Schoonmaak waterbodems achter op schema Maij

DEN HAAG, 2 NOV. Het schoonmaken van vervuilde waterbodems loopt achter op het schema. Depots, waar baggerspecie kan worden gestort moeten sneller worden gebouwd.

Dat blijkt uit de voortgangsrapportage over het waterbeheer, die minister Maij (verkeer en waterstaat) aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Maij heeft steeds gewezen op het succes van het 'waterbeleid' van dit kabinet. In haar voortgangsrapportage moet ze echter erkennen dat er nog veel problemen zijn.

Zo verloopt de verwijdering en verwerking van vervuilde baggerspecie niet snel genoeg. De depots in het Ketelmeer en het Hollandsch Diep zijn op zijn vroegst pas over drie jaar klaar. Ook de aanleg van andere depots is vertraagd. “Het vooralsnog ontbreken van voldoende stortplaatsen is een groot probleem en leidt tot onvoldoende onderhoudsbaggerwerk door stagnatie in de voortgang van de saneringsoperatie”, schrijft Maij in haar begeleidende brief. De sanering van vervuilde bodems verkeert volgens haar in de meeste gevallen nog pas in de onderzoeksfase.

De minister constateert ook dat de bestrijding van de verdroging geen succes is. Door het oppompen van water en de verlaging van het grondwaterpeil verdroogt de omgeving en verdwijnen planten en dieren. Bedoeling is dat er in 2000 een kwart minder verdroogd gebied is als in 1985. De haalbaarheid van die doelstelling wordt moeilijk, schrijft Maij. Een reductie van tien tot twintig procent is wel haalbaar, veronderstelt ze. De minister acht daarom “een extra impuls” noodzakelijk. Dat is vooral een geldkwestie. “Geconstateerd wordt dat de politieke wil om tot concrete verdrogingsbestrijding te komen bij provincies aanwezig is, maar dat beschikbare financiën vaak een knelpunt vormen”.

De minister voorziet verder dat het oppervlaktewater voorlopig nog flink zal worden “bemest” met fosfaat uit de landbouw. Het mestakkoord tussen kabinet en boeren houdt in dat de belasting van het opppervlaktewater tot 2000 helaas nog zal toenemen, aldus Maij.