Grafiek: Nederlanders maken op hun werk meer ...

Grafiek: Nederlanders maken op hun werk meer gebruik van computers dan hun collega's in andere EG-landen. Ruim 40 procent gebruikt de computer ten minste twee uur per dag, een kwart zelfs de hele dag. Britten gebruiken hun computer bijna even frequent als Nederlanders, terwijl het voormalige Oost-Duitsland duidelijk achterblijft: slechts één op de vijftien mensen daar vult zijn werktijd volledig met bits en bytes.

Deze cijfers zijn het resultaat van een onderzoek onder 12.500 werknemers en ondernemers in de Europese Gemeenschap, uitgevoerd in opdracht van de EFILWC.

Door een technische storing is de grafiek van gisteren onvolledig afgedrukt. Bijgaande afbeelding geeft de gegevens juist weer.

Toch geeft de groeiende omvang en het stijgende marktaandeel voor sommigen wel te denken. BFI heeft nu een marktaandeel van - volgens eigen schatting - twaalf tot vijftien procent. Bij WMN ligt dat cijfer lager (6 tot 7 procent), het voorlopige streefcijfer ligt volgens directeur P. Dessing rond de tien procent. Van Gansewinkel wordt een marktaandeel van 10 procent toebedacht. Samen zouden de drie ondernemingen dus ruim een kwart van de markt bestrijken. Geen monopoliepositie, maar, gegeven het feit dat het resterende deel van de markt door een groot aantal kleine bedrijven afgedekt wordt, toch een dominante plaats. Zelfs Van Gansewinkel erkent dat. “Stel je voor dat wij ons bedrijf zouden verkopen aan WMN of BFI”, zegt I. Becker. “Dat zou voor de concurrentieverhoudingen op de markt en voor de overheid niet zo'n plezierige ontwikkeling zijn. Men zou zich geconfronteerd zien met een grote machtsconcentratie. Als gemeenten nog maar een of twee partijen tegenover zich hebben, zal dat voor het prijsniveau niet voordelig zijn. Concurrentie moet er zijn en blijven.”

    • Roald van der Linde