ABN Amro bijt in haar eigen staart

ROTTERDAM, 3 NOV. Wordt ABN Amro te groot voor Nederland? Maandag maakte de bank bekend een plan voor investeringen in een tweede vast telecommunicatienet in de ijskast te zetten. Het plan was - in ieder geval voor de buitenwereld - moeilijk verenigbaar met de leidersrol van de bank bij de beursgang van Koninklijke PTT Nederland. Uit het stilzwijgen van de bank rond de kwestie mag worden opgemaakt dat het conflicteren van de twee plannen intern nog niet was uitgepraat.

Toen F. Lion, verantwoordelijk voor de bemoeienis van ABN Amro met telecommunicatie, vorige week zijn voornemen openbaarde om drie miljard gulden voor een vast telecomnet bij elkaar te sprokkelen, wist de ene poot van de bank even niet wat de andere deed.

Er zijn weinig industrielanden te bedenken waar de concentratie van banken zo ver gevorderd is als in Nederland, en waar één bank een even belangrijke positie heeft als ABN Amro. De altijd van grote macht betichte Deutsche Bank heeft in Duitsland veel minder dat tien procent van de kredietverlening in handen. Hier dragen de drie grootste banken, ABN Amro, Rabo en ING, gezamenlijk zorg voor ruim 80 procent. In het Verenigd Koninkrijk bestaan vier grote banken, en een grote hoeveelheid kleinere en buitenlandse banken actief op de markt. België, Italië en Spanje zijn een lappendeken en ook in Frankrijk is de concentratie lang niet zo ver gevorderd als hier.

ABN Amro beheerst rechtstreeks en via dochterondernemingen (waaronder Mees Pierson) rond de helft van de omzet op de Amsterdamse Effectenbeurs, en heeft een machtige rol in het bestuur. De kredietverlening aan het Nederlandse bedrijfsleven is massief: wanneer een groot Nederlands bedrijf, zoals HCS, Daf, Hoogovens, Fokker of Nedlloyd het financieel moeilijk had of heeft, is de bank per definitie een hoofdrolspeler.

De waarschuwing voor machtsconcentratie in de Nederlandse banksector, die De Nederlandsche Bank vorig jaar bij monde van directielid A. Wellink liet horen, was destijds met name gericht op ING, dat verzekeren, beleggen en bankieren in een concern combineert. De telecom-plannen van ABN Amro wijzen op een langzame verschuiving van de bank in de richting van een niet langer zuiver bancaire rol in de Nederlandse economie. Het banque d'affaires-concept, waar ING openlijk voor uitkomt, wint langzamerhand ook binnen ABN Amro terrein. Vorige week nog nam de bank via participatiemaatschappijen een zestal kleinere bedrijven over van Hoogovens.

De centrale bank, toezichthouder op het bankwezen, maakte door Wellinks opmerkingen de indruk samen met het ministerie van financiën iets te snel te hebben toegestemd met de concentratie in het bankwezen die eind jaren tachtig plaats vond tussen de Postbank, NMB en Nationale-Nederlanden, en tussen ABN en Amro. Reden voor de concentratie was het destijds nog gevleugelde jaar '1992', waarna de concurrentie op Europese schaal het bankenlandschap voorgoed zou veranderen. Daar is nog weinig van gebleken. Het bij elkaar kruipen van de Nederlandse banksector bleek bij nader inzien geen opmaat voor de verovering van Europa, maar juist voor de verdediging van Nederland.

Ondernemers riepen destijds krachtdadig dat dit wel ver ging, en dat zij ook wel bij buitenlandse banken terecht konden als de machtspositie van de Nederlandse banken hen niet beviel. Voor wat betreft kapitaalmarktoperaties is dat er deels ook van gekomen. Daarvoor zijn de grenzen open genoeg en is de keuze voor een bank of andere financiële instelling ruim voor handen. Maar slechts een bescheiden deel van het bedrijfsleven heeft genoeg schaalgrootte om dergelijke voornemens in daden om te zetten.

Voor wat de normale kredietverlening betreft, dreigt Nederland een oligopolie te worden. Sinds de concentratiegolf verkeert de bancaire sector in een bijna Japanse situatie: een sleutelpositie op een imperfecte thuismarkt als machtbasis voor toekomstige expansie.

Het nieuwe ABN Amro zette onveranderd de strategie van ABN voort om in de Verenigde Staten de tweede thuismarkt te vestigen. Die strategie is zeer succesvol verlopen, maar heeft zijn grens bereikt. Mr. J. Kalff, de man achter de Amerikaanse expansie en vanaf mei volgend jaar de nieuwe topman van ABN Amro, krijgt de komende jaren dan ook een cruciale taak. Op drie terreinen zijn mogelijkheden voor expansie.

De grootste winsten voor de banken liggen op dit moment in de nieuwe financiële markten, met de complexe kapitaalmarktoperaties voorop. Het vestigen van een derde thuismarkt in Europa, staat hoog op Kalffs verlanglijst. Mocht ABN Amro daarnaast haar fundament binnen de grenzen van Nederland willen blijven versterken, dan zal de bank zich steeds meer op niet-bancaire terreinen moeten begeven, bijvoorbeeld investeringen in het bedrijfsleven en de infrastructuur. Bij die laatste strategie is de kans groot dat de bank in de toekomst vaker met zichzelf in conflict komt.

    • Maarten Schinkel
    • WABE van ENK