Karpov: Geen mindere kampioen

Een korte remise in de 21ste partij bracht de eindstand in de FIDE-wereldkampioenschapsmatch tussen Anatoli Karpov en Jan Timman op 12,5-8,5. De Rus eist met deze zege de FIDE-wereldtitel op. Die was vacant geworden nadat Gari Kasparov had besloten 'zijn' titel onder de vlag van de PCA te verdedigen.

Wit: Timman. Zwart: Karpov.

1. d2-d4, Pg8-f6, 2. c2-c4, e7-e6, 3. Pb1-c3, Lf8-b4, 4. Dd1-c2, 0-0, 5. a2-a3, Lb4xc3+, 6. Dc2xc3, b7-b6, 7. Pg1-f3, Lc8-b7, 8. e2-e3, d7-d6, 9. b2-b3, Pb8-d7, 10. Lc1-b2, Dd8-e7, 11. Lf1-e2, c7-c5, 12. 0-0, Ta8-c8, 13. Ta1-c1, d6-d5, 14. d4xc5, Pd7xc5, 15. Dc3-e5, Tf8-d8, 16. Pf3-d4, De7-f8, 17. f2-f3, d5xc4, 18. Le2xc4, Lb7-d5, 19. Lc4xd5, remise.

JAKARTA, 2 NOV. De telefoon in de suite van Anatoli Karpov staat nauwelijks stil. Karpov, die vandaag in Jakarta voor de vierde keer in zijn carrière de lauwerkrans voor de hoogste titel van de wereldschaakbond FIDE kreeg omgehangen, voert zijn deel van het gesprek doorgaans op vriendelijke maar zakelijke toon. De taal waarin gesproken wordt is meestal Russisch. Gedecideerd dirigeert Karpov de conversatie in zijn vaste telefoonhouding. Staand, met één hand in de zij, en kijkend naar een onbestemd punt voor hem. Het welvaartsbuikje dat de laatste jaren steeds moeilijker te verdoezelen was, is er door het exquise eten in het Jakarta Hilton niet minder op geworden.

Met een verontschuldigende glimlach gaat hij tussendoor zitten om terug te blikken op de gewonnen match. Hij ziet er moe uit. Maar ondanks een koortslip en de wallen onder zijn ogen, praat hij monter en opgewekt. En waarom ook niet? De organisatie in Jakarta was de beste die hij ooit tegenkwam, de match werd al met al met opmerkelijk gemak gewonnen, en hij heeft de wereldtitel terug die hij in 1985 moest afstaan aan de komeet Kasparov.

Met de herwonnen onaantastbaarheid van de kampioen geeft Karpov een grove schets van zijn overwinning op Timman. “Aanvankelijk had Jan dankzij zijn openingsvoorbereiding het initiatief, maar na vier, vijf partijen raakte hij dat kwijt. Voor het overgrote deel van de match lag het initiatief toen bij mij en liet ik op openingsgebied meer zien dan Jan.” Het is een conclusie die Timman en zijn secondanten met enig ongeloof zullen aanhoren. Meer dan eens vroegen zij zich verbijsterd af wat Karpov en zijn team in vredesnaam hadden voorbereid. Tot hun spijt zullen zij minder kunnen inbrengen tegen zijn verdere analyse. “Waarschijnlijk was ik taktisch sterker. In ieder geval speelde ik beter in moeilijke stellingen. Ik nam mijn kansen waar, terwijl Jan er niet in slaagde ze te grijpen. Als hij minder kwam te staan, verloor hij. Dat was zijn probleem.”

Karpov is het niet een met Timmans opmerking dat het niveau van de match achteruit denderde, nadat aan de vooravond van de tiende partij in Amsterdam bekend was geworden dat Oman zich had teruggetrokken als organisator van de tweede helft. “Jan is gewoon teleurgesteld over de drie partijen die hij hier op rij verloor. De beslissende partij van de match was de veertiende, toen hij met zwart een duidelijke winst miste en zich niet wist te herstellen.” Zelf had Karpov zich niet door de beslommeringen rond het al dan niet voortzetten van de match van de wijs laten brengen. “Die onzekerheid is natuurlijk erg vervelend, maar ik probeerde er niet aan te denken. Het leek me belangrijker mijn schaakkracht te tonen en daarna al die andere problemen op te lossen.” Iets wat hij halverwege de match dan ook probeerde. “Toen ik na het Nederlandse deel in Moskou was, heb ik gezocht naar sponsors in Rusland. Ik was voortdurend in de weer en had zelfs geen uur de tijd om aan schaken te werken.”

