Turkije voert oorlog tegen PKK verder op; Beleid jegens Koerden splijt coalitie

ANKARA, 2 NOV. Uitbarstingen van publieke verontwaardiging over de groeiende terreur van de Koerdische Arbeiders Partij (PKK) en verschil van inzicht over de manier waarop het Koerdische separatisme moet worden bestreden, dreigen de twee jaar oude regeringscoalitie van conservatieven en sociaal-democraten in Turkije te splijten. Terwijl premier Tansu Çiller door haar conservatieve partijgenoten wordt gedwongen een steeds hardere opstelling te kiezen in de strijd tegen de PKK, menen de sociaal-democraten dat daarbij ten minste de democratie en de mensenrechten in acht moeten worden genomen.

De coalitiepartners kunnen het dan ook niet eens worden over een wijziging van en aanvulling op de anti-terreurwetgeving, die de pers en de vrijheid van meningsuiting in Turkije verder aan banden leggen, strengere straffen opleggen aan degenen die met separatistische organisaties sympathiseren en gezagsdragers die hun autoriteit misbruiken, door foltering en dergelijke, gevangenisstraffen tot vijf jaar kwijtschelden. Vice-premier Murat Karayalçin acht het onaanvaardbaar dat op grond van de wetsvoorstellen vrijwel elke handeling als een daad van terreur kan worden opgevat. “Als mevrouw Çiller bij haar mening blijft dat een dergelijke anti-terreurwetgeving er moet komen”, aldus Karayalçin, “dan brengt dat de coalitie in een moeilijk parket. Wellicht bekent het het einde van de samenwerking.”

In Çillers Partij van het Juiste Pad gaan ook steeds meer stemmen op om de sinds 1984 uitgestelde doodstraffen alsnog uit te voeren om zo terroristen af te schrikken. In de vier jaren volgend op de militaire staatsgreep in september 1980 werden 50 doodvonnissen voltrokken in Turkije, terwijl nog eens 111 mensen tot de doodstraf zijn veroordeeld. Het is aan het Turkse parlement om te beslissen of die vonnissen worden uitgevoerd.

Turkije maakt zich momenteel op voor wat wordt gezien als de grootste slag in de strijd tegen het Koerdische verzet sinds de opstand in Tunceli (Dersin) in 1938. Ankara zou tot het inzicht zijn gekomen dat in Zuidoost-Turkije - waar in de afgelopen tien jaar zeker 10.000 doden zijn gevallen - een oorlog woedt die met oorlogsmaatregelen moet worden bestreden. Speciale veiligheidseenheden worden nu opgeleid om de PKK-guerrillastrijders in de bergen op te sporen en te doden. Bovendien moeten gedurende de wintermaanden ook de leiders van de PKK uit de weg worden geruimd. In de Turkse pers wordt gespeculeerd dat er zo nodig zelfs aanslagen zullen worden uitgevoerd op PKK-kopstukken in Armenië, Irak, Syrië en in Europa.

De beslissing een 'volledige oorlog' in Zuidoost-Turkije te ontketenen werd vorige week genomen in Ankara, na een serie besprekingen over de nationale veiligheid waaraan afwisselend de president, de regering, de legerstaf, veiligheidsfunctionarisen en de leiders van de oppositiepartijen deelnamen. Bovendien werden er 'laatste waarschuwingen' uitgedeeld aan het adres van Armenië, Irak en Syrië, de buurlanden die de PKK actief steunen. “Deze landen moeten beslissen”, aldus Çiller, “of ze wel of niet vrienden van ons zijn”. Een vertegenwoordiger van de Turkse premier is vandaag naar Syrië vertrokken om die boodschap over te brengen. Teheran heeft Ankara onlangs aangeboden om gezamenlijk de PKK uit de Iraanse grenstreek te verdrijven, terwijl militaire vertegenwoordigers van de Noordiraakse Koerdenleiders Barzani en Talabani de afgelopen dagen in Ankara waren om nieuwe operaties in de Turks-Iraakse grensstreek voor te bereiden.

Ook het bombarderen van vermeende PKK-kampen in Armenië heeft een hoge prioriteit van de Turkse legerstaf, vooral sinds de PKK-aanvallen vanuit dit land in de afgelopen dagen zijn toegenomen. De recente aanslagen op dorpen in de Oostturkse provincie Erzurum zouden niet alleen het werk zijn van Koerdische, maar tevens van Armeense strijders. In de stad Erzurum, die bekend staat als een conservatief bolwerk, kwam het in het weekeinde tot spontane demonstraties van de bevolking die het gewelddadige optreden van de PKK veroordeelde en harde maatregelen van de overheid eiste.

Dat de regering heeft besloten tot oorlogsmaatregelen blijkt ook uit het feit dat 700 scholen in de provincie Diyarbakir, het hart van de Koerdische regio, vorige week werden gesloten, omdat de staat de veiligheid van het onderwijzend personeel niet langer kan garanderen. De PKK heeft inmiddels 54 onderwijzers en onderwijzeressen vermoord en talrijke scholen verwoest. Ongeveer 100.000 leerlingen in Zuidoost-Turkije zouden daardoor verstoken zijn van onderwijs. Bovendien lijkt de regering de lopende investeringen op te houden en de grootscheepse ontwikkelingsplannen voor de Koerdische regio in de ijskast te hebben gestopt.

Volgens de journalist Ismet Imset, die regelmatig over de PKK-strategie bericht, maakt ook de Koerdische organisatie zich op voor de beslissende slag in Zuidoost-Turkije. Volgens hem heeft PKK-leider Abdullah Öcalan besloten dat hij de Turkse militairen kan dwingen uiteindelijk aan de onderhandelingstafel met de PKK plaats te nemen door de gewapende strijd te intensiveren en het dagelijks dodental op te voeren. Het idee is dat een periode van extreem geweld moet worden afgewisseld met een periode van relatieve kalmte om zo een atmosfeer voor vrede te scheppen.

Voorlopig lijkt die atmosfeer verder weg dan ooit, ook al heeft de invloedrijke organisatie van industriëlen (Tüsiad) laten weten dat ze weliswaar het leger in Zuidoost-Turkije steunt in de strijd tegen de Koerdische terreur, maar dat er ook politieke en sociale hervormingen moeten worden afgekondigd. Die verklaring is een openlijke steunbetuiging aan het adres van de Sociaal-Democratische Volkspartij, die later in de week zal beslissen of men kan blijven samenwerken met de Partij van het Juiste Pad.

En, wonder boven wonder, het zigeunermeisje in hem zelf krijgt onverwacht ruim baan in de beste bundel van het kwartet, Onbewolkt, geschreven door zijn alter ego Maaike Helder. Maaike Helder staat op zichzelf. Ze becommentarieert de alledaagse wereld om haar heen, maar ze staat er los van. Net als haar auteur wil ook Maaike haar vormeloze omgeving aan een quasi-rationele orde onderwerpen, net als hij doet ook zij tegelijkertijd vreselijk haar best de dodelijke werkelijkheid te verstoren: “...het gebeurt mij vaak - nou ja: één keer per maand - dat ik vreselijke aandrang voel om te gaan schreeuwen. Er zijn onbekende mensen om me heen, en ik vraag me af: "Wat zouden ze doen als ik nu keihard ga gillen?' ”

    • Froukje Santing