Gödel

De film 8 1/2 van Fellini die zondag op de televisie was, zag ik voor de derde keer in mijn leven en deze keer viel me iets op waaraan ik me vroeger niet gestoord had.

De plotselinge overgang van diepe wanhoop naar blijde levensaanvaarding. De hoofdpersoon, een filmregisseur, is net gevlucht van een persconferentie waar zijn nieuwe film aangekondigd zou worden. Hij weet dat er helemaal geen film zal komen, want hij kan het niet meer. Hij wil zich van kant maken. Uitgeput en wanhopig zit hij in zijn auto. Dan zegt hij: “Waar komt toch die kracht vandaan die ik ineens in me voel?” Meteen daarna zien we de blijde apotheose, waarin alle figuren die we eerder hebben gezien in optocht onder vrolijke muziek hun rondjes lopen. De artistieke crisis van de filmregisseur is voorbij, zijn film komt er toch. Onverwacht is dat niet. De film die de regisseur aan het maken was, is de film 8 1/2 zelf. Het gelukkige einde was vanaf het begin gegarandeerd, we wisten dat de regisseur tenslotte zijn film zou maken, want het was de film waar we naar keken. Maar op de vraag waar die kracht vandaan kwam, die dat plotseling mogelijk maakte, werd geen antwoord gegeven. Ik miste iets. Niet zozeer een psychologische verklaring van de abrupte ommekeer, maar een artistieke rechtvaardiging. Het had toch zo makkelijk opgelost kunnen worden. We hadden een paar keer een criticus gezien, die voortdurend smalende commentaren gaf op de slordige ongerichtheid en intellectuele onverantwoordelijkheid van de film die in de film gemaakt werd, de film waarin hij zelf speelde en die wij zagen, 8 1/2. Die criticus had tijdens de feestelijke slotscène nog een laatste commentaar kunnen geven: “Typerend, deze door niets gerechtvaardigde bliksemsnelle overgang van wanhoop naar extase. Typerend voor de louter associatieve werkwijze van dit intellectuele lichtgewicht.” Dan was de overgang niet verklaard, wat ook niet nodig was, maar wel op zijn plaats gezet. Alles was rond geweest. Zo had ik het gedaan als ik Fellini was geweest, dacht ik.

Niet dat ik die afronding bitter miste. De hele film had ik me al verheugd op de feestelijke slotscène en op de ontroering die ik dan zou voelen, en toen die scène tenslotte kwam, bedacht ik dat dit soort reflectie op de eigen geroerdheid volgens Kundera de definitie van kitsch is, maar dat maakte me niet uit. De ontroering bleef en was nu, geheel in de geest van 8 1/2, een majestueuze drietrapsraket geworden van ontroering, tevredenheid met de eigen ontroering en reflectie op het kitschgehalte van die tevredenheid. Toen het afgelopen was, had ik behoefte aan een omroepster die de eenzame buiskijkers tot een emotionele eenheid zou samensmeden door nog eens te zeggen dat het prachtig was geweest.

Terwijl wij naar 8 1/2 keken, zagen de Italiaanse kijkers Amarcord, waar ik af en toe naar overschakelde, om me deel te voelen van de wereldgemeenschap van rouwenden. Het is niet verwonderlijk dat de hele wereld Fellini zo aan het hart heeft gedrukt. “Zo invoelbaar, zo zacht, zo menselijk”, zei Fons Rademakers gisteren. Ja. Bij de Italianen, in Amarcord, zag ik een fascistische knokploeg door de straten rennen en het leek een vriendelijk nostalgisch beeld. In 8 1/2 duikelden de strenge katholieke paters in een achtervolgingsscène als komische Keystone cops van de heilige moraal over elkaar heen. Waar is het kwaad bij Fellini, was hij niet wat al te warm menselijk? Nu ja, dat is later zorg.

Het beeld van Fellini als een zuiver intuïtief werker die met slechts een vaag plan in het hoofd een rij rare types van de straat haalde en dan pas zijn film bedacht, wordt door de structuur van 8 1/2 niet bevestigd. Een film maken over de produktie van een film is op zichzelf niet zo ingewikkeld, maar wel als die twee films samenvallen, zoals hier. Acteurs spelen acteurs die spelen dat ze acteur zijn. Bovendien liepen heden en verleden door elkaar. Het moet moeilijk zijn om zo'n ingewikkelde constructie zonder knarsen van de grond te krijgen.

Niemand zal 8 1/2 kunnen zien zonder te denken aan de beroemde stelling van Gödel uit de wiskundige logica. Gödel liet een wiskundig systeem samenvallen met een systeem van uitspraken over dat wiskundig systeem. De rekenkunde spreekt over zichzelf, in de symbolische taal van de rekenkunde. Wat het systeem over zichzelf zegt, is dat het niet zowel consistent als volledig kan zijn. Er blijven altijd gaten over, stellingen die niet in het systeem zelf bewezen of weerlegd kunnen worden. De beroemde Gödelgaten, die door sommigen ten onrechte worden beschouwd als een bewijs dat de mens altijd meer zal kunnen dan de machine. Het Gödelsysteem van 8 1/2 was consistent geweest, het knarste niet. Het moest dus onvolledig zijn en het gat had ik gezien, dat was de laatste scène met de kribbige criticus, die ik had gemist.

Uit de stelling van Gödel blijkt dat ieder gat op zichzelf makkelijk gestopt kan worden, maar dat het niet helpt, omdat dan onvermijdelijk elders een nieuw gat valt. Bij het kijken naar 8 1/2 had ik geprobeerd een gat te stoppen. Zou mijn lapwerk elders een nieuw gat hebben opgeleverd, net zoals in de wiskunde? Ik bedacht dat dat inderdaad het geval zou zijn geweest. Door de ingewikkelde structuur van 8 1/2 was geen enkele gebeurtenis in die film definitief. De regisseur kan zich een kogel door de kop schieten en dan weer opstaan, waardoor blijkt dat het schot slechts een gebeurtenis was in de film binnen de film. Iedere scène is steeds voor verschillende uitleg vatbaar. Maar op een gegeven moment moet dat ophouden. In de laatste vrolijke optocht komen alle niveaus bijeen, dan valt de film die het onderwerp van 8 1/2 is, werkelijk samen met 8 1/2 zelf. Het is bedoeld als een levensbevestigende loutering, die volstrekt opgeheven zou worden als daarna de verschillende niveaus weer gescheiden zouden worden, en de film opnieuw een commentaar zou geven op de film zelf. Als tijdens die laatste optocht de criticus opnieuw een smalend commentaar zou geven, zou het betekenen dat de film niet af was en ook nooit af zou kunnen komen, dat er eeuwig doorgegaan zou kunnen worden met commentaar geven op commentaar. De verbetering die ik had bedacht zou een fatale fout zijn geweest. Fellini had het goed gedaan, hij had een onschuldig gat laten zitten om een veel groter gat, waardoor zijn hele werk uiteengescheurd zou worden, te vermijden, en ik was blij dat de wiskundige logica mij tot dit inzicht had gebracht.

    • Hans Ree