Touwtrekken om de Russische media

MOSKOU, 2 NOV. De Pravda is vandaag weer uitgekomen na een verschijningsverbod van vier weken. Maar dat betekent niet dat de discussie over de persvrijheid in Rusland wordt beëindigd. Verschillende kandidaten voor de naderende parlementsverkiezingen blijven de regering beschuldigen van beïnvloeding van de media.

De Pravda, het in 1912 door Lenin opgerichte huisorgaan van de communistische partij, werd samen met andere anti-Jeltsin-gezinde kranten verboden na de revolte van het parlement op 3 en 4 oktober. Het verschijningsverbod maakte aanvankelijk deel uit van de uitzonderingstoestand die Jeltsin had uitgeroepen om de orde in Moskou te herstellen. Maar op 14 oktober besloot het ministerie van informatie vijftien kranten definitief te verbieden. Het waren “advocaten van het nazisme en fascisme”, die het volk tot geweld hadden “opgehitst”, zo lichtte het ministerie in een officiële verklaring toe.

De Pravda en en een ander communistisch georiënteerd blad, de Sovjetskaja Rossia, zouden wel weer mogen verschijnen, mits zij hun naam, hoofdredacteur en toon zouden wijzigen. De Sovjetskaja Rossia weigert nog steeds aan deze eis te voldoen, maar de redactie van de Pravda heeft vorige week uit haar midden een nieuwe hoofdredacteur gekozen, Viktor Linnik, voormalig correspondent in Washington. Linnik heeft aangekondigd dat de krant op een mildere toon zijn anti-regeringsgezinde boodschap zal blijven uitdragen. Het ministerie van binnenlandse zaken constateerde bij monde van een woordvoerder tevreden dat het erop lijkt “alsof de medewerkers van de Pravda hebben besloten enkele van onze aanbevelingen over te nemen”.

Het was de negende keer in de geschiedenis van de krant dat de Pravda even verboden was. De vorige keer gebeurde dat ook op last van Jeltsin, na de mislukte coup in augustus 1991. Alle keren daarvóór werd het verbod door de tsaristische regering van voor de Oktoberrevolutie uitgevaardigd. Het aantal abonnees dat de krant de afgelopen maand heeft gemist, wordt overigens nog maar geschat op 100.000. Tien jaar geleden had de Pravda nog 10,5 miljoen lezers.

Een andere belangrijke anti-Jeltsin-gezinde krant, de Rossijskaja Gazeta, het huisorgaan van het ontbonden parlement, is al langer terug in circulatie. Alleen publiceert de krant nu regeringsbesluiten. Ze staat onder leiding van een nieuwe hoofdredacteur die door het Kremlin is aangesteld en die zich aanvankelijk alleen met lijfwachten ter redactie begaf. Het aanzien van de voorpagina is nogal gewijzigd.

Maar de klachten over partijdigheid van de media concentreren zich vooral op de televisie, het belangrijkste medium tijdens verkiezingscampagnes, zeker in een land zo uitgestrekt als Rusland. Terwijl op straat in toenemende mate te zien is hoe de verschillende kandidaten voor de naderende parlementsverkiezingen campagne voeren met vlaggen en folders, blijft het journaal van het eerste Russische net als vanouds aandacht besteden aan de activiteiten van de president en zijn ministers, alvorens over te schakelen naar de oorlogen in de voormalige Sovjet-republieken en af te sluiten met het buitenlands nieuws.

“Het is sluikreclame”, oordeelde een campagneleider van de centrum-politicus Nikolaj Travkin over het televisiejournaal. Hij klaagde dat Travkin en andere oppositieleiders nooit in beeld komen. Dat laatste is niet helemaal waar. Afgelopen vrijdag waren zowel de communistische leider Gennadi Zjoeganev als de extreem-nationalist Sergej Baboerin te zien terwijl zij hun aanhangers toespraken. Maar de beelden werden wel gebruikt in een item over 'dreigende ordeverstoringen' en 'provocaties' tijdens de viering van de Dag van de Revolutie, aanstaande zondag.

Niet bekend

“Je hebt makkelijk praten over gelijke rechten als je de ministers van informatie en van financiën in je electorale blok hebt”, zo constateerde de radicale econoom Grigori Javlinksi, die een eigen lijst aanvoert. Javlinski zei dat de verkiezingen allesbehalve eerlijk zullen zijn. Desalniettemin vormen ze volgens hem de laatste kans voor de democratie in Rusland en dus zal hij met zijn campagne doorgaan.

Wat de Russische pers in elk geval niet kan worden verweten, is een gebrek aan betrokkenheid. Integendeel. Jevgeni Kiseljov, presentator van 's lands meest gerespecteerde actualiteitenrubriek op de televisie, is zèlf kandidaat op de lijst van St. Petersburgs burgemeester Anatoli Sobtsjak. Ook de ontslagen hoofdredacteur van de Pravda is dat: hij staat bij de eerste tien op de kandidatenlijst van de Communistische Partij, samen met zijn collega van de Sovjetskaja Rossia.

Hieruit kan niet worden geconcludeerd dat het krijgen van objectieve informatie over de deelnemers aan de komende verkiezingen onmogelijk is. De Russische televisie zendt ook objectieve programma's uit over de verkiezingen. 'Publieke Opinie' was vorige week woensdag een getrouwe kopie van Westerse verkiezingsshows. De kijkers konden vragen stellen aan een rijtje kandidaten, onder wie de radicale hervormer Gajdar, de communist Zjoeganov en de extreem-rechtse kandidaat Zjirinovski, die elk negentig seconden kregen voor een antwoord. De kijkers mochten ook adviezen geven: Gajdar moest bijvoorbeeld niet zulke moeilijke woorden gebruiken en Zjirinovski moest zich met zijn charmes meer tot de vrouwelijke kiezers richten.

En wat de geschreven pers betreft, behalve de Pravda bevatten ook 'kwaliteitskranten' als de Izvestia en de Nezavissimaja Gazeta geregeld kritiek op Jeltsins regering. Het overgrote deel van de nieuwe kranten gebruikt de persvrijheid overigens niet voor politiek, maar voor het afdrukken van foto's van 'pagina 3-meisjes'. En dan zoveel mogelijk, en op alle pagina's.

    • Hans Nijenhuis