en decadente bourgeoisie - verwerkt in imposante collage-achtige taferelen, die meestal in opdracht van de overheid in openbare gebouwen werd uitgevoerd, waren hun manifesten en uitspraken niet mis. Maar dat is na bijna een eeuw onafhankelijkheid vol burgeroorlog, inbegrepen de opstand van 1910-1915 tegen dictator Porfirio Diaz, wel begrijpelijk.

Orozco getuigde in zijn persoonlijk getint expressionisme, dat soms aan El Greco doet denken, nog het minst van een ideologie. Siqueros, de 'hardliner' onder de muralisten - ooit zat hij gevangen voor een mislukte moordaanslag op Trotski - schreef in een manifest: “Wij scheppers van de schoonheid verklaren, in deze overgangsperiode tussen de vervallen en de nieuwe orde, alles in het werk te zullen stellen om de kunst een ideologische waarde te verlenen, opdat zij, in plaats van individualistische zelfbevrediging, een kunst zal zijn voor iedereen, gericht op opvoeding en strijd.”

Hij schilderde met ongegeneerd gemak en demonstreerde breeduit zijn virtuositeit in parmantige streken op doeken als Geboorte van het fascisme(1934) - een zinkend schip in zwaar weer en een blonde, barende vrouw op een vlot - en Het Kolonelschap, een zelfportret met een Ceasar-achtige kop en een gespierde arm met een geweldige vuist die dwars door het doek lijkt te scheuren, richting kijker. Het afschudden van de 'individualistische zelfbevrediging' is hem op z'n zachtst gezegd niet helemaal gelukt. Vooral in zijn latere werk toont Siqueiros zich een ongelofelijke ijdeltuit.

Rivera's stijl is aanmerkelijk ingetogener. In de verte doen zijn doeken soms aan Gauguin denken. Het kubisme waartoe hij zich eerder bekeerde, bleek ongeschikt voor de grote missie op de muur. In 1934 kreeg hij opdracht voor een wandschildering in de Radio City Music Hall in het Rockefeller Center in New York. Met een totale oppervlakte van zo'n honderd vierkante meter maakte hij een fresco die hij de titel De mens, heerser over de wereld gaf. Een blauwogige blonde held in overall trekt aan een hendel van een raadselachtige machine terwijl om hem heen alles in het teken staat van oorlog, staking, rode vlag, sport en spel. Ook Lenin doet mee in dit dynamische spektakel. Als een gebedsgenezer houdt hij zijn handen op het hoofd van iemand uit de massa. Het zal niemand verbazen dat deze wandschildering vrij snel na voltooiïng is vernield. Later zou Rivera een replica maken voor het Museo del Palacio de Bellas Artes in Mexico. Na de oorlog maakte hij voor het Hotel del Prado een ontspannen en vrolijk onbevangen ogend fresco onder de titel Zondagsdromerij in het Alameda-park. Ballonnen, een beroemde hoer, een zakkenroller, respectabele burgers en Rivera's vrouw Frida Kahlo figureren op een amusant groepsportret.

Waar de heren muralisten zich concentreerden op hun grote taak in het grote formaat, richtten de vrouwen zich, zo blijkt uit de tentoonstelling Door Vrouwen Bekeken in Luik, op het kleine menselijke drama. Kahlo is daar vanzelfsprekend present met een doek van twee vrouwelijke naakten die bij elkaar vertroosting zoeken op de grens tussen jungle en woestijn, terwijl een aapje toekijkt. Mexico beschikt over meer eigenzinnige talenten dan Kahlo alleen, blijkt uit deze tentoonstelling waaraan 22 twintigste-eeuwse kunstenaressen deelnemen - van Tina Modotti (1896-1942) tot Laura Anderson (1958). Van Leonora Carrington (1917) hangen er enkele prachtige surrealistische schilderijen en van de jongere generatie mag Elena Climent niet onvermeld blijven. Climent schildert met veel aandacht en liefde geëtaleerde kruidenierswaren waarin vooral de combinatie van voorwerpen pöetische beelden oplevert: pakjes kauwgom, rolletjes Mentos, beertjes met hartjes, lippenstiften en onbespeelde cassettes.

Zo sterk als Climents doeken je naar Mexico voeren, zo saai en vol artistieke pretenties is de tentoonstelling over Mexicaanse hedendaagse kunst in het Museum voor Moderne Kunst in Oostende. Van de bijna veertig, meest mannelijke schilders is maar een enkeling, bijvoorbeeld de reeds bekende Julio Galan het aanzien waard. Zijn aan Kahlo verwante introverte doeken hangen eenzaam en verloren tussen de kitscherige signaturen in zilveren en gouden lijsten.

    • Mark Peeters