'Partijdemocratie afgeschaft in PvdA Amsterdam'; Wethouder slaat alarm

Het bestuur van de Amsterdamse PvdA moet opstappen en nog dit jaar nieuwe verkiezingen uitschrijven. Dit schrijft de Amsterdamse wethouder P. Jonker (economische zaken) in een brief aan het bestuur. Volgens Jonker is het zittende bestuur verantwoordelijk voor de nog altijd dalende aanhang van de partij. “De poging iedereen eruit te werken die al vóór 1990 een vooraanstaande positie innam, werkt vernietigend op de partij”, schrijft Jonker in zijn brief. De voorzitter van de Amsterdamse PvdA, W. Koole, zei vanmorgen “een beetje ongeduldig” te worden van de beschuldigingen van Jonker. “We weten met z'n allen dat de partij er slecht voor staat. Elkaar bestrijden is dan niet zo zinnig. Laten we nu campagne voeren.”

AMSTERDAM, 2 NOV. De open brief die de Amsterdamse PvdA-wethouder Piet Jonker (43) gisteravond aan het Amsterdamse partijbestuur stuurde, liegt er niet om. De koers van partijvoorzitter Felix Rottenberg en zijn Amsterdamse adept Wibo Koole wordt daarin 'rampzalig' voor de partij genoemd. Hun handelwijze 'heeft meer weg van een staatsgreep dan van vernieuwing'. In Amsterdam is de partijdemocratie simpelweg 'afgeschaft'. Het oude kader wordt 'uitgezuiverd' en vervangen door 'namaak D66'ers'. Dit betekent de 'vernieling' van de partij en uiteindelijk ook het einde van de sociaal-democratie, zo voorspelt Jonker.

Waarom gooit dit enfant terrible van de Amsterdamse PvdA twee dagen voor de ongetwijfeld turbulente ledenvergadering van aanstaande donderdag nog eens olie op het vuur door, behalve een herziene kandidatenlijst, ook het aftreden van het Amsterdamse bestuur en voorzitter Koole te eisen?

Als een lachende faun zit hij in zijn kantoor aan het Waterlooplein. Al maanden geleden kondigde Jonker zijn vertrek aan na de verkiezingen. “Ik heb ze gezegd: als jullie willen dat ik blijf, dan blijf ik. Toen volgde er een heel lange, diepe stilte.” Bekend was de onenigheid die er heerste tussen Jonker en de nieuwe fractievoorzitter Eberhard van der Laan. “Hij vond dat we ons terughoudend op moesten stellen in de raad. De drammerigheid van vroeger had verloren bij de verkiezingen. Nou, ik vond dat we behoorlijk onzichtbaar werden. Er werd onvoldoende doorgedacht over hoe het dan wel in Amsterdam zou moeten”, zegt Jonker daarover.

Zijn kritiek van nu gaat veel verder. “Het vooropgezette doel van het partijbestuur is: zoveel mogelijk mensen eruit trappen en vervangen door een nieuwe garde. Dat vind ik dus een verkeerde manier van werken. Als je een bedrijf hebt dat in de problemen verkeert, dan begin je toch ook niet met de personeelschef en de verkoopmanager eruit te gooien? Je probeert de klanten weer terug te winnen met iedereen die je kunt gebruiken. Nieuwe mensen moet je eerst inwerken, ze kunnen miskleunen. Maar hier zegt de PvdA: het is electoraal een beetje fout gegaan, dus we donderen iedereen er maar uit. En dát heb ik op de kandidatenlijst tegen die door het partijbestuur is opgesteld.

“Koole zelf heeft in een brief aan mij gevraagd of ik mijn motie van wantrouwen wilde indienen. Nou, dat heb ik dus gedaan. Hij heeft om het vertrouwen van de partij gevraagd. Daarvoor is geen mooiere manier dan nieuwe bestuursverkiezingen. Misschien vindt de hele partij dan wel dat Wibo Koole moet blijven zitten en dat ik een ouwe zeur ben. Nou, dat is dan democratie. Maar zoals het nu gaat wordt die de nek omgedraaid.”

Jonker legt de schuld daarvan bij de landelijke partijvoorzitter. “Rottenberg wordt verkozen tot partijvoorzitter, vervangt het hele apparaat door zijn eigen mensen en stelt zich vervolgens ten doel alle lokale bestuurders en raadsleden van voor 1990 eruit te werken. Dat is toch wel een bizarre situatie.

“En dat geldt niet alleen voor Amsterdam, ze hebben daar aan de Nicolaas Witsenkade (de zetel van het landelijke PvdA-bestuur; red.) de kaarten aan de muur hangen voor heel Nederland. Zometeen wordt op deze manier ook de lijst voor de Tweede Kamer gezuiverd. Ik gebruik misschien grote woorden, maar dat is gewoon een langzaam uitgevoerde staatsgreep. Je komt eraan en je begint iedereen uit de trein te gooien die er vóór jouw zat, niet omdat ze het verkeerd hebben gedaan, maar gewoon om te 'vernieuwen'.

“Nieuwe kandidaten wordt ingeprent dat ze tegen de kiezers moeten zeggen: Sorry, ik weet het niet zo goed. Ik ga vooral luisteren. Ik heb wel een mening maar geen standpunt. Nou, dat zijn heel bekende D66-kreten. Ik vind dat je als partij juist de belangen van de mensen weer moet laten zien. Dáár is de PvdA volgens mij de mist ingegaan.

“Jarenlang zijn ze bezig geweest om zaken als gezondheidszorg, sociale zekerheid collectief voor iedereen te organiseren. Zo zijn ze staatsapparaat geworden, en het verband tussen die logge apparaten en het belang van burger werd niet meer gelegd. Je moet dus weer afdalen naar de belangen van mensen en minder bestuurdertje spelen. Maar niet door te zeggen, schop iedereen er maar uit en begin overnieuw.”

Dat het CDA nu eenderde van de kandidaten voor de Kamer zal vervangen, vindt Jonker wel 'heel reëel'. “Maar wat bij ons gebeurt is iets heel anders. Ik heb in Amsterdam nog niemand gehoord die zegt: Goh, wat goed van de PvdA dat ze al die oude mensen d'r uit gooien. Bovendien staan de kandidaten niet te trappelen voor een plaatsje op onze lijst. Dan zou je nog zeggen, we gooien er een paar ouden uit. De waarheid is dat ze de kandidaten met een lantaarntje moeten zoeken. Carrière maken binnen de PvdA dat spreekt toch niet echt aan. Daarvoor ga je naar de VVD of D66.”

    • Marjon van Royen