Leven onbekende pianiste verbeeld in De Laatste Dans

Voorstelling: De Laatste Dans. Choreografie en regie: Wies Merkx. Muziek: Anna Cramer. Toneelbeeld: Edwin Kolpa. Kostuums: Mirjam Pater. Licht: Carlos Flores-Navea. Gezien: 16/10 Theater aan het Spui, Den Haag. Nog te zien: 2 t/m 6/11 Amsterdam, 11/11 Hoorn, 24/11 Arnhem, 26 en 27/11 Leiden, 30/11 en 1/12 Rotterdam.

Het is een interessant gegeven waarop Wies Merkx haar produktie De Laatste Dans baseert: het vrijwel onbekende, intrigerende leven van Anna Cramer. Deze Nederlandse componiste en pianiste leefde van 1873 tot 1968. Ze woonde en werkte rond 1910 in Berlijn en had daar zowel als uitvoerend kunstenares als componiste enig succes. In 1934 moet ze weer zijn opgedoken in Amsterdam, waar ze zich volkomen uit het openbare leven terug trok en waar ze tenslotte als verwarde, ontredderde vrouw stierf.

Na haar dood ontdekte men in een (door haar bij een bank gedeponeerde) koffer zestig liederen en anderhalve opera van haar hand. Die ontdekking resulteerde in 1989 in een concert met een selectie van haar liederen en bestempelde haar tot een van de interessantste Nederlandse componisten uit het begin van deze eeuw. De Laatste Dans, een titel ontleend aan Cramer's opera Der Letzte Tanz, ging tijdens het afgelopen Holland Dance Festival in premiere. Het wil geen reconstructie van haar leven zijn, het wil een beeld oproepen van haar leven en persoon 'zoals het had kunnen zijn'.

Wies Merkx zet -in een scenario van Elmer Schonberger- drie vrouwen op het toneel, die verschillende vermoede facetten van Anna Cramer belichten: de zoekende componiste, vertolkt door pianiste Marjes Benoist, de bevlogen, voor muziek levende vrouw, gestalte gegeven door zangeres Rachel Ann Morgan en het speelse, initiatieven nemende, maar ook onzekere en vertwijfelde wezentje, uitgebeeld door danseres Anne Affourtit. In de voorstelling becommentarieren en interrumperen de drie elkaar. Soms delen zij dezelfde gevoelens, soms komt het tot flinke botsingen. De opzet is goed, de uitwerking slechts in onderdelen geslaagd. Dat ligt niet aan de uitvoerenden, die ieder op hun eigen gebied voortreffelijke prestaties leveren, de zwakte ligt in de regie en compositorische structuur. Daar heeft Wies Merkx geen heldere opbouw in weten aan te brengen en voor vormen gekozen die in afzonderlijke fragmenten wel overtuigend zijn maar gezamelijk niet tot een gave en volledig boeiende voorstelling hebben geleid. De mengeling van abstractie en realisme werkt eerder verwarrend en isolerend dan versterkend.

Spel, muziek en dans samenbrengen blijft een moeilijke zaak, zeker wanneer de vertolkers zich op elkaars terrein moeten begeven. Zoals gezegd, aan de uitvoerenden ligt het niet: Benoist speelt fraai, Morgan zingt prachtig en Affourtit geeft een subtiliteit, kracht en expressiviteit aan haar bewegingen die schitterend is. Hun talenten overschaduwen die van Wies Merkx.

    • Ine Rietstap