Hongarije verwikkeld in een 'media-oorlog'

BOEDAPEST, 3 NOV. President Árpád Göncz van Hongarije heeft zich gisteren gemengd in wat hij noemde “de media-oorlog” in Hongarije. Vierduizend Hongaren demonstreerden gisteren in het centrum van Boedapest voor de persvrijheid en tegen de leiding van de radio en televisie.

Göncz riep gisteren premier Antall in een brief op in actie te komen om te verhinderen dat “de media-oorlog wordt voortgezet”. Die oorlog, aldus de president, brengt de Hongaarse democratie in gevaar. Hij verzocht premier Antall nieuwe directeuren bij de radio en de televisie te benoemen.

De ongebruikelijke interventie van de president heeft betrekking op twee nieuwe conflicten bij de Hongaarse radio en televisie. De leiding van de televisie schorste vorige week een redacteur, András Báno, omdat hij zou hebben gemanipuleerd met een reportage over een bijeenkomst, vorig jaar, waarbij de president door skinheads werd uitgefloten. Volgens de medewerkers van Báno was de schorsing politiek gemotiveerd en het werk van de regering; zij weigerden samen te werken met Báno's benoemde opvolger. Het programma werd niet langer uitgezonden.

Eveneens vorige week brak bovendien een conflict uit bij de Hongaarse radio, waarvan de directeur een eind maakte aan de uitzending van een dagelijks actualiteitenprogramma omdat dit te weinig aandacht zou besteden aan de standpunten van de regeringspartijen en te veel aan die van de oppositie. Het besluit werd door de oppositiepartijen in Hongarije veroordeeld als “een schandelijke schending van de persvrijheid”.

In Boedapest liepen gisteren vierduizend betogers, in meerderheid studenten en jongeren, in een demonstratie van het standbeeld van de dichter Sándor Petöfi naar het gebouw van de televisie, waar ze een petitie aanboden waarin de televisie werd opgeroepen zich politiek neutraal op te stellen. (Reuter, AP)