Minister Kok: Flexibel pensioen krijgt voet aan de grond; 'Voorrang voor ouderenbeleid'

DEN HAAG, 2 NOV. Werkgevers en werknemers in zowel de markt- als overheidssector moeten de invoering van een systeem van flexibele pensionering “hand in hand laten gaan” met een speciaal op ouderen gericht arbeids- en personeelsbeleid. “Ouderen moeten langer kunnen blijven werken”, zei minister Kok (financiën) gisteren op een PvdA-partijbijeenkomst in Utrecht.

Kok constateerde dat flexibele pensionering - de keuze om wat eerder of later dan 65 jaar met pensioen te gaan - bij bepaalde bedrijven “voet aan de grond” krijgt. Kok vindt het belangrijk dat de positie van oudere werknemers hoger op de agenda van het overheidsbeleid en van het sociaal overleg komt te staan.

Kok: “Als het om wetten en regels gaat, zal de gegroeide praktijk van 'jong voor oud' bij ontslagen moeten worden doorbroken”. Als voorbeeld noemde hij de intrekking per 1 januari 1994 van de ontslagrichtlijn oudere werknemers. Daardoor kunnen ouderen bij collectief ontslag niet meer met voorrang op straat worden gezet, om zodoende jongere collega's te 'sparen'.

“Het is niet goed uit te leggen dat zelfs de arbeidsvoorziening leeftijdsgrenzen hanteert van vijfendertig en veertig jaar. We zullen de rechtvaardiging van allerhande leeftijdsgrenzen onder een moderne loep moeten leggen. En veel kunnen er weg”, aldus Kok.

Mr. Ph. Lambert, voorzitter van Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (Opf), zei gisteren tijdens een persconferentie dat het systeem van vervroegde uittreding niet zomaar kan worden omgezet in een systeem van flexibele pensioenen. Dat houdt de loonkosten veel te hoog om de ondernemingen in ons land concurrerend te laten zijn met die in het buitenland. Een “forse afbouw” van de vut zal moeten plaatsvinden, voordat flexibel pensioen kan worden ingevoerd.

De vergrijzing van de bevolking dwingt volgens Lambert tot een “radicale herbezinning” op de leeftijd waarop een werknemer gemiddeld uittreedt. De Vut staat ter discussie en zou kunnen worden vervangen door een systeem van flexibele pensionering. De Vut wordt rechtstreeks uit de premies betaald van de werkenden (omslagstelsel). Ook bij flexibel pensioen kan men eerder uittreden - of later - en daarvoor wordt gedurende de loopbaan geld opzij gezet (kapitaaldekking). Maar volgens Lambert wordt omzetting van Vut in flexibel pensioen veel te duur voor de bedrijven, die (mede) de pensioenpremies moeten betalen.

De Opf-voorzitter wil verder de franchise, het bedrag van het loon dat is vrijgesteld van pensioenheffing, niet langer evenredig laten stijgen met de AOW-uitkering. Handhaving van de koppeling tussen franchise en AOW, zoals bij pensioenfondsen gebruikelijk is, zal de premies steeds verder opdrijven, voorspelt Lambert.

Lambert pleit voor modernisering van de pensioenwetgeving. Het nabestaandenpensioen zou uit de pensioenregeling kunnen worden gelicht, maar werknemers moeten wel indiviueel het nabestaandenpensioen bij hun fonds kunnen verzekeren. Om dat mogelijk te maken dienen de pensioenfondsen “bevrijd te worden van het wettelijke keurslijf dat hun verplicht vormen van verzekering over te laten aan verzekeraars”, vindt de Opf-voorzitter.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte gisteren gegevens bekend waaruit blijkt dat mensen steeds korter werken. De mannen die nu tachtig jaar of ouder zijn, hebben gemiddeld 49 jaar gewerkt. De mannen van 65 tot en met 69 jaar, de zogeheten jongste generatie onder de 65-plussers, werkten gemiddeld 42 jaar.

Vervroegde uittreding en arbeidsongeschiktheid zijn volgens het CBS de belangrijkste oorzaken dat het gemiddeld aantal jaren waarin werkt, afneemt.Het CBS heeft vorig jaar 17.000 mensen van 65 jaar en ouder ondervraagd. Van de ondervraagde mannen heeft 98 procent meer dan twintig jaar gewerkt. Voor vrouwen bedraagt dat percentage 22. De vrouwen die nu tachtig jaar of ouder zijn, hebben gemiddeld 38 jaar gewerkt; de vrouwen van 65 tot 69 jaar gemiddeld 33 jaar.