Je hoeft geen piloot te zijn

In de International Herald Tribune van gisteren staat een advertentie die misschien meer dan grote gebeurtenissen duidelijk maakt hoe groot het tekort aan onze politieke verbeeldingskracht is.

“Fly a MiG-29 at Mach 2.5 In Moscow”. In het vervolg wordt bekendgemaakt dat 'de Russische lucht- en ruimtevaartindustrie een beperkt aanbod doet om een vlucht te maken met de meest geavanceerde toestellen die de bewapeningswedloop heeft voortgebracht'. En verder: “You need not be a pilot. Accompanied by a top Russian test pilot you will take the controls of a legendary supersonic fighter with a flight plan you help design.” Zesduizend dollar; fax en telefoonnummer staan erbij.

“Wie had dat kunnen voorzien?” Dat is de vraag die omstreeks deze tijd vier jaar geleden de standaardvraag van de internationale politiek is geworden. De val van de Muur - op de manier zoals het is gebeurd - is door niemand voorzien en daarna zijn er niet veel grote gebeurtenissen meer geweest waarop de politieke leiders van het Westen zich enigszins hadden voorbereid. De privatisering van een Mig-29 of 31, vliegtuigen die de westelijke hoofdkwartieren vier jaar geleden met diep zorg vervulden, kunnen we binnen ons verrassingspakket nog rekenen tot de, positieve, enigszins komische bewijzen dat de Koude Oorlog is afgelopen. Een militair geheim dat nagejaagd werd door de voorhoede der westelijke spionnen is een openbaar verzetje van zesduizend dollar geworden. Het moedigt de verbeeldingskracht aan: wat zal de volgende advertentie zijn? Explode your own nuke. Klein kernwapen ter ontploffing aangeboden op proefterrein in Kazachstan. You need not be a general. Zo absurd is dat niet eens. Een paar weken geleden werd bekend dat de deskundige bommentellers zich hadden vergist, en dat de Sovjet-Unie niet ongeveer 20.000 maar tenminste 45.000 kernkoppen heeft nagelaten. Begin vorig jaar meldde U.S. News and World Report dat er een paar zoek waren. Daarover is niets meer vernomen, maar wel weten we dat de kring van begerige klanten groeit.

Is dat absurd alarmisme? De stroom van minder gevaarlijk materiaal uit de arsenalen van de voormalige tegenstanders vloeit vrijwel onopgemerkt naar de 'kleine belligerenten' (of partijen die dat misschien zullen worden) in andere delen van Europa, Azië en Latijns Amerika. Zelfs Griekenland en Turkije hebben zich de afgelopen jaren van een grote voorraad zo goed als nieuwe dumpgoederen voorzien, dit 'ter verdediging van de Zuidflank'. Veel is tot schroot verwerkt, maar veel te veel als bruikbaar wapentuig naar onbekende bestemming verdwenen.

Toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel, voorspelden pessimisten dat dit het begin zou zijn van een volksverhuizing; niet van grote verplaatsingen zoals in de vroege Middeleeuwen of aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar een geleidelijke stroom van migranten naar het welvarende deel van Europa. Het zou meer een 'volksosmose' worden. Die voorspelling is intussen ruimschoots bewaarheid. De geleidelijke ontdekking van deze massale beweging heeft in alle Westeuropese landen een verwarring veroorzaakt die haar hoogtepunt nog niet heeft bereikt. Zoals in Duitsland wordt nu bij ons het debat gevoerd over de vraag of 'het land vol is', over een 'scherper toelatingsbeleid' en of we 'de grenzen moeten sluiten'.

De kern van het probleem wordt daarmee niet geraakt, want wat het einde van dit debat ook zal zijn, de oorzaak wordt er niet mee opgelost. West-Europa in zijn geheel blijft immigratiegebied voor Oost-Europa en Afrika, zoals de Verenigde Staten dat blijven voor Mexico en de rest van Midden- en Latijns- Amerika. Daarin zal geen verandering komen zolang het Westen denkt dat het zich in zijn relatieve welvaart kan isoleren terwijl het met halve en incidentele maatregelen de werkelijke oorzaak van de migratie bestrijdt. Al wordt er weer een Muur gebouwd, zoals Pat Buchanan dat voor Amerika heeft geopperd, de migranten blijven komen. Het is geen vraagstuk dat in een verkiezingsstrijd, met debatten in plaatselijke zaaltjes kan worden opgelost; het is, wat men in onze eufemistentaal noemt een 'structureel probleem'.

Hetzelfde geldt voor de werkloosheid, niet alleen in Nederland maar in het hele Westen. De fluctuaties in de economie hebben een marginale invloed op het aantal werkenden en hun inkomen maar de 'structuur' wordt er niet door veranderd. Die verandert eerder zichzelf waardoor het aantal arbeidsplaatsen gestaag vermindert zonder dat er van een crisis in klassieke zin sprake is. Met andere woorden: de structurele ontwikkeling in het Europese Oosten (op zijn best die van een overgangstijd waarin men hoopt dat de vrije markt de oplossing zal brengen, en op zijn slechtst een reeks burgeroorlogen, óók tussen de burgerlijke orde en de expanderende maffia) en de structurele ontwikkelingen in het Westen zijn de oorzaak van een botsing. Het is geen beweging die plotseling is begonnen maar een langzaam proces dat verloopt als een sterk vertraagde film waarvan we nu de eerste reeksen beelden zien.

'Wie had dat kunnen voorzien?' Dat we voor zesduizend dollar in een MiG kunnen vliegen en dat we tentenkampen bouwen voor Bosnische vluchtelingen in wier hotels we vier jaar geleden veertien dagen gingen logeren? Er waren ook toen wel mensen met verbeeldingskracht: de Amerikaanse econoom Marshall Goldman bijvoorbeeld, of zijn Poolse collega Bodnar die voorspelde dat er 'een tijdperk van binnenlandse politiek' zou aanbreken en dat men daar nog met spijt op zou terugzien. Er is niet zozeer gebrek aan verbeeldingskracht als wel de moed om datgene te ondernemen wat de verbeeldingskracht voorschrijft. Dat is de crisis die we nu beleven; de crisis die heel anders is, maar die ook iedere dag meer doet herinneren aan de vorige, van het interbellum.

    • H.J.A. Hofland