KEMA wil af van kritisch onderzoeker

ROTTERDAM, 2 NOV. Prof.dr.ir. C.D. Andriesse, deskundige op het gebied van kernenergie, heeft van zijn werkgever KEMA het advies gekregen een andere baan te zoeken. Hij zou te kritisch zijn over ontwikkeling en toekomst van kernenergie.

Ook is Andriesse “onder druk” gezet om andere financieringsbronnen te zoeken voor zijn bijzonder hoogleraarschap elektriciteitsleer in Utrecht. Die leerstoel wordt nu betaald door de Vereniging van directeuren van elektriciteitsproducenten (VDEN).

Andriesse verklaarde dit gisteren in een radio-documentaire van het Humanistisch Verbond over vijftig jaar kernenergie. Dit voorjaar heeft hij van de KEMA-directie een notitie ontvangen waarin hem werd meegedeeld dat hij een andere werkgever moet zoeken. Hij verwijt KEMA (adviseur en dienstverlener op het gebied van elektriciteit) wetenschappelijk kennis over door hem verricht onderzoek “binnen te houden”.

KEMA bevestigt dat Andriesse is verzocht naar een andere werkgever uit te kijken en onthoudt zich verder van commentaar.

Na het ongeval met de Amerikaanse kerncentrale in Harrisburg in 1979 deed Andriesse onderzoek naar de oorzaken die tot de kernsmelting hadden geleid en naar de mogelijke gevolgen van kernrampen. Hij kwam tot de conclusie dat ook de kern van een lichtwaterreactor kan smelten. Van de 425 kernreactoren die in de wereld draaien zijn er 328 lichtwaterreactoren. Ook de centrales in Borssele en Dodewaard zijn van dit type. Andriesse in de documentaire: “Toen men na de ramp in Tsjernobyl zei dat dat bij ons nooit zou kunnen gebeuren, gingen mijn haren overeind staan. Het kan wel, ik heb ook gezegd wanneer. Dat heeft me in de problemen gebracht.”

Volgens Andriesse, vroeger pleitbezorger van kernenergie (in 1982 schreef hij met prof. A. Heertje het boek Kernenergie in beweging), is bij KEMA sprake van een “paternalistische houding”. “Sommige dingen kun je maar beter niet aan de burgers vertellen. Die snapten dat toch niet en die moest je niet onnodig ongerust maken. Er was heel duidelijk sprake van kennis die men binnenhield.”

Het belangrijkste argument van KEMA was dat de kennis, door onderzoek van Andriesse verzameld, industrieel eigendom is. Opdrachtgevers hebben ervoor betaald. “KEMA is niet onafhankelijk”, aldus Andriesse. “Zowel KEMA als de VDEN is een onderdeel van de atoomlobby.” Andriesses oordeel over kernenergie nu: “Het zal verdwijnen. De technologie bezwijkt aan haar eigen complexiteiten.”

De secretaris van de VDEN, H.F.M. Zewald, zegt dat zijn organisatie niets tegen Andriesse als hoogleraar heeft. Maar het contract voor de leerstoel in Utrecht loopt volgend jaar af, zegt Zewald, en dan wil de VDEN meewerken aan concentratie van vakgroepen op het gebied van de elektriciteitsleer aan de technische universiteiten van Delft en Eindhoven. Wat de VDEN betreft kan Andriesse aan een nieuwe academie Energieleer in Eindhoven een leerstoel krijgen als dat past in het onderwijsprogramma.