Lubbers: kosten uitgangspunt gezondheidszorg

DEN HAAG, 3 NOV. Voor het gebruik van de gezondheidszorg moet gewoon worden betaald. Pas als de kosten van een behandeling niet meer door iemand kunnen worden opgebracht, kan een beroep worden gedaan op de solidariteit van anderen.

Dit moet volgens premier Lubbers het uitgangspunt worden voor de financiering van de gezondheidszorg. “Jongere en gezonde mensen betalen dan minder dan ouderen en degenen die bijvoorbeeld veel medicijnen gebruiken.”

Lubbers zei dit gisteren tijdens een 'nationaal debat' dat de Nederlandse Zorgfederatie gisteren in Den Haag hield over het rapport 'Gezondheidszorg in tel', dat een commissie onder leiding van prof. dr. A. van der Zwan in september publiceerde. Uit dit rapport blijkt dat, na de sterke stijging van de uitgaven voor de gezondheidszorg in de jaren zestig en zeventig, in de jaren tachtig de produktiviteit in de sector behoorlijk is gestegen. De uitgaven voor de Nederlandse gezondheidszorg liggen op ongeveer hetzelfde niveau als in de omringende landen. Maar Nederland telt twee tot vijf procent minder, in de gezondheidszorg 'dure', oudere inwoners dan die landen.

Volgens de commissie is de gezondheidssector een belangrijke en gezonde sector in de Nederlandse economie. Maar zij vindt wel dat de noodzakelijke beheersing van de uitgaven niet alleen door maatregelen aan de aanbodzijde maar ook door inperking van de vraag moet worden gerealiseerd.

De minister-president erkende dat hij twee keer instrumenten heeft gebruikt om de kostenstijgingen in de gezondheidszorg te beheersen en de ontwikkeling van de sector te sturen die uiteindelijk niet bleken te voldoen. In de jaren zeventig steunde hij de gedachte dat de overheid dit kon door het stellen van regels “maar dat middel bleek uiteindelijk onvoldoende werkzaam”. En later, in de jaren tachtig was er het uitgangspunt, door een commissie onder leiding van de oud-Pilips-topman W. Dekker ontwikkeld, dat marktwerking voor voldoende regulering en kostenbeheersing zou zorgen. “Ik heb mij daar indertijd achter geplaatst. Maar nu moeten we zeggen dat we aan een zekere overmoed leden waardoor we naar de andere kant doorschoten”, zo zei Lubbers gisteren.

Lubbers nam daarmee, zonder dat met zoveel woorden te zeggen, afstand van het plan dat staatssecretaris Simons in 1990 ontwikkelde op basis van het rapport van Dekker. Wel hebben volgens hem de discussies over het stelsel 'nuttige dingen' opgeleverd. Zo zijn de omvang van het basispakket en het vragen van eigen bijdragen nu onderwerpen waarover open kan worden gediscussieerd.

De Amsterdamse econoom prof. dr. F. van der Ploeg hekelde de door Lubbers onderschreven conclusie van de de Commissie-Van der Zwan dat de gezondheidszorg een redelijk gezonde sector binnen de Nederlandse economie is. “Het rapport straalt zelfgenoegzaamheid uit zonder dat duidelijk is waarop die is gebaseerd. In elk geval niet op onderzoek naar de essentiële vraag of het geld dat in de gezondheidszorg wordt gestoken ook goed wordt besteed en er misschien niet veel meer met hetzelfde geld zou kunnen worden gedaan.” Volgens Van der Ploeg roept de gezondheidszorg zelf de vraag naar consumptie op en hebben de aanbieders een monopoliepositie en is er sprake van kartelvorming. Zo behoren de prijzen die de industrie voor de medicijnen vraagt tot de hoogste in Europa. De gezondheidszorg kan volgens Van der Ploeg niet zonder blijvende bemoeienis van de overheid. Hij pleitte er ook voor om medische behandelingen en apparatuur aan dezelfde toelatingsprocedure, waarbij onder meer wordt getoetst op werkzaamheid, te onderwerpen als medicijnen.