Zo burlesk, zo ironisch; LA STRADA

NRC Handelsblad vroeg Theo van Gogh, Willem Breuker, Marlene Dumas, Fons Rademakers, Willem Jan Otten en Joyce Roodnat naar hun eerste ervaringen met een Fellini-film. Fons Rademakers en Willem Breuker gaven die telefonisch door, de anderen schreven erover.

La Strada was niet mijn eerste Fellini, welke dat was weet ik niet meer zeker. Ik denk dat het de film over de stervende clowns was, die ik op de kunstacademie in Zuid-Afrika zag. Ik hield nooit van clowns, dus was ietwat bevooroordeeld.

La Strada was mijn eerste Fellini in Europa. Daarna werd Fellini voor mij Giulietta Masina. Ik, die zei dat ik zo van woorden houd, kan me geen enkele zinsnede van deze film herinneren (Fellini zelf voelde ook niet zoveel voor dialogen). Zampano en Gelsomina, die elkaar vanwege hun aard blijkbaar niet kunnen begrijpen, laten mij toch in het bovennatuurlijke geloven. Fellini zei ooit over Giulietta Masina:“Toen ik met Giulietta in Amerika was, na La Strada, wisten de mensen niet of zij tegen haar moesten glimlachen of de zoom van haar jurk kussen. Zij zagen in haar een wezen dat het midden hield tussen de heilige Rita en Mickey Mouse.”