Zo burlesk, zo ironisch; PROVA D'ORCHESTRA

NRC Handelsblad vroeg Theo van Gogh, Willem Breuker, Marlene Dumas, Fons Rademakers, Willem Jan Otten en Joyce Roodnat naar hun eerste ervaringen met een Fellini-film. Fons Rademakers en Willem Breuker gaven die telefonisch door, de anderen schreven erover.

“Fellini liet zien hoe het leven meedogenloos op je neer beukt, zoals je dat uit je eigen ervaringen ook kent. Ik herinner me een schoolscène, waarbij kinderen elkaar zo fantastisch treiteren. Het is duidelijk herkenbaar, en toch is de werkelijkheid niet naturalistisch weergegeven, maar vertekend.

Het barokke aan zijn films, dat aangedikte, zwaar overdreven Italiaanse is soms behoorlijk irritant. En het is vaak een bende in die films, en de nasynchronisatie klopt soms niet. Maar dat geeft niet. Laat je maar irriteren, dat is tegelijk leuk. De instrumentalisten in Prova d'Orchestra hebben hun muziekinstrumenten helemaal verkeerd in hun handen, en de dirigent kan niet dirigeren. En Fellini gaat ook te ver als hij dat hele gebouw waar ze spelen laat instorten. Maar het is een fantastische film. Ik herken er van alles in: dat musici zich eigenlijk alleen afvragen hoe laat ze koffie mogen drinken. En dat ze vooral dromen van hun hobby's, motors uit oude wasmachines slopen of zo.

En de films van Fellini zijn ondenkbaar zonder die merkwaardige, prachtige muziek van Nino Rota. Je denkt dat je het na één keer horen kan nafluiten, maar dat is niet zo. Die muziek is afgeleid van circusmuziek, zo burlesk, zo ironisch. En Nino Rota staat niet eens in de Winkler Prins.''