Bouwbond FNV wil toch compensatie voor gestegen prijzen

ROTTERDAM, 2 NOV. De Bouw- en Houtbond FNV eist voor volgend jaar een loonsverhoging die gelijk is aan de prijsstijging (2,5 procent). Slechts in enkele bedrijfstakken en ondernemingen - waar de economische situatie uiterst “klemmend” is - is de bond bereid een deel van de prijscompensatie in te leveren voor behoud van werkgelegenheid.

Dit heeft de bondsraad, het 'parlement' van de Bouw- en Houtbond, gisteren besloten. De bondsraad nam afstand van de concept-nota die de bouwbond een maand geleden presenteerde. Daarin stond dat de FNV-bond compensatie voor de gestegen prijzen eiste, mits de werkgevers bereid zijn goede afspraken over werkgelegenheid te maken.

“Onze leden vonden dit voorstel te ver gaan”, aldus een woordvoerder van de Bouw- en Houtbond FNV. Net als de achterban van de Industriebond FNV vrezen de leden dat ze op voorhand geld inleveren en er vervolgens geen werkgelegenheid voor terug zien. De bondsraad van de bouwbond besloot gisteren dat prijscompensatie de 'bottom-line' is. Alleen in incidentele gevallen kan een “klein stukje” van de prijscompensatie worden in geleverd. “Het gaat dan om tienden van procenten”, meent de woordvoerder.

De bouwbond erkent dat het besluit de positie van FNV-voorzitter J. Stekelenburg verzwakt. De vakbeweging overlegt momenteel met de centrale werkgeversorganisaties over een akkoord, waarin loonmatiging en werkgelegenheid voorop staan. Indien de sociale partners niet tot een akkoord komen, dreigt minister De Vries (sociale zaken) met een ingreep in de lonen.

De bouwbond keert zich nog altijd tegen het openbreken van bestaande CAO's. Volgend jaar sluit de bond slechts vijf kleinere contracten af. De CAO voor de bouw (200.000 werknemers) loopt pas in 1995 af.