Karpovs zelfverzekerdheid neemt alleen maar toe, wanneer de vraag ter tafel komt hoe het nu verder moet met een schaakwereld die twee wereldkampioenen heeft. “We zitten een beetje met een rare situatie, omdat Kasparov en Short de benen hebben genomen. Maar we hebben het natuurlijk over Kasparov, omdat Short niet serieus genomen hoeft te worden.” De situatie doet hem denken aan 1975 toen Fischer zijn titel niet verdedigde en Karpov tot kampioen werd uitgeroepen. “Kasparov speelt nog wel, maar hij heeft het officiële systeem verlaten. Hij is nu de wereldkampioen van zijn eigen professionele organisatie en ik ben wereldkampioen van de FIDE.” De gedachte aan een match met Kasparov sluit hij niet uit, hoewel hij geen enkele haast heeft. “Ik denk dat Kasparov minstens zo geïnteresseerd in zo'n match is, zo niet meer, als ik. Hij zal nog meer moeite hebben om te leven met de gedachte van twee wereldkampioenen.”

Nadat Karpov de wereldtitel van Fischer cadeau had gekregen, legde hij binnen enkele jaren de hardnekkigste critici het zwijgen op met een eindeloze reeks toernooi-overwinningen. Ook nu zegt hij niet te geloven dat de publieke opinie Kasparov vanzelfsprekend zal blijven zien als de grootst levende speler. “Mijn toernooi-overwinningen zijn niet verdwenen. Ik kan iedere criticus vertellen dat niemand ooit zoveel gewonnen heeft, of zal kunnen winnen, als ik. Ook Kasparov niet. Hij zou tien jaar lang zes of zeven toernooien moeten winnen om mij in te halen. Dit is mijn 116de toernooiwinst sinds ik in 1966 als internationaal meester mijn eerste toernooi won. Wat ik daarvoor heb gewonnen heeft nooit iemand geteld.”

De tegenwerping dat hij en Timman weinig recht van spreken zouden hebben, omdat ze allebei een match van Short verloren, wimpelt hij achteloos weg. “Dat waren ongelukjes. Bij Jan een verkeersongeluk en bij mij een psychologisch ongeluk. Natuurlijk is Short niet beter dan Timman of mij. Hij was niet eens in staat een echt gevecht aan te gaan met Kasparov, die moedwillig de match rekte.”

Karpov is evenmin onder de indruk van Kasparovs zogenaamde superieure spel. “Ik vertel al jaren dat Kasparov over zijn top heen is. Ik kan niet zeggen dat ik op mijn sterkst speel, dat is niet zo, maar de laatste twee jaar heb ik een uitstekend niveau gehandhaafd. Je hebt natuurlijk altijd mensen die twijfels blijven houden en iemand beter blijven vinden, ook al is hij dat niet.”

Het grote verschil tussen zijn eigen verrichtingen en die van Kasparov blijkt afgelopen jaar in een klein partijtje gezeten te hebben. In Linares werd Karpov na een openingsfout met wit in recordtempo door zijn vijand onder de voet gelopen. Sommigen bejubelden Kasparovs bliksemoverwinning als een klein meesterwerk, anderen vonden het na wits vergissing louter een kwestie van techniek. Karpov is ook niet onder de indruk. “Op dat moment streden we om de eerste plaats, maar door dat domme partijtje ontstond er een geheel vertekend beeld van onze recente prestaties. Vergeet niet dat ik afgelopen jaar heel wat toernooien won.”

Nog één keer onderneemt de verslaggever een poging Karpov in alle redelijkheid te laten inzien dat zijn rivaal meer recht heeft zich de beste schaker ter wereld te noemen. Helaas begint hij zijn tegenwerping met de excuserende opmerking dat de PCA-wereldkampioen het afgelopen jaar niet zo heel veel heeft gespeeld. Het blijkt een kans voor open doel. “En waarom zou hij dan een beter speler moeten zijn? Dat begrijp ik dus niet. De situatie lijkt me wel duidelijk. Er zijn twee systemen. Ik ben wereldkampioen in het ene systeem en hij in het andere. Hoe het verder gaat, zal de toekomst leren. Misschien komt het tot een super-match. Maar die is voor Kasparov belangrijker is dan voor mij.”

    • Dirk Jan ten Geuzendam