Bondsvoorzitter

Dezer dagen wordt Jeu Sprengers voorzitter van de KNVB. Het gaat op 11 november gebeuren, als Jo van Marle terugtreedt. Gezondheidsredenen zijn de oorzaak, dat de grootste sportbond van ons land een oosterling (Zwolle) uitzwaait om een zuiderling (Venlo) welkom te heten. Vroeger zou deze wisseling begeleid zijn door veel publiciteit, maar al zal Sprengers wellicht wat meer op de voorgrond treden dan Van Marle placht te doen, de tijden dat de algemeen voorzitter de bond leidde zijn voorbij. De heren van het betaalde voetbal hanteren hun eigen zaakjes en willen daarbij zo min mogelijk worden gehinderd door hun verre vrienden van het amateurvoetbal.

Sprengers zal wellicht nog eens kijken naar de galerij van bondsvoorzitters die hem is voorgegaan. De eerste was alvast een interessante man. Pim Mulier is tweemaal bondsvoorzitter in de oertijd van het voetbal geweest, waarvan hij de Nederlandse impressario was. “Hij sprak een taal tegen de keurigheid waarvan ons jargon pijnlijk afstak”, aldus een vriend uit die jaren. Mulier was een pionier, terwijl Jasper Warner al een nuchtere organisator was. Warner regeerde van 1897 tot 1919 en was ook oprichter van het Zwolse ZAC, waarin zowel Bakhuys als Van Marle hebben gevoetbald. Een uiterlijk stijve figuur was de Hagenaar ir. J.W. Kips, die van '19 tot '29 de voetbalbond leidde. Hij leek op foto's een perkamenten man, maar hij is het geweest die veel gedaan heeft voor de emancipatie van de arbeidersklasse en in het verlengde daarvan propaganda maakte voor het volksvoetbal. Dat mocht in die tijd ook wel, want oorspronkelijk waren het wat toen 'de betere kringen' heette, die voetbalden.

Later kwam dr. D.J. van Prooijen naar voren. Toen het omstreeks de jaren dertig slecht ging met het Nederlands elftal stelde hij een commissie in die tot taak kreeg een Nederlands elftal op te stellen “dat wint”. Korter kon het niet. Met Karel Lotsy als aanjager van die commissie lukte het ook nog, waardoor halverwege de jaren dertig een nationale ploeg ontstond die er zijn mocht. Intussen was er toen al verschil van mening over de status van onze beste spelers: puur amateur of liefhebber-met-een-onkostenvergoeding? Kips was voor lelieblank amateurisme, van Prooijen en lotsy zagen wel iets in onkostenvergoedingen, al heeft Lotsy nog in 1954 gestreden tegen invoering van echte honoraria. In die tijd was hij al geen voorzitter meer. Dat was toen de directeur van een HBS voor meisjes, ir. H.F. Hopster, die in het Utrechtse hotel Terminus in de zomer van '54 een bijeenkomst leidde, waaruit het besluit te voorschijn kwam, het amateurisme voor de top af te schaffen. Toon Schröder, en Wim Meuleman waren voorzitters die voortborduurden op de koerswijziging van 1954. De eerste had het geluk te kunnen vertrouwen op de steun van de machtige secretaris-penningmeester van de KNVB, Lo Brunt. Meuleman was pas een enkele dag voorzitter, toen hij zijn rechterhand door de dood moest missen.

Tegenwoordig is het bondsapparaat dermate groot en vertakt geworden dat veel is verdeeld over mensen en commissies. Vroeger was de bond een grote groepering spelers en officials, bestuurd door een soort menselijke eik, die de touwtjes in handen hield. Hiermee wil niet gezegd zijn dat het er nauwelijks toe doet wie er uiteindelijk aan de belangrijkste knoppen zit. Maar veel macht is gespreid. De enkele keer dat ik Jeu Sprengers heb ontmoet kreeg ik een zeer goede indruk van deze rijziger Limbueger. Bovendien straalde hij gevoel voor humor uit. Het valt te wensen dat hij deze eigenschap in zijn nieuwe functie niet onder de korenmaat zet.