Rente op kapitaalmarkt maakt pas op plaats na daling tarieven

ROTTERDAM, 1 NOV. Na de wel zeer forse en snelle rentedaling van de afgelopen maanden op de Nederlandse financiële markten, is recentelijk sprake van een pas op de plaats aan het rentefront. De 10-jaars rente blijft al enige tijd rond het niveau van 5,8 procent liggen, doordat sommige beleggers een meer terughoudende opstelling innemen. De visie van deze beleggers is dat de rente inmiddels het laagste punt heeft bereikt en dat de ruimte voor een (nog) verdere daling als beperkt moet worden beschouwd.

Een belangrijke factor hierbij is de recente uitspraak van Bundesbank president Tietmeyer, die liet weten dat het met de laatste Duitse discontoverlaging voorlopig wel meer mooi was geweest: het Duitse monetaire beleid zou onveranderd vasthouden aan het beheersbaar houden van geldgroei en inflatie. Voorts hield een aantal marktpartijen al rekening met een correctie, na de snelle rentedaling van de afgelopen weken. Bovendien zou de algemeen verwachte inflatiedaling inmiddels al grotendeels in de rentetarieven zijn verdisconteerd en komen er al enige tekenen van een voorzichtig economisch herstel. Beide laatste ontwikkelingen impliceren zoals bekend in beginsel een minder gunstig klimaat voor obligatiebeleggingen.

Hierbij moet wel worden aangetekend dat een en ander voornamelijk betrekking heeft op binnenlandse marktpartijen. De belangstelling vanuit het buitenland voor guldenswaarden houdt onverminderd aan, niet in het minst vanwege de blijvende kracht van de Nederlandse munt op het Europese valutakrachtenveld. Gulden/mark. Dit sterke guldenspositie geldt vooral het EMS: al geruime tijd neemt de gulden de sterkste positie in. Weliswaar heeft de gulden ten opzichte van de Duitse mark enig terrein moeten prijsgeven, maar dit houdt verband met het gegeven dat na de EMS-crisis van augustus een aantal Europese centrale banken bezig zijn hun deviezenreserves (voornamelijk Duitse marken) weer aan te vullen. Een belangrijk element is verder dat de inflatievooruitzichten voor ons land zich relatief iets minder gunstig laten aanzien dan die voor Duitsland. Het inflatietempo zal nog wel onder dat van onze oosterburen blijven liggen, maar het voordeel zal teruglopen. Niettemin heeft de gulden óók ten opzichte van de Duitse mark recentelijk zijn positie weer kunnen herstellen. In de eerste plaats omdat De Nederlandsche Bank de laatste Duitse discontoverlaging met