Japan schrikt van bankroet bij bouwbedrijf

TOKIO, 2 NOV. Japan is opgeschrikt door de grootste surséance sinds de Tweede Wereldoorlog. Een op zichzelf obscuur bouwbedrijf bij Osaka, Muramoto genaamd, ging gisteren te gronde aan een bankschuld van mogelijk maximaal 590 miljard yen, dat is omgerekend 10 miljard gulden.

Volgens analisten vandaag is de surséance van betaling een signaal dat de banken niet langer bereid zijn hun met forse schulden beladen klanten financieel bij te springen. Meer grote faillissementen zouden volgen. Daarbij speelt dat de banken hun slechte debiteuren snel kwijt willen, om schoon schip te maken ten einde de winstgevendheid van het bankbedrijf voor de toekomst veilig te stellen.

Het ineensgestorte bedrijf had ten tijde van de luchtbel-economie van buitensporige speculatie aan het eind van de jaren tachtig een slordige 300 miljard yen geïnvesteerd in golfbanen en vakantiehuizen. Dat gebeurde hoofdzakelijk via joint ventures met jonge onroerend-goedfirma's. De financiering geschiedde met bankleningen en uitgifte van obligaties, waarbij het onroerend goed als onderpand diende. Toen de luchtbel-economie barstte en de prijzen van grond en ander onroerend goed kelderden, bleef Muramoto zitten met onrendabel geworden investeringen en zaten de financiers opgescheept met onderpand dat nog maar een fractie waard was van de oorspronkelijke prijs.

Intussen was de bankschuld verder opgelopen, waarbij de executeurs het gisteren hielden op 450 miljard yen. Maar de gezaghebbende Teikoku Databank, een private instelling voor kredietonderzoek, zei vandaag dat het volgens haar berekeningen 590 miljard yen moet zijn.

In april kreeg Muramoto nog een nieuwe lening van de banken van 15 miljard yen. In september vroeg het opnieuw om 30 miljard yen krediet, maar omdat het bedrijf in gebreke was gebleven onroerend goed ter waarde van 100 miljard yen te liquideren, weigerden dit maal de banken en was de surséance een feit. Daarbij hadden de banken ontdekt dat het bedrijf op zijn beurt onderaannemers leningen had verstrekt, die niet op de balans stonden vermeld.

Muramoto, in 1908 opgericht, staat nummer 23 op de ranglijst van grote Japanse bouwbedrijven in termen van omzet. Vorig jaar bedroeg de omzet 291,5 miljard yen en maakte het bedrijf vooral wegens de hoge renteafdrachten aan de banken een verlies van 2,3 miljard yen. Het heeft 125 branches over heel Japan verspreid en 2.190 werknemers in dienst.

De Bank van Japan, die toezicht houdt op het bankwezen, heeft gisteren de betrokken banken opgeroepen maatregelen te nemen om een kettingreactie van faillissementen in de regio rondom Osaka te voorkomen.

De 21 grootste Japanse banken hebben officieel voor 12,7 biljoen yen ultimo 31 maart aan slechte leningen uitstaan, iets meer dan drie procent van hun totale activa. Het bedrag zou volgens de Japanse media intussen zijn opgelopen tot 14 biljoen yen. Waarnemers schatten het bedrag veel hoger als ook rekening wordt gehouden met de zogeheten non-banks. Dan zou het bedrag uitkomen op wel zo'n 40 biljoen yen.

Vorig jaar richtten de banken met steun van de autoriteiten een instituut op dat slechte leningen zou overnemen. Maar dat loopt nog niet zo hard. Tot nu toe is zo'n 1 biljoen yen naar het instituut afgeschoven, ondanks het feit dat de banken op deze manier hun verlies fiscaal mogen afschrijven.

Het record-bankroet stond tot nu toe op naam van Sanko in 1985, dat eens de grootste tankervloot ter wereld had. De eigenaar was een vooraanstaand politicus van de LDP, die na jarenlang onverantwoorde financiering pas door de knieën ging toen premier Nakasone en minister Takeshita van financiën hem lieten vallen.