WVC-evaluatie van Deltaplan voor het Cultuurbehoud: Na 1996 nog 86 miljoen voor conservering collecties nodig

ROTTERDAM, 1 NOV. Voor het conserveren van de collecties van de rijksmusea en de rijksdiensten in het kader van het Deltaplan moet na 1996 nog eens 86 miljoen gulden worden uitgetrokken. Hoewel de rijksmusea en de drie rijksdiensten wat hun collectie-administratie betreft ongeveer op schema liggen, verloopt het wegwerken van de conserveringsachterstand trager dan verwacht.

Dat blijkt uit het vrijdag door het ministerie van WVC vrijgegeven rapport Het tij gekeerd, een tussentijdse evaluatie van het Deltaplan voor het Cultuurbehoud van de rijksmusea. Het tij gekeerd maakt deel uit van een eind november te verschijnen evaluatierapport dat ook de resultaten van de Deltaplanwerkzaamheden bij de niet-rijksmusea, de monumenten, de archieven en de archeologische collecties omvat. Begin december wordt het evalutatie-rapport in de Tweede Kamer besproken. Van de 235 miljoen gulden die tot en met 1996 voor het Deltaplan zijn uitgetrokken, ontvangen de rijksmusea er 69.

Voor de conservering van collecties in de desbetreffende musea trok de minister tot 1997 35 miljoen gulden uit. De eigen bijdrage van de rijksmusea bedraagt 27 miljoen gulden. Tot 1996 is er volgens het rapport 5 miljoen gulden tekort. Om het programma te voltooien is de eerder genoemde 86 miljoen gulden na 1996 nodig.

Op 1 juli van dit jaar, de peildatum van het rapport, bleek 38 procent van de gezamenlijke achterstand in de collectieadministratie te zijn ingelopen. In de nota Vechten tegen Verval, uit 1991, voorspelde de minister dat op een na alle rijksmusea hun registratie-achterstanden zouden hebben weggewerkt in 1997.

Volgens de nu bijgestelde planning zal 95 procent zijn weggewerkt in 1996 en honderd procent in 1998. De kosten vallen mee: omdat de gezamenlijke musea uit hun reguliere exploitatiebudget tot en met 1996 bijna de helft van de totale kosten bijdragen, zal van de in 1991 uitgetrokken 18 miljoen gulden naar verwachting enkele miljoenen guldens onaangesproken blijven. Dit bedrag zal worden overgeheveld naar het conserveringsprogramma.

Van de achterstanden in de actieve en passieve conservering van de collecties (het behoeden voor verder verval) is 12 procent weggewerkt. Aan de doelstelling om in 1998 alle achterstallig onderhoud van de collecties te hebben weggewerkt, blijkt niet te kunnen worden voldaan. Enkele musea, waaronder het Rijksmuseum voor Volkenkunde, het Nationaal Natuurhistorisch Museum en het Rijksmuseum alsmede de Rijksdienst Beeldende Kunst zouden zeker tot het jaar 2000 of langer moeten doorwerken. De rapporteurs verwachten echter dat het oorspronkelijke doel om voor eind 1994 een derde van de totale achterstand in te lopen, met een jaar vertraging kan worden bereikt. Na een beginfase met tal van aanloopproblemen zou het werktempo nu een stuk hoger liggen.

WVC wijt de opgelopen vertraging aan diverse oorzaken. Bij veel musea was de collectie voor het van start gaan van het Deltaplan onvoldoende ontsloten, of er ontbrak de kennis om de achterstanden correct te bepalen. Bij elf musea bleken die achterstanden groter dan aanvankelijk was geschat; bij drie musea en bij de Rijksdient Beeldende Kunst (RBK) bleken ze lager te zijn. Bij de RBK werd die meevaller mede veroorzaakt door het afstoten van de BKR-collectie, die daardoor niet meer hoefde te worden geconserveerd.

Ook het ontbreken van expertise voor zo'n grootscheepse operatie speelde de musea parten. Nu veel musea tegelijk een beroep doen op de restauratiemarkt, is er een tekort van deskundigen ontstaan. De prijzen zijn gestegen. Kennis ontbreekt in Nederland op sommige gebieden vrijwel geheel, bijvoorbeeld over de conservering van foto's, moderne kunst en etnografica.

Een andere belangrijke reden voor de vertraging is de huisvestingproblematiek van veel rijksmusea. Zij kampten bij aanvang van het Deltaplan met niet of slecht geklimatiseerde depots of tentoonstellingsruimtes. Voor de bouwkundige aanpassingen, waarvoor WVC en de Rijksgebouwendienst (RGD) samen 110 miljoen gulden hebben uitgetrokken tot het jaar 2000, zijn de musea afhankelijk van de capaciteiten van de RGD. Waar de benodigde nieuw- of verbouw nog niet konden worden uitgevoerd, moesten noodvoorzieningen getroffen worden. Zo hebben zes rijksmusea een deel van hun collectie ondergebracht in relatief goed geklimatiseerde loodsen die voorheen in gebruik waren bij het ministerie van volksgezondheid. De RGD zal in het evaluatierapport van eind november apart verslag uitbrengen van de verrichte bouwkundige werkzaamheden.

Te verwachten is dat de Algemene Rekenkamer in haar rapport over de voortgang van de Deltaplanwerkzaamheden bij de rijksmusea, dat donderdag a.s. uitkomt, een minder gunstig oordeel zal vellen. De minister heeft het vorige week nog voor de verschijning, reeds fel bekritiseerd.

    • Kitty Kylian