Suriname: toch verdachten in smeergeld-zaak

PARAMARIBO, 1 NOV. De Surinaamse justitie heeft in haar onderzoek naar de zogeheten smeergeldaffaire wel degelijk verdachten en aanwijzingen van strafbare feiten gevonden.

Dat blijkt uit een uitgelekt rapport van de officier van justitie die met de zaak is belast. Vorige week liet procureur-generaal C. de Randamie officieel aan minister van justitie Girjasing weten dat het onderzoek vooralsnog niets had opgeleverd.

In het rapport van de officier, R. de Freitas, aan de procureur-generaal worden echter als potentiële verdachten genoemd de broers L. en A. Tjin Adjie, de ambtenaren L. Winter en R. Kersenhout en de ex-politicus en kinderarts A. Jessurun. Ook de directeuren van de twee Nederlandse bedrijven die het smeergeld hebben betaald, J. van der Ben en J. van der Ree, worden genoemd. Als strafbare feiten staan vermeld: omkoping van ambtenaren, oplichting van de staat, valsheid in geschrifte, heling of uitlokking daarvan en overtreding van de wet op economische delicten.

D. Sardjoe, ex-penningmeester van de regeringspartij VHP, behoort tot de groep verdachten die wel gelden hebben ontvangen, maar vooralsnog niet als verdachten konden worden aangemerkt. Volgens De Freitas heeft Sardjoe geen invloed uitgeoefend op de afspraken tussen de Surinaamse overheid en de Nederlandse bedrijven.

Volgens het rapport is van betrokkenheid van de president van de Centrale Bank, H. Goedschalk, niets gebleken. Deze bevinding is inmiddels uitgelekt naar de bond van personeel bij de bank, die op grond hiervan eist dat Goedschalk terugkeert in zijn functie. Hij was hangende het onderzoek, dat twee maanden geleden begon, met verplicht verlof.

Het uitlekken van het rapport heeft in Paramaribo beroering teweeg gebracht, omdat het haaks staat op het verslag van de procureur-generaal. Deze schreef op 22 oktober “dat de stappen die het OM ondernomen heeft in deze zaak vooralsnog geen concrete resultaten in de vorm van aanwijsbare verdachten en/of inidicaties in de richting van omschreven strabare feiten hebben opgeleverd”. Van officiële zijde is nog geen reactie gekomen op het verschil tussen de twee rapportages.

Winter en Kersenhout hebben volgens de officier met vertegenwoordigers van de bedrijven Begro-Wagenaar en Insulaire onderhandeld over de prijs van hun goederen en hebben daarover de minister van handel geadviseerd. Bij het contract van 34 miljoen gulden (Nederlands) werd de staat door overfacturering benadeeld met negen miljoen gulden.

De oficier beveelt aan de vier Surinaamse verdachten te verbieden het land te verlaten en een onderzoek in te stellen of het teveel betaalde geld kan worden teruggevorderd.

    • Leo Morpurgo