Eenderde van Kamerleden niet op CDA-kandidatenlijst

DEN HAAG, 3 NOV. Boer Jan van Noord heeft “geen hard feelings”. Ex-officier in de marine Ton de Kok is “niet teleurgesteld”. En oud-actuarieel medewerker Klaas Tuinstra “is er heel nuchter onder”.

Toch zijn het allen Kamerleden die van het CDA te horen hebben gekregen dat zij volgend jaar niet meer het volk mogen vertegenwoordigen.

Het was kaken op elkaar en doorbijten, gisteren tijdens de 'bijltjesdag' in de CDA-fractie. Hoewel het partijbestuur al enkele maanden geleden had aangekondigd voor de noodzakelijke doorstroming eenderde van de fractie te willen vervangen, kwam de dreun gisteren hard aan toen bleek welk 'derde' het betrof.

Van de getroffen Kamerleden gaf alleen fiscaal specialist Ton Vreugdenhil van enige emotie blijk. “Ik baal er van”, zei hij.

De verklaringen die de slachtoffers voor hun lage of lege plaats op de lijst gaven dienden meteen als balsem op de geslagen wonde. Kwaliteit en hard werk hebben moeten wijken voor kerkelijke en regionale spreiding van kandidaten, analyseerde het ene Kamerlid voor zichzelf. Afwijkende of provocerende standpunten worden kennelijk niet beloond, concludeerde een ander.

Vreugdenhil durfde als enige hardop te zeggen: “Ik had grote invloed. Kennelijk is dat niet goed.”

Voorzover verliezers en winnaars in staat waren tot een afstandelijker oordeel vertoonden hun analyses sterke overeenkomsten. Bewondering was er voor de lobby van het CDA-Vrouwenberaad. Het is er weliswaar niet in geslaagd om het mannelijk Kamerlid H. Hillen, dat het regelmatig met het Beraad aan de stok heeft gehad, laag op de lijst (plaats 24) te krijgen, maar het is het Vrouwenberaad wel gelukt om bijna eenderde van de verkiesbare lijst met vrouwen te vullen.

Toekomstig partijleider E. Brinkman, die een flinke vinger in de pap van de kandidaatstelling heeft gehad, hoeft daardoor niet meer bang te zijn voor het verwijt een conservatieve koers te varen. Voorzitter T. Jongma van het Vrouwenberaad had dit Brinkman eerder dit jaar verweten. Hij had naar haar zin niet genoeg afstand genomen van de door het Vrouwenberaad als “fundamentalistisch” gebrandmerkte standpunten van Hillen over kinderopvang en de rolverdeling tussen mannen en vrouwen.

Algemene verbazing viel gisteren te noteren over de hoge plaats van de Nijmeegse 'allesdoener' A. Lansink (studiefinanciering, milieu, volksgezondheid, nr. 10) en de lage plaats van, eveneens een manusje van alles, H. Koetje (nr. 49). Lansink zit immers al sinds 1977 in de Kamer.

Pag.3: 'Tuinstra Frieslands belangrijkste'

Als de kandidaatsstellingscommissie het advies van de commissie-De Koning had aangehouden zou Lansink en niet Koetje (sinds 1986 in de Kamer) op een lage of onverkiesbare plaats moeten staan. De commissie had namelijk het partijbestuur geadviseerd Kamerleden niet langer dan twaalf jaar te laten zitten.

Maar het advies-de Koning was uiteindelijk maar één in de tombola van afwegingen die de commissie heeft gemaakt. Daarin speelden spreiding van provincie, kerk en ambacht eveneens een zeer belangrijke rol. Koetje komt uit Amsterdam, een niet zo belangrijke regio voor het CDA, en staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) eveneens. De laatste moest hoog op de lijst en dus was er geen hoge plaats voor hoofdstedelingen als Koetje en H. Huibers.

Lansink, daarentegen, kon door zijn vele porteteuilles evenzovele lobbies op de been brengen. Dat Lansink katholiek is, vormde evenzeer een voordeel. De commissie kwam katholieken tekort tegen de opmars van sterke protestanten (Brinkman, Deetman, Heerma) in de partij.

Dat de spreiding van regio niet volgens iedereen is gelukt, bewees het teleurgestelde commentaar van een van de afdelingsvoorzitters uit het voor het CDA zo belangrijke platteland. Voorzitter De Vries uit Friesland kondigde aan volgende week bij het partijbestuur op een promintere plaats van een van de Friese afgevaardigden aan te dringen. Mevrouw Ploeg-Posthumus uit Leeuwarden is op plaats 53 de hoogste kandidaat. Maar Tuinstra, die nu van de lijst is afgevoerd, blijft Frieslands belangrijkste man, aldus De Vries.

Het voor het CDA zo belangrijke 'middenveld' is volgens de meesten in de fractie weer goed vertegenwoordigd. Het vertrekkend Kamerlid Van Noord betwijfelt of hetzelfde geldt voor zijn specialisme, de landbouw. Hij constateerde te worden ingeruild voor een “meer milieu-achtige man”. Th.A.M. Meijer uit het Brabantse Nistelrode is hoofdinspecteur bij het ministerie van VROM. Van Noord vroeg zich af of dat een herkenbaar gezicht van het CDA bij de Brabantse varkensfokkers zal opleveren.