Salomonsoordeel kabinet Waddengas onvermijdelijk

ROTTERDAM, 2 NOV. Binnen enkele weken zal het kabinet een Salomonsoordeel moeten vellen, de beslissing of er wel of niet op de Waddenzee naar aardgas geboord mag worden, en zoja onder welke voorwaarden. De ministers moeten een duidelijke keuze maken tussen voorrang voor natuur en milieu of economie en geld.

Ze zullen daarbij ofwel de milieubeweging en vele natuurliefhebbers ernstig teleurstellen, ofwel de oliemaatschappijen. Die laatste keuze zou een heel dure zijn: de Waddenzee blijft ongerept, maar schatkist derft zeker acht miljard gulden aan inkomsten en het rijk moet claims van de oliemaatschappijen betalen, die ook in de miljarden zullen lopen. Daar tegenover staat een aantal risico's voor aantasting van de natuurwaarde en het milieu van de Waddenzee, maar daarvan is in het recente rapport van een ambtelijke stuurgroep geen financiële raming gegeven.

Minister Andriessen zei vrijdag dat het kabinet midden-november een “onderhandelingsbesluit” zal nemen en vervolgens in de slag gaat met de oliemaatschappijen om over voorwaarden voor de gaswinning te praten. Die onderhandelingen moeten vóór 1 januari worden afgerond. Volgens de minister van economische zaken zal “zeker niet” worden besloten tot verlenging van het moratorium voor boringen in het natuurgebied, dat het rijk in 1984 met de houders van concessies overeenkwam, en dat op 10 januari aanstaande afloopt. Andere ministers, zoals Alders van milieubeheer en Bukman van natuurbehoud zeggen hem dat nog niet na. Zij zullen zich in het kabinet sterk maken voor een compromis waarin de milieubeweging zich met moeite kan vinden: alleen schuine boringen vanaf het vasteland.

De oliemaatschappijen pikken zo'n besluit echter niet, want dat zou wèl verlenging van het moratorium betekenen. “Onze concessie op de Waddenzee geeft ons recht op de eigendom van het gas in dat gebied”, zegt directeur ir. H.G. Dijkgraaf van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) in Assen. “Aantasting van dit principiële recht is voor ons onaanvaardbaar. Het feit dat wij vrijwillig tien jaar hebben afgezien van boringen in de Waddenzee verandert niets aan dit principe. En bovendien hebben wij laten zien dat we in dit gebied zeer verantwoord en milieubewust kunnen werken.”

Dijkgraaf onderstreept dat de Waddenzee het enige overgebleven gebied in Nederland is “met substantieel potentieel voor nieuwe gasvoorkomens”. Dat is aan de hand van seismisch onderzoek en geologische kennis komen vast te staan. Op grond van die gegevens vermoedt de NAM dat er dicht tegen de 221 miljard kubieke meter aardgas onder het gebied moet zitten. Een snelle bevestiging daarvan is “uiterst belangrijk”, aldus Dijkgraaf. Dat komt omdat het Waddengas vóór het jaar 2013 geproduceerd moet worden om het nog te kunnen mengen met het gas uit Slochteren tot de juiste kwaliteit. Ook is het in die periode nodig om aan de exportverplichtingen van de Gasunie te voldoen, aldus Dijkgraaf.

Ook om technisch-geologische redenen acht hij een beperking tot alleen 'gedevieerde' (schuine) boringen buiten het gebied, niet aanvaardbaar. Om de preciese omvang van de gasreserves vast te stellen en te kunnen beoordelen waar de produktie-installaties uiteindelijk moeten worden opgesteld, is het volgens de NAM-directeur nodig om zowel binnen als langs de rand van het Waddengebied, vastgelegd in een Planologische Kernbeslissing, exploratieboringen te verrichten. Zou dat niet gebeuren, dan loopt de producent later risico's: hoeveel produktieplatforms nodig zijn is dan niet goed vast te stellen, ondergrondse drukverschillen en daardoor een ongewenste watertoevoer in de gesteente-lagen waarin het gas zit opgesloten, kunnen optreden als de produktie-installaties op de verkeerde plaats komen te staan.

