'Arme sloebers' naar Wassenaar

PAG.3 GEMEENTEN AKKOORD MET OPVANG

WASSENAAR, 3 NOV. “Lopen asielzoekers in groten getale door de wijk, heb je kans dat ze bij je aanbellen, of aanbieden om de tuin bij je schoon te maken?” “Zouden die mensen niet per ongeluk een kippetje in het park Clingendael willen plukken?” Driehonderd omwonenden van een nieuw asielzoekerscentrum aan de Van Alkemadelaan, op de grens van Den Haag en Wassenaar, hadden gisteravond in het restaurant van renbaan Duindigt veel praktische vragen aan de voorlichters van de twee gemeenten, in afwachting van de komst van vijfhonderd asielzoekers in leegstaande barakken van het ministerie van volkshuisvesting.

“Uw reacties zijn niet anders dan bij de andere zestig centra in Nederland”, aldus E. Engelsman, directeur Vluchtelingenzaken van het ministerie van WVC. De vooroordelen over geweld, diefstal, gelukzoekers en arme sloebers, weet Engelsman inmiddels, zijn normaal. Maar niet terecht. Driekwart van hen heeft middelbare school of meer, de meesten komen uit de hogere of de middenklasse. Een asielzoeker beseft goed dat het in zijn eigen belang is mee te werken tijdens de tijdelijke opvang en niet in aanraking met justitie te komen. “Wat voor mensen zijn het eigenlijk”, vraagt Engelsman retorisch. “Ze komen in elk geval uit een ander land, praten een andere taal en gedragen zich soms wat anders. Maar asielzoekers zijn niet crimineler dan andere mensen.”

Een bewoonster uit de Haagse wijk Benoordenhout vraagt de verantwoordelijke wethouders van Den Haag en Wassenaar waarom de VROM-barakken slechts tijdelijk beschikbaar zijn voor asielzoekers. “Die gebouwen staan al heel lang leeg.” Applaus gaat op als een spreker zich verliest in een betoog over steekpartijen in het grenshospitium bij Schiphol en brandstichtingen in Duitsland en het oosten van Nederland. Stil wordt het als een asielzoeker uit Bosnië in gebroken Nederlands zegt: “Ik had werk, ik had vrienden, nu heb ik niets meer. Ik heb alleen dit land. Ik ben zo ongelukkig dat deze meneer dit verhaal vertelt over ons.”

In de VROM-barakken, zo hebben Den Haag en Wassenaar beloofd aan WVC, komen 500 asielzoekers. Allen zullen op 1 april 1994 weer vertrokken zijn. Daarna worden de barakken gesloopt en zal de Koninklijke Marechaussee op het terrein een nieuw onderkomen laten bouwen. De omwonenden zijn niet overtuigd. “Niets is permanenter dan het tijdelijke in Nederland”, zegt een inwoner van Benoordenhout die overigens geen bezwaar heeft tegen de komst van de vluchtelingen. Maar de instroom van asielzoekers is onbeheersbaar geworden, dat heeft minister d'Ancona zelf gezegd. “Wat gebeurt er straks als hier vijfhonderd man zitten die nergens anders heen kunnen?” Tot 1 april en niet langer, zeggen de voorlichters nog eens. De tijdelijkheid is een garantie van WVC.

Bezorgdheid is er bij sommigen over de schietvereniging die in de buurt van park Clingendael is gevestigd en over soldaten uit de nabije kazerne die de asielzoekers aan hun verleden zou kunnen herinneren. “Dat lijkt me ontzettend vervelend voor die mensen.” En hoe zit het eigenlijk met de verschillende nationaliteiten in het kamp en de veiligheid erbuiten? Is het denkbaar dat een Irakees en een Iraniër “elkaar straks in het park afmaken?” Nee, zegt Engelsman van WVC, in de praktijk gaat het juist vaak heel goed tussen mensen die onder dezelfde omstandigheden zijn gevlucht.

Er zijn ook steunbetuigingen voor de asielzoekers. Een man met een Brits accent zegt te hopen dat het bord dat hij boven de ingang van Duindigt zag hangen, straks ook bij het tijdelijke opvangcentrum aan de Van Alkemadelaan te zien is: 'Welkom, fijn dat u er bent.' De secretaris van een wijkvereniging in Wassenaar is het met hem eens. “Als we deze mensen vlak voor de Kerst niet een paar maanden kunnen huisvesten, dan moeten we ons schamen.”