Invloedrijke Wathey maakt smadelijke val

ROTTERDAM, 2 NOV. Claude Wathey, de 67-jarige politicus die meer dan veertig jaar de 'ongekroonde koning' van het Antilliaanse eiland Sint Maarten was, heeft een smadelijke val gemaakt. Vrijdagavond werd hij door de politie op het eiland gearresteerd wegens verdenking van corruptie en oplichting. Zaterdagochtend is hij naar Curaçao overgebracht en ingesloten. Zo'n honderd protesterende aanhangers probeerden door een omsingeling van het vliegtuig waarmee hij werd afgevoerd te verhinderen. Na een uur wisten de politie en Wathey zelf ze ertoe te bewegen de actie op te geven.

Op korte termijn wordt Wathey verhoord door de rechter-commissaris over zijn mogelijke betrokkenheid bij een schandaal rond de uitbreiding van de Prinses Juliana luchthaven en de aanleg van een haven op Sint Maarten. Wathey heeft waarschijnlijk in 1989 een belangrijke rol gespeeld bij het aangaan van een lening van 35 miljoen dollar door het bestuur van de luchthaven waarvan 12,5 miljoen dollar is verdwenen, en bij het betalen van smeergelden aan Italiaanse aannemers. Aangezien het eilandbestuur grootaandeelhouder van de luchthaven is, kan de overheid nog aansprakelijk worden gesteld.

In deze zaak is grootscheeps onderzoek verricht, eerst door de politie van Sint Maarten. In juni kreeg de politie, op instigatie van Nederland, hulp van twintig Nederlandse en een aantal Antilliaanse opsporingsambtenaren en werd het onderzoek geïntensiveerd onder de naam 'actie-Watersnood', waarbij ook een nauwe samenwerking met de Italiaanse politie werd opgezet. Op 16 oktober had het openbaar ministerie op Sint Maarten zoveel aanwijzingen in handen dat de directeur van de luchthaven, Frank Arnell, en de vroegere gezaghebber (burgemeester) van Sint Maarten, de advocaat Ralph Richardson, werden gearresteerd en naar Curaçao overgebracht. Vorige week is ook de voorzitter van de raad van commissarissen, Al Wathey, een zoon van Claude Wathey, in de gevangenis Koraalspecht op Curaçao vastgezet. De drie worden verdacht van valsheid in geschrifte, oplichting, meineed en “deelname aan een organisatie die tot doel heeft misdrijven te plegen”.

Het schandaal met de Prinses Juliana luchthaven was vorig jaar een van de belangrijkste redenen voor de vervanging van gezaghebber Richardson van Sint Maarten. Ook werd in juni 1992 de maatregel van 'Hoger toezicht' uitgevaardigd waardoor het eilandbestuur onder curatele van Nederland werd gesteld.

Onder Claude Wathey had zich een bestuur gevormd dat het minder nauw nam met de administratie en verantwoording van uitgaven. Zonder toestemming van Wathey, die al een grote invloed had door zijn rijkdom en zakelijke belangen, kwamen er geen projecten op Sint Maarten van de grond.

Wathey was in de veertig jaar dat hij de scepter zwaaide over het eiland meestal adviseur van het bestuurscollege. Maar als voorzitter van de Democratische Partij, lange tijd veruit de grootste groepering, had hij de touwtjes stevig in handen. Bij benoemingen van ambtenaren en vertegenwoordigers van het bestuur op belangrijke posten had hij de belangrijkste stem. Zo werd Wathey's zoon Al voorzitter van de Raad van commissarissen van de luchthaven. In 1988 presenteerde deze raad een plan voor uitbreiding van de luchthaven, dat 43,5 miljoen dollar moest gaan kosten. Later bleek uit onderzoek van Nederlandse deskundigen dat dit bedrag nooit uit de opbrengsten van de luchthaven gefinancierd kon worden. Maar in 1989 werd, met medeweten van Claude Wathey in opdracht van zijn zijn zoon Al een lening van 35 miljoen dollar aangegaan bij de bank Icle in Milaan. Die lening was verkregen door tussenkomst van een vriend van Wathey sr. op Sint Maarten, de Italiaanse hotel- en onroerend goed-eigenaar Rosario Spadaro. Spadaro onderhield ook de contacten met twee Italiaanse aannemersbedrijven waaraan de orders waren gegund.

Van de lening van 35 miljoen dollar werd 13,5 miljoen dollar aan de constructiemaatschappijen uitbetaald, zonder dat zij er ooit een schop voor in de grond staken. Toen dat allemaal aan het licht kwam, schoof het eilandbestuur van Sint Maarten Claude Wathey als adviseur aan de kant, ontsloeg de raad van commissarissen en benoemde een nieuwe raad. Maar de luchthaven bleef met een enorm financieel gat zitten. De Milanese bank claimt nog steeds de verdwenen 13,5 miljoen dollar plus de gederfde rente en heeft cassatie bij de Hoge Raad in Den Haag ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het Gerechtshof in Willemstad, dat de leenovereenkomst in december vorig jaar ongeldig had verklaard.

Justitie moet wel over sterkte aanwijzingen tegen Claude Wathey beschikken, want de rechtbank op Sint Maarten bepaalde in oktober vorig jaar nog in een civiele procedure om schadevergoeding die de luchthaven tegen hem had aangespannen, dat Wathey niet verantwoordelijk was voor het miljoenenverlies. Desondanks is Wathey vanaf deze zomer door de politie verhoord en in het kader van de actie-Watersnood werd huiszoeking bij hem en een rij andere betrokkenen gedaan.

In de dossiers die daarbij in beslag zijn genomen, zit ook een proces-verbaal, opgesteld door het “corps Carabinieri van de justitiële politie” in Venetië, die onderzoek doet naar de praktijken van de mafia in Italië en het buitenland. De Carabinieri hadden telefoongesprekken opgenomen tussen de Italiaan Spadaro op Sint Maarten en een grote aannemer, Graci van de firma IRA in Catania. Daaruit blijkt duidelijk dat smeergeld is betaald en dat een geheime overeenkomst tussen “hooggeplaatste personen” op Sint Maarten en de aannemer Graci is gesloten om een hogere prijs voor het werk op het vliegveld overeen te komen dan de werkelijke kosten. “Uit gesprekken kan men opmaken dat er privé-belangen met de werkzaamheden verstrengeld zijn die niet in het contract vermeld worden”, aldus het proces-verbaal. “Bij al deze zaken is duidelijk de bedoeling aanwezig enkele normen te overtreden om de uitvoering van door kredietinstellingen gefinancierde werken toegewezen te krijgen.”

    • Theo Westerwoudt