ZWEMTALENT DAT WEIGERT TE KIEZEN

Inge de Bruijn (1973) geldt al jaren als het grootste talent van de steeds smaller wordende Nederlandse zwemtop. En het meest wisselvallige. Dat bleek ook afgelopen weekeinde tijdens de nationale kampioenschappen sprint. Na teleurstellende prestaties op zaterdag, revancheerde ze zich gisteren door kwalificatie af te dwingen voor het Europees kampioenschap. “Niet slecht voor wedstrijden waar ik eigenlijk een beetje op de bonnefooi naar toe ben gegaan?”

Inge de Bruijn straalde gisteren toen ze na haar overwinning op de vijftig meter vlinderslag uit het 25 meter bad in Emmen klom. En toen ze enkele minuten later gereed stond om de gouden medaille in ontvangst te nemen, stak ze verschillende keren een gebalde vuist de lucht in. Het waren voor de Barendrechtse geen ongewone emoties: als meervoudig Nederlands kampioene en Europees recordhoudster op de vijftig meter vlinderslag weet ze immers wat het is om de beste te zijn. Maar de opluchting was gisteren wel erg groot: niet alleen omdat ze met een tijd van 27.86 seconden toch nog ruim aan de scherpe limiet van 28.00 seconden voor de Europese kampioenschappen (van 11 tot 13 november aanstaande in het Engelse Gateshead) had voldaan, maar ook en vooral omdat ze zich met die prestatie had gerevancheerd voor haar teleurstellende optreden van een dag eerder.

Toen moest ze twee keer genoegen nemen met een tweede plaats. Eerst op de vijftig meter vrije slag, waarop de specialiste Angela Postma haar te snel af was. Nog geen kwartier later delfde ze op de vijftig meter rugslag opnieuw het onderspit. Op die afstand tikte de jeugdzwemster Suze Valen 0,01 seconde eerder aan. De Bruijn gunde Valen de overwinning van harte. De vreugde bij het vijftienjarige meisje over de onverwachte zege deed haar denken aan haar eigen, al even onverwachte doorbraak ruim drie jaar geleden bij de nationale zomerkampioenschappen. Maar zuur was het wel, twee nederlagen binnen vijftien minuten.

Zuur maar niet geheel onverwacht. De Bruijn was de eerste om dat te erkennen. Na de begin augustus gehouden Europese kampioenschappen heeft ze het ruim anderhalve maand rustig aan gedaan. Pas sinds eind september is ze weer volop aan het trainen. “Vier weken is natuurlijk onvoldoende om de conditie weer op peil te brengen en het gevoel weer helemaal terug te krijgen. Maar ik had die ruime rustperiode nodig, er stond immers een heel lang seizoen voor de deur. Deze titelstrijd kwam daardoor voor mij wel veel te vroeg. Maar het was de enige mogelijkheid om kwalificatie voor het EK af te dwingen. Ik moest dus wel aan de start verschijnen. Het was m'n enige kans. En ach, voor wedstrijden waar ik eigenlijk een beetje op de bonnefooi naar toe ben gegaan, is het uiteindelijke resultaat toch lang niet slecht?”, zegt ze met een brede lach.

Waar De Bruijn van zichzelf in Emmen aan de start moest verschijnen, had bondscoach René Dekker “het wel best gevonden” als ze verstek had laten gaan. Dekker denkt dat De Bruijn door de trainingsachterstand geen kans maakt op een toppositie tijdens het aanstaande Europees kampioenschap. “Als het maximaal haalbare in Gateshead een zevende, achtste plaats is, zeg ik: blijf toch thuis. Het bespaart de bond niet alleen de nodige onkosten, sportief gezien schieten we met zo'n klassering ook niets op.”

