St. Maarten kritiseert aanhouding van Wathey

WILLEMSTAD, 2 NOV. De anti-Nederlandstemming op St. Maarten neemt toe. Op diverse op het eiland geplaatste spandoeken en in verklaringen van vooraanstaande personen en organisaties wordt stelling genomen tegen het oppakken van Claude Wathey.

Ook wordt gedreigd met een algemene staking. De arrestatie wordt gezien als een door Nederland op touw gezette actie, in het bijzonder van minister Hirsch Ballin (Antilliaanse Zaken). Secretaris-generaal Dave Levingstone van de Sabaanse politieke partij WIPM zei, dat “alle Nederlanders en zeker de technische bijstanders” uit St. Maarten moeten worden gezet en de Algemene Maatregel van Rijksbestuur dient te worden opgeheven.

Het Antilliaanse parlementslid Rufus McWilliam wil de mogelijke Nederlandse betrokkenheid bij de arestatie van Wathey, “tot op de bodem” onderzocht zien. In een brief aan minister van justitie Suzanne Römer stelt McWilliam 29 vragen over de wijze waarop Wathey werd gearresteerd. In het uiterste geval moet er een parlementaire enquête komen over de wijze waarop in de Antillen het vervolgingsapparaat functioneert, aldus McWilliam in het schrijven.

McWilliam, die kortgeleden aftrad als parlementsvoorzitter maar nog steeds een van de invloedrijkste politici is in de politieke partij van premier Maria Liberia, wil vooral weten of het waar is dat de gezaghebber noch de politie-commissaris op St. Maarten van tevoren zijn ingelicht over de arrestatie van Wathey. Hij wil ook weten of de op het eiland gelegerde Nederlandse Marechaussee wel van de arrestatie af blijkt te hebben geweten. Volgens McWilliam blijkt ook de Nederlandse Marine telkens weer betrokken te zijn bij de uitvoering van acties van het Openbaar Ministerie.

Diverse Nederlandse autoriteiten, zowel uit de overheidssfeer als de particuliere sector, die vanuit Curaçao naar St. Maarten moesten vertrekken, hebben van hun reis afgezien.