In belang van onderzoek; Grote fracties zwijgzaam over infiltratiepoging

DEN HAAG, 3 NOV. De Kamercommissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ziet geen reden om meer informatie openbaar te maken over infiltratiepogingen door criminele organisaties in de lokale en landelijke politiek. Er heeft wel een infiltratie-risico bij een grote politieke groepering bestaan, maar dat gevaar is geweken.

Dat is het enige dat commissie-voorzitter Brinkman gisteravond kwijt wilde na afloop van een besloten overleg van de fractievoorzitters van CDA, PvdA, VVD en D66 met de ministers Dales (binnenlandse zaken) en Hirsch Ballin (justitie). Brinkman wil in het belang van het justitieel onderzoek geen antwoord geven op de vraag welke politieke partij op landelijk niveau het slachtoffer was van de infiltratiepoging. De partij zelf is wel op de hoogte gesteld.

Commissie, ministers en BVD kwamen gisteravond bijeen op verzoek van Tweede Kamervoorzitter Deetman om zich over dit vraagstuk te buigen. Deetman zou volgens een woordvoerder vanmiddag pas reageren op de conclusies van de commissie.

In een brief aan de commissie wees Deetman gisteren op het gevaar dat burgers met politieke ambities slachtoffer kunnen worden van verdenking van criminele contacten. Zij kunnen zich immers niet verweren omdat zij zelf niet van die verdenking op de hoogte worden gebracht. Deetman: “Er is dan het risico dat burgers worden afgehouden van het bekleden van publieke en bestuurlijke functies en ambten zonder dat enige externe instantie de gegrondheid daarvan kan toetsen”. De Kamervoorzitter meent dat de Tweede Kamer in die gevallen “in enigerlei vorm een toetsende rol zou kunnen spelen”. Het was vanochtend nog niet duidelijk of de commissie inlichtingen- en veiligheidsdiensten een standpunt heeft ingenomen over dit onderwerp.

In het vorige week verschenen partijblad CDActueel zegt CDA-partijvoorzitter Van Velzen dat politieke partijen een grote eigen verantwoordelijkheid hebben om politici “weerbaar te maken tegen aantasting van de bestuurlijke integriteit”. Volgens Van Velzen zijn “de kansen op infiltratie binnen het CDA klein”. Hij wees op verscheidene 'double checks'.