Dekker neemt het De Bruijn overigens niet kwalijk dat ze na het EK in augustus circa zes weken nauwelijks heeft getraind. Hij zegt het zelfs te begrijpen. Alleen zou hij graag zien dat de zwemster, die technisch gezien als een van de beste vlinderslagspecialistes in Europa geldt, dan ook de consequenties aanvaart. “Als ze zo graag naar het EK korte baan wil, had ze drie dagen vrijaf moeten nemen. Om er daarna weer vol tegenaan te gaan. De nationale en internationale zwemkalender kent momenteel zoveel toernooien, dat het maken van duidelijke keuzes een noodzaak is geworden. En als je voor een bepaald evenement kiest, moet je ook de voorwaarden scheppen om er goed te kunnenpresteren. Dat heeft De Bruijn niet gedaan.”

Maar ach, keuzes maken. Inge de Bruijn zucht eens diep. Dat kan ze eigenlijk niet, laat staan dat ze het al zou willen. Haar 'probleem' is dat ze nu eenmaal alles leuk vindt. Dat ze overal van de partij wil zijn. Of het nu sprintkampioenschappen of 'gewone' kampioenschappen, korte- of langebaankampioenschappen, winter- of zomerkampioenschappen betreft, ze moet en zal aan de start verschijnen. Zelfs het televisieprogramma 'Superstars' - dat niets met sport te maken heeft, maar waarvoor ze een uitnodiging heeft geaccepteerd - wil ze niet aan zich voorbij laten gaan. Ze vertrekt binnenkort naar Lanzarote voor de opnamen. Ook al vallen die in verband met haar trainings- en wedstrijdschema “wat ongelukkig”. Ook al staan er verschillende atletiek-onderdelen op het programma, terwijl ze weet dat atletiek en zwemmen als “water en vuur” zijn. En dat ze van de loopnummers “kuiten als tennisballen” zal krijgen. Maar tja, het lijkt haar allemaal zo ontzettend leuk. “En wie weet word ik er ook wat wijzer van. Doe ik er een beetje levenservaring mee op.” Ze lacht om haar eigen woorden.

Toch realiseert ze zich dat ze keuzes zal moeten gaan maken. Met Dekker buigt ze zich daarom binnenkort over de nationale en internationale wedstrijdkalender, om te bekijken welke evenementen ze kan laten schieten. Misschien dat ze dan, met een minder vol programma, ook constanter zal gaan zwemmen. Want tot nu toe is wisselvalligheid in haar carrière troef. Ook bij het recente EK in Sheffield begon ze slecht en reikte als favoriete op de honderd meter vlinderslag zelfs niet verder dan een teleurstellende vierde plaats. Enkele dagen later revancheerde ze zichzelf enigzins door een bronzen medaille op de vijftig meter vrije slag te winnen.

“Ik weet niet waar die wisselvalligheid vandaan komt. Ik weet alleen dat het nooit anders is geweest. Ik begin een toernooi altijd slecht, om vervolgens heel goed te eindigen. Wie weet komt dat wel omdat ik nog onvoldoende routine heb.”

Uit de mond van iemand die toch al aan menig groot toernooi (onder meer de Olympische Spelen van Barcelona) heeft deelgenomen, klinkt die verklaring weinig overtuigend. Maar wat het ook mag zijn, een ding weet ze zeker: die wisselvalligheid is niet het gevolg van onvoldoende of ongemotiveerde trainingsuren. Ze beaamt dat het niet ten onrechte is dat ze bekend staat als 'lui', maar voegt daar meteen aan toe dat “alle sprinters van nature lui zijn. Als ik train zwem ik wel degelijk de tegels uit de muur”, klinkt het fel.

Of dat voldoende zal zijn voor een toppositie op het komende EK sprint, waar Nederland naast De Bruijn wordt vertegenwoordigt door Ron Dekker en Wilco van den Akker, moet nog blijken. Zelf lijkt ze zich, vlak na haar winnende race in Emmen, niet al te veel zorgen over een goede afloop in Gateshead te maken. Ze heeft trek in een Passoa-jus. Dat heeft ze toch zeker wel verdiend nu ze alsnog aan de verwachtingen heeft voldaan?

    • Paul de Lange