VAN HEUTSZ

De markante kop van Van Heutsz nu in metaal terug op Atjeh. Dirk Vlasblom schrijft in NRC Handelsblad van 16 oktober: “... (van Heutsz) liet het aan zijn opvolger als militair gouverneur, Van Daalen, over om het hardnekkige verzet te breken.” Volgens Du Croo en Lamster, auteurs van resp. 'Generaal Swart, Pacificator van Atjeh' en 'Van Heutsz als G.G.', heeft Van Daalen het vuur van verzet niet gedoofd, maar juist aan aangejaagd.

Van Heutsz ging ervan uit dat de meeste mensen gewoon hun eigen gang willen gaan. Oogsten wat je gezaaid hebt, rustig leven en geen gezanik aan je kop. Bevorder als overheid dat je onderdanen iets te verliezen hebben, dat het ze redelijk goed gaat. Komt er dan een 'geestdrijver' opjuinen voor een Jihad en meer van dat avontuurlijks, dan denkt de boer aan z'n vee, aan z'n oogst en hoeft hij niet zo nodig. Als de 'kompeunie' ook nog aardig weerwerk kan geven in het 'main perang' of oorlogje spelen, dan lokt het avontuur nog veul minder. Een 'twee-sporenbeleid' dus.

Zorg voor infra-structuur, bruggen, wegen. Besteed de geheven belastingen weer in het gebied dat ze heeft opgebracht. Regel onderlinge geschillen snel en rechtvaardig eer wrok en wrevel te hoog oplopen en men eigen rechter gaat spelen. Van hem is geloof ik ook het gezegde: “Het Gouvernement trede niet vexerend op jegens de bevolking.” (Goeie tip voor onze politici.)

Van Daalen was dan wel 'Civiel en Militair Gouverneur', maar in zijn omgang met de hoofden het tegendeel van civiel. Bestuurlijk liet hij de zaken versloffen. Het verzet laaide op, ook in landstreken waar het al jaren veilig en rustig was geweest. “Op 6 Maart 1907 vielen schoten op de buitenwijken van Koeta Radja, iets wat sedert de dagen van T. Oemar niet meer was gebeurd.” Aldus Du Croo.

De G.G. is eind 1907 een maand in Atjeh op inspectie geweest en Van Daalen diende z'n ontslag in. Zo'n half jaar later begon gouverneur Swart aan het echte pacificatiewerk.

    • T. Zwaanswijk Wieringerwerf