Zo burlesk, zo ironisch; TOBY DAMMIT

NRC Handelsblad vroeg Theo van Gogh, Willem Breuker, Marlene Dumas, Fons Rademakers, Willem Jan Otten en Joyce Roodnat naar hun eerste ervaringen met een Fellini-film. Fons Rademakers en Willem Breuker gaven die telefonisch door, de anderen schreven erover.

We waren drie vriendinnen en we hadden vaak ruzie, want drie in de pan daar komt ellende van. We waren vijftien, hoogstens zestien en als we van thuis weg mochten, gingen we naar de bioscoop. Niet in het weekend, dan waren er feesten rond kleine pick-upjes, maar door de week. Op de fiets door de stad, om films te zien die Red Sun heetten, of Ace High of The Hot Rock. Eerst, na Once Upon a Time in the West, heette onze held Charles Bronson, maar inmiddels was dat Terence Hill, vanwege De vier vuisten van de duivel.

Welke film wilden we die avond zien? Ik weet het niet meer, maar hij was uitverkocht. Voortijdig terug naar huis? Dat nooit. Kibbelend stonden we in de hal van het theater en namen de filmladder door. Alleen in een kleine bioscoop waar we nog nooit waren geweest draaide een film die we nog konden halen. Histoires extraordinaires heette hij. Dat moest dan maar. Gelukkig wisten we niet dat hij dateerde van 1968, want dan hadden we ervoor gepast: naar 'ouwe films' gingen we nooit.

Het bleken drie films in één te zijn. De eerste twee waren, naar ik later heb begrepen, van Roger Vadim en Louis Malle. We vonden ze eensgezind vervelend. Toen kwam het derde verhaal. Het heette Toby Dammit en Terence Stamp speelt er een verveelde filmster in. Hij wordt omspoeld door een uitzinnige menigte, figuren uit het filmvak, sensatiezuchtige journalisten, fotografen, en ook priesters. En dan is er stilte. Uit het niets verschijnt er één meisje, klein, met sluike, lange blonde haren. Ze gooit een bal naar de acteur en hij gooit hem terug. Ze verdwijnt en er is weer herrie, leven, ophef. De acteur schoffeert iedereen, stapt in zijn rode open sportauto en raast weg. Wij gierden mee. Door een lege stad die we later zouden identificeren als Rome, naar een kippevel-kale nieuwe buurt. Daar is het meisje weer. De rode nageltjes op de witte bal, het oog half onder het haar op het voorhoofd - Toby scheurt op haar toe en ziet de draad over de weg niet. Het volgende moment balt het meisje met zijn hoofd.

Gearmd liepen we naar onze fietsen. We zeiden niets. Voor het eerst in ons leven hadden we de plens gevoel geleden die kunst kan toedienen. Terence Stamp was elke ons bekende zonde waard, maar nu hadden wij gelet op de naam van de regisseur. Fellini. Een naam die smaakte als een taartje, dat wel. Fellini.

    • Joyce Roodnat