Akropolis van wrok

Ontgoocheld, ja zelfs met verbittering hebben de Grieken vorige week van de erkenning van Macedonië door de laatste twee EG-lidstaten België en Frankrijk kennis genomen. Dat die daarbij (anders dan bijvoorbeeld China) de omslachtige naam 'Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië' hebben gebruikt, juist om de Griekse gevoelens te ontzien, vermocht de bittere pil niet te vergulden. Macedonië is Grieks, zeggen de Grieken, en dat is het al 3000 jaar (al is daar wel wat op af te dingen).

“Waarom is jullie land toch altijd zo tegen ons?” vroeg dezer dagen in Athene een Griek aan een Nederlander. Het is dezelfde dwangmatige reactie die we al 40 jaar bij dit soort conflicten binnen de NAVO en de EG hebben kunnen waarnemen, of het nu gaat om Amerikaanse militaire bases op Grieks grondgebied, om de eeuwige vete met Turkije, om het omstreden Cyprus of zoals nu om Macedonië - de Grieken nemen voetstoots aan dat ze niet voor vol worden aangezien, erger nog: dat Europa erop uit is hun waardigheid, hun nationale soevereiniteit aan te tasten.

Een redelijke discussie over zulke onderwerpen is uitgesloten. In plaats van met steekhoudende argumenten te komen en een compromis te zoeken, trekt dit armste en meest achtergebleven volk van de Twaalf zich bij ieder verschil van mening terug op een akropolis van wrok en zelfbeklag. Ook tussen de Grieken onderling gaat dat overigens vaak zo, bijvoorbeeld in de verhouding tussen de twee grote politieke partijen. Onder een vernis van goedmoedigheid stoot men op een agressieve, op gloeiende hartstochten balancerende afweerhouding.

Logischerwijs zorgt dat voor de nodige spanningen in het dagelijkse verkeer met de EG-partners. Niet zelden wordt er dan ook in Brussel met enige spijt gesproken over de 'lichtzinnige' manier waarop Griekenland indertijd in de Gemeenschap is binnengehaald, met de bedoeling overigens om de piepjonge democratie een ruggesteuntje te geven nadat het gehate kolonelsregime was afgeschud. Duidelijk desastreus wordt de weinig coöperatieve opstelling van Griekenland wanneer het aan de beurt is om voor zes maanden het voorzitterschap van de EG te bekleden.

Op 1 januari is het weer zover. Dat ook nu, net als in 1983 en 1988, Andreas Papandreou minister-president is en intussen over de nodige ervaring zou moeten beschikken, is absoluut geen geruststelling. Hij is intussen een zieke oude man geworden die nog maar drie uur per dag kan werken. Maar bovendien is zowel organisatorisch als inhoudelijk zijn leiderschap de beide vorige keren een mislukking geweest. Zelfs al tijdens het Griekse voorzitterschap is er onverholen kritiek geoefend op het Griekse gebrek aan solidariteit, iets wat ervoor noch erna verder ooit is voorgekomen.

Oorzaak van dit onvermogen om zich op een rationele manier in internationale samenwerkingsverbanden te voegen is niet, zoals men geneigd zou zijn te denken, een overdreven sterk nationaal bewustzijn, maar in tegendeel het ontbreken daarvan. Het uiterlijke beeld van de trotse, martiale Griek verhult een bijna tragische onzekerheid aangaande de eigen nationale identiteit. De ingrediënten die elders sinds eeuwen het zelfbeeld van een volk plegen te voeden, zijn hier nagenoeg afwezig. Zo is van een geografische eenheid geen sprake: de grenzen van Griekenland hebben nooit langer dan een paar decennia achter elkaar vastgelegen. Hun godsdienst en bijbehorende folklore delen de Grieken met de rest van de Balkan en Rusland. Als volk is het een mediterraan mengelmoes met Helleense inslag. Hun geschiedenis tenslotte is een aaneenschakeling van Byzantijnse en Turkse overheersingen geweest, gevolgd door Franse, Engelse en Russische protectoraten. Pas in 1863, toen een Deense (!) prins tot koning werd uitgeroepen, ontstond er zoiets als een onafhankelijke Griekse staat.

Tot ver in deze eeuw heeft die staat nog de nodige aanslagen te verduren gehad: de dictatuur van generaal Metaxas, de Duitse bezetting, de communistische dreiging na de Tweede Wereldoorlog met de daardoor veroorzaakte burgeroorlog, en later nog eens het zeven jaar durende kolonelsregime. Politieke stabiliteit hebben de nu levende generaties nimmer gekend. Voeg daaraan toe dat het land economisch en sociaal ver achterligt op de rest van de Gemeenschap - en de onzekerheid over de eigen kracht, over de Griekse gelijkwaardigheid binnen Europa wordt meer dan begrijpelijk.

Niets werkt provocerender op de gemiddelde Griek dan een verwijzing naar de enorme bedragen die het land jaarlijks netto uit de EG-fondsen overgedragen krijgt. Ook dat is logisch, zij het onterecht: daarmee is een economisch beleid van potverteren mogelijk gemaakt dat het land aan de rand van een faillissement heeft gebracht. De bezuinigingsprogramma's van de laatste vier jaar onder Mitsotakis hebben dat niet kunnen voorkomen. Het is minder een schuldgevoel daarover, dan de schande waaronder de Grieken lijden. Schande wordt in deze cultuur als onverdraaglijk ervaren.

Toch willen de Grieken niets liever dan deel uitmaken van Europa. Hun toekomst, hun kansen op meer welvaart, dat is deze geboren handelaren allerminst ontgaan, ligt beslist niet in het toch zo nabije Midden-Oosten en Afrika. Maar het hun eer te na om slechts als onduidelijk aanhangsel aan de rand van het continent te bungelen, hoezeer zij zich ook als zodanig gedragen.

Het beeld dat Europa op zijn beurt van Griekenland koestert - erfgenaam van het klassieke Hellas waarin de Europese cultuur zijn wortels heeft, bakermat van wijsheid en democratie, met een heldere en open blik naar de rest van de wereld - ook dat beeld past allang niet meer bij de ruïnes die van al dat schoons zijn overgebleven. We hebben te maken met een in zichzelf gekeerd land dat wordt geteisterd door corruptie, armoe en werkloosheid en dat niet de kracht heeft daar iets tegen te ondernemen. Op zijn best staat Griekenland aan het prille begin van een ontwikkeling in de richting van democratie.

Geen wonder dat het Griekse volk behept is met tal van overgevoeligheden en tot niet meer in staat is dan een ambivalente haat-liefde verhouding tot Europa als een soort vaderfiguur. En de therapie? Dezelfde als bij andere neurotici. De werkelijkheid onder ogen zien inplaats van haar te ontkennen. Strikte voorwaarden dus voor nieuwe EG-subsidies en strenge controle op naleving van gemaakte afspraken.