Ongeveer de helft van het aardgas dat onder de Waddenzee wordt vermoed, kan door schuin boren vanachter de Friese en Groningse dijken en vanaf de Waddeneilanden worden bereikt, zegt het rapport van de Stuurgroep mijnbouwactiviteiten in de Waddenzee. De milieubeweging verzet zich echter ook tegen boringen en meer activiteiten op de eilanden. Dat zou een verdere beperking betekenen voor de oliemaatschappijen, en een groter verlies aan staatsinkomsten dan de genoemde acht miljard gulden.

In feite volgt uit het commentaar van ir. Dijkgraaf dat de oliemaatschappijen overal willen boren om alle reserves goed in kaart te brengen, en overal produceren, òf helemaal niet. Maar uit een discussie met de woordvoerder van de NAM blijkt dat het toch niet helemaal zo zwart-wit ligt. Vlak tegen de Friese en Groningse kusten liggen namelijk aardgasvelden die zich gedeeltelijk onder land uitstrekken, en die met een heel goed rendement vanaf het vasteland zijn te exploiteren. Maar als de milieubeweging haar zin zou krijgen, is er sprake van een forse beperking in de voorgenomen investeringen, die voor de drie concessies in totaal tussen de 1,4 en 2,4 miljard gulden belopen. Ook zou de werkgelegenheid aanzienlijk worden beperkt. De directe werkgelegenheid als gevolg van de geplande investeringen bedraagt tussen de 8.300 en 11.000 manjaren. Maar inclusief de toeleveranciers die bij de gaswinning betrokken zijn, ontstaan er tussen de 23.300 en 33.500 manjaren werk, gespreid over ongeveer 30 jaar.

De oliemaatschappijen hebben een groot aantal maatregelen in petto om de natuur en het milieu op de Waddenzee zoveel mogelijk te ontzien. Ze willen de gasbellen zoveel mogelijk vanaf het vasteland aanboren. De techniek legt daarbij beperkingen op, want de maximale afstand voor schuin boren is 3 tot 4 kilometer, afhankelijk van de diepte. Hoe ondieper het gasveld, hoe scherper de bocht die de flexibele boorstaaf moet maken en hoe korter de afstand. Verder wordt uitgegaan van een 'nul-emissie' bij de boringen: de boorspoeling bestaat uit louter biologisch afbreekbare stoffen, maar wordt niettemin via een gesloten systeem teruggewonnen en tezamen met alle afvalstoffen aan land gebracht voor reiniging. Zelfs het regenwater dat op booreilanden op de Waddenzee valt, wordt opgevangen en afgevoerd.

Volgens het rapport van de stuurgroep zijn boorplatforms op de Waddenzee “zeer overheersend” in het landschapsbeeld, reden waarom de olieconcerns beloven dat ze er slechts vier tot zes in het gebied zelf zullen plaatsen(zie kaartje). Maar maximaal zullen er slechts twee tegelijk worden opgesteld en zo ver uit elkaar dat er op elk punt langs de kust slechts één aan de horizon kan worden waargenomen. Ook worden voorzorgsmaatregelen genomen, zegt het rapport, om de gevolgen van het baggeren (voor het leggen van pijpleidingen en plaatsing van de platforms) zoveel mogelijk te beperken. Om het - overigens zeer geringe - risico van een explosie of 'blow-out' (ongecontroleerde uitstroom van gas en lichte olie) te beheersen, worden voorzieningen getroffen zodat die stoffen niet in het water kunnen komen. Op de platforms worden ook speciale geluids- en lichtschermen geplaats die verstoring van de rust voor de vogels zoveel mogelijk moeten voorkomen.