De kunst van het gestapeld wonen

“Gestapeld wonen is een kunst apart”, zei een voorzitter van een Amsterdamse deelraad onlangs. In Amsterdam weten ze daar alles van: bij de politie worden jaarlijks 20.000 klachten over geluidsoverlast gemeld. De Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting van Amsterdam heeft inmiddels een brochure van veertig pagina's samengesteld, getiteld Burenoverlast, voor instellingen die de klachten van bewoners moeten behandelen. Misschien had men beter kunnen volstaan met één welgemeende raadgeving voor getergde buren: verhuis, als het even kan. Want een slechte buur blijft meestal een slechte buur.

Neem de dames Westra, Dormolen, Konings en Van Weerden die zich vandaag bij de Utrechtse politierechter, mr. L. Voncken, moeten melden. De eerste is verdachte, de andere drie zijn getuigen. De dames wonen in hetzelfde deel van een flatgebouw in Amersfoort. Mevrouw Westra zou in oktober 1991 haar benedenbuurvrouw, mevrouw Dormolen, met een bezemsteel te lijf zijn gegaan. De twee andere dames zagen toe en alarmeerden vervolgens de politie.

Mevrouw Dormolen is een statige, donkere vrouw van omstreeks vijftig jaar - een jaar of vijftien ouder dan de verdachte. Zij ziet er in haar bruine japon aanzienlijk sjieker uit dan de drie andere vrouwen. Pumps tegen gympies, zo zou je het uiterlijke onderscheid tussen slachtoffer en dader kunnen omschrijven.

Volgens mevrouw Dormolen die op de begane grond woont, heeft het nooit geboterd tussen haar en mevrouw Westra. Ze zegt tegen de rechter: “Al op de eerste dag dat ik hier kwam wonen, riep zij van Westra tegen me: “Je moet hier niet komen, ik heb de vorige bewoners ook weggepest.”

De rechter toont zich niet overmatig geïnteresseerd in de wortels van het conflict. Geen wonder. De atmosfeer in het slecht geventileerde rechtszaaltje is broeierig, een schoolklas van jongenspubers is juist vertrokken en heeft een adembenemende zweetlucht achtergelaten. En dan verschijnen er enkele Amersfoortse dames die niets beters weten te doen dan elkaar met een bezemsteel te lijf te gaan - als om te onderstrepen dat aan het beroep van strafrechter minder glamour kleeft dan velen denken.

Bovendien wachten er op de gang nog vele verdachten. De rechter stoot dus maar snel door naar de kern van de zaak: wat is er die dag gebeurd? Heeft mevrouw Westra inderdaad met een bezemsteel geslagen, zoals de tenlastelegging stelt?

Dat blijkt niet zonneklaar uit de getuigenissen van de twee andere buurvrouwen. “Ik zag haar wel zwaaien met een bezem, maar ze heeft haar niet geraakt”, zegt mevrouw Van Weerden. En mevrouw Konings: “Ik heb niet gezien dat ze geslagen is.”

Maar het slachtoffer, mevrouw Dormolen, houdt vol dat ze fors geraakt is door de steel van de bezem. “Aan de linkerkant van mijn gezicht. Een kies raakte kapot en moest vervangen worden door een stift. Ook ben ik op mijn linkerarm en mijn been geraakt.”

Mr. R. Smink, de advocaat van mevrouw Westra, luistert sceptisch. “De huisarts zag linksboven op uw rug een blauwe plek. Het lijkt me mogal moeilijk om iemand zo te raken als je vóór haar staat.”

Toen mevrouw Westra die middag het flatgebouw wilde binnengaan, merkte ze dat ze haar sleutels vergeten was. Toch wilde ze per se zo snel mogelijk binnenkomen omdat ze haar kinderen op de tweede verdieping hoorde huilen. Haar buurvrouwen waren niet thuis en haar relatie met mevrouw Dormolen was te slecht om haar om een gunst - het openen van de deur - te vragen. Dus besloot ze de ruit van de voordeur in te slaan. Gealarmeerd door het lawaai, kwam mevrouw Dormolen daarop aangesneld, vergezeld door haar boxer - want de hond is in Nederland zo langzamerhand opgeklommen van huisdier tot wapen.

Mevrouw Westra stond op dat moment de glasresten op te vegen. Op het verzoek van de rechter geeft zij haar lezing van de daaropvolgende schermutselingen. Ze doet dit briljant. Ze maakt stapjes voor- en achterwaarts, draait om haar as en hakt de lucht met snelle gebaren in mootjes. Het is de unieke choreografie van een buurvrouwengevecht. Zelfs de rechter lijkt even op te leven.

“Er stond een vuilnisbox tussen ons in”, zegt mevrouw Westra. “Toen ik uithaalde met de bezem, pakte zij het uiteinde vast en drukte me tegen de muur. Ik sloeg haar toen met de hand in het gezicht. Zij riep tegen haar hond: 'Pak ze, pak ze!' Ik heb met de bezem maar één keer uitgehaald en haar toen niet geraakt.”

“Gaat u maar zitten”, zegt de rechter voldaan, “u heeft het goed voorgedaan.” Hij kijkt mevrouw Westra nog eens goed aan. “Het is niet zo prettig samenwonen daar.”

“Nee”, zucht ze. “Als mijn kinderen in de bomen klimmen, worden ze er door haar uitgestuurd.”

“Dit zijn de vreselijkste dingen”, zegt de rechter. “Als buren niet met elkaar overweg kunnen.”

De officier van justitie, mr. M. Hoekendijk, heeft goed naar mevrouw Westra geluisterd en stelt bliksemsnel een uitbreiding van de tenlastelegging voor. Aan de slag met de bezemsteel - die moeilijk te bewijzen is - moet de stomp met de hand worden toegevoegd, meent hij. De advocaat is er tegen omdat daardoor een nieuw feit ten laste zou worden gelegd, maar de rechter wuift zijn bezwaar weg: “Feitelijk blijft het hetzelfde.”

De advocaat vertelt hoe hopeloos slecht de partijen nu al jarenlang met elkaar omgaan. Veel gekissebis en wederzijdse pesterijen. “Ik heb er een heel dossier van. Het gaat hier niet zomaar om een klap. En niet alleen mevrouw Westra heeft ruzie met mevrouw Dormolen. Het verbaast me dat het nog zo lang geduurd heeft voor het tot een apotheose kwam. Verhuurders hebben nu eenmaal weinig mogelijkheden om lastige huurders te verplaatsen.”

Uit zijn pleidooi wordt niet duidelijk hoe de scheidslijnen tussen de bewoners precies lopen. Maar het komt nooit meer goed, zoveel is wel zeker. “Ik had verwacht dat het na dit incident rustiger zou worden, maar dat is niet het geval.”

De officier van justitie eist een geldboete van vierhonderd gulden waarvan tweehonderd gulden voorwaardelijk.

“Ik heb mijn twijfels over uw verhaal”, zegt de rechter tegen mevrouw Westra, “maar twijfels zijn in het voordeel van de verdachte. Ik veroordeel u voor het slaan met de hand, niet met de bezem. Ik zal u geen onvoorwaardelijke straf opleggen, want dat zou misschien escalerend werken. U krijgt een voorwaardelijke boete van vierhonderd gulden. Dat is tevens een stok achter de deur. Want de volgende keer is het afgelopen, al hebben er tien kinderen staan huilen in uw huis.”

De dames gaan stilletjes huns weegs. Mevrouw Dormolen verlaat het gerechtsgebouw in haar eentje, op een boze afstand gevolgd door de drie anderen.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams