IJskoude nachtwake rond grenshospitium

AMSTERDAM, 2 NOV. Het is ijskoud als een groep van 25, voornamelijk oudere mensen zich verzamelt bij het Amsterdamse metrostation Holendrecht. De meesten van hen trachten zich tegen de koude te beschermen met mutsen, handschoenen en wollen dassen. Ze noemen zich de 'ombouwers' en ze houden deze avond van Allerheiligen een nachtwake bij het grenshospitium voor kansloze asielzoekers in Amsterdam-zuidoost.

Achter een spandoek met de tekst 'Liberté pour tous' zet het groepje zich om ongeveer vijf uur 's middags langzaam in beweging richting het hospitium. “Onze heiligen zullen ons vanacht warm houden”, zegt een oude man terwijl hij in zijn verkleumde handen blaast. “Iedereen heeft vanacht een heilige bij zich, van Jezus tot John Lennon.” Hij knikt naar een jongen die een foto van een priester om zijn nek heeft hangen. Zijn heilige voor deze nacht.

Na ongeveer vijftien minuten lopen, komen de donkere contouren van het grenshospitium in zicht. Een golf van verontwaardiging gaat door het groepje. “Schande”, zegt de oude man zachtjes. Een vrouw van ongeveer dertig, die met een fiets aan de hand loopt, gaat verder. “Het is toch net een concentratiekamp”, roept ze terwijl ze met haar want naar de metershoge hekken rondom het gebouw wijst.

Bij de ingang van het gebouw eindigt de wandeling. Een gitaar wordt ontdaan van zijn hoes en op het hek van het hospitium wordt een bord met de tekst 'Herberg de Vrijheid' gemonteerd. “Deze vluchtelingen moeten worden behandeld als gasten in Nederland en niet als criminelen. Het grenshospitium moet worden omgebouwd tot herberg”, zo verklaart de oude man de naam die hun groep draagt. Maar dan knijpt hij zijn ogen toe en fluistert: “Spreekwoordelijk dan, hè.”

Om de nacht door te komen wordt gebeden, gezongen, gedichten voorgedragen en verhalen verteld, terwijl de groep zich warmt aan een zelfgestookt vuur. “Misschien komt Beatrix ook nog”, zegt een oude vrouw hoopvol. “Ze is uitgenodigd en heeft niet laten weten dat ze niet komt.”