Tsja, zo gaat dat nu eenmaal in dit land

Tsja, wat doe je als parlementariër wanneer ineens blijkt dat de minister van defensie twintig jaar geleden op eigen houtje wapens aan Israel heeft geleverd, midden in de Yom-Kippoeroorlog? Moet je daar boos over worden, omdat het staatsrecht geweld is aangedaan en ministers in deze tijd zoiets niet nog eens zouden moeten proberen? Is dit een Nederlands Irangate? Of laat je het er rustig bij zitten? De Tweede Kamer reageerde vorige week, zoals haar in discussies over de geringe aantrekkelijkheid van de politiek steeds wordt verweten, namelijk niet.

Dat wil zeggen: GroenLinks kwam direct met vragen in het geweer, maar dat doen ze sowieso, in een reflex, wanneer het woord 'wapens' ergens in voorkomt. De anderen zwegen in het openbaar. “We hebben het er wel over gehad, hoor, in de fractie”, zegt het D66-Kamerlid Pieter ter Veer, defensiespecialist. “Maar, ach, het is een hectische tijd met die begrotingen en we hebben een congres. Dus veel tijd bleef er niet over. Bovendien had nog niet iedereen die uitzending van Nova gezien.” In die uitzending werd bekend (wat eerder al in Het Parool stond), dat de toenmalige minister van defensie in 1973, Henk Vredeling (PvdA) in 1973 wapens aan Israel had gestuurd, zonder premier Joop den Uyl en het kabinet te informeren.

Ter Veer van D66 dacht overigens wel dat de handelwijze van de toenmalige minister “staatsrechtelijk bedenkelijk” is. “Maar ja, je kunt Vredeling niet meer naar huis sturen. Je kunt natuurlijk wel als Kamer vaststellen dat het niet had mogen gebeuren, maar de vraag is of dat wel de moeite waard is.” Een andere defensiespecialist, Sari van Heemskerck van de VVD: “Ja, misschien hebben we daar wat lauw op gereageerd. Toevallig heb ik er gisteren met wat collega's van verschillende partijen over staan praten. Nee, in de fractie is het niet ter sprake geweest. Trouwens, het is eigenlijk ook een zaak voor de jongens van justitie en binnenlandse zaken.”

Van Heemskerck is er van overtuigd dat premier Den Uyl het wèl wist. “Hoe kan een minister zoiets majeurs doen, met zulke gevolgen, zonder het kabinet in te lichten. Zo gaan die dingen niet in dit land. Het is natuurlijk ook zo'n tijd geleden.”

De gevolgen van de wapenleverantie waren dat een groep Arabische olie-landen een boycot tegen Nederland begon en Nederland op last van Den Uyl en (de toenmalige minister van economische zaken) Ruud Lubbers op zondag de auto liet staan en de gordijnen sloot en het nooit meer, zei Den Uyl, zo zou worden als't was.

Fractievoorlichtster Marie-Christine Reusken van het CDA wijst erop dat het gering aantal reacties ook moet worden verklaard uit het feit dat de buitenlandmensen van de fracties op het moment van bekend worden een reis naar de Verenigde Staten maakten. “Het zal in de fractie wel weer aan de orde komen”, denk ik.

Tenslotte de man die de zaak in de publiciteit bracht, de PvdA'er Bram Stemerdink, destijds staatssecretaris bij Vredeling en op de hoogte van diens besluit. “Ik denk dat eigenlijk iedereen het, ook nu, wel eens is met die wapenzendingen. Dat heb je toch ook in de Golfoorlog gezien: die Patriot-raketten mochten van iedereen naar Israel. In Commissievergaderingen is destijds zelfs wel gevraagd door Kamerleden: moeten we er niet iets naar toe sturen. Die verwachtten daarna echt niet een briefje met de mededeling dat dat ook inderdaad was gebeurd.”

Het Kamerlid zal in zijn komende boek ('Tussen dromen, daden en twijfels', dagboeknotities over de sociaal-democratie in Nederland) beschrijven hoe premier Den Uyl reageerde, toen Stemerdink het hem veel later vertelde. Stemerdink: “Hij reageerde positief, hoor. Maar hij keek wel wat, zo van, had ik dat niet moeten weten. Hij hield er niet van iets niet te weten. Hij was trouwens niet echt verrast.” (RM)

    • Rob Meines