Ezelsoren

Nu niet mijn pas inhouden. Gewoon doorlopen. Over twintig meter ben ik zijn winkeltje voorbij. Ik houd het net sinaasappelen achter mijn rug verborgen. Het liefst maakte ik mij even onzichtbaar. Wat klinken mijn hakken luid in dit smalle straatje!

Gisteren heb ik iets stoms gedaan. Ik ben voor het eerst zijn winkeltje binnengegaan. Dat had ik nooit moeten doen. Ik had hem en zijn groenten moeten blijven ontkennen. Precies wat ik altijd deed wanneer ik - op weg naar huis - met mijn supermarktboodschappen langs zijn uitgestalde kisten kwam. Want ik weet dat de kleine middenstand het moeilijk heeft. Maar mijn eigen portemonnee heeft het ook moeilijk, dus koop ik tóch in de supermarkt.

Zolang ik deed of ik hem niet zag waren die schuldgevoelens nog te verdragen, maar nu ik kennis met hem heb gemaakt, wordt mijn heulen met het grootkapitaal ineens een misdaad die mij kan worden aangerekend.

Ik moet wel de wanhoop nabij geweest zijn, gisteren. Akkoord: niemand had ezelsoren, behalve hij. Maar waarom kwam ik niet op de gedachte om gewóne sla te kopen? Die had ik overal kunnen krijgen. Alsof mijn etentje zonder ezelsoren een mislukking zou zijn geworden! Hij hielp mij trouwens alsof ik een volslagen onbekende was. Ik hield mij eveneens van de domme; ik betaalde een gulden meer en vertrok met het air van een dure dame.

O jé, daar komt hij zijn winkel uit en gaat kisten stapelen. Omkeren kan ik niet meer. Hij heeft mij natuurlijk allang gezien. Met die sinaasappelen! Wat moet ik doen? Loop ik door met een stalen smoel? Zo van, mijn linkerhand weet niet dat mijn rechter een net vol knaloranje sinaasappelen achter mijn rug verborgen houdt?

Ik sta stil en ga geïnteresseerd staan kijken naar iets dat er niet is. Zodra hij zijn rug naar mij toe draait, zal ik langs hem sjezen. Nú!

En dan breekt het net. De man draait zich om. Van sinaasappelen rapen heeft hij verstand. Binnen een tel houdt hij er zes in elke hand. Hij loopt zijn winkel in voor een plastic tasje en overhandigt mij de oranje-appels met een uitdrukking alsof hij mij nog nooit eerder heeft gezien. Kortom: een heer.

Nu durf ik er helemaal nooit meer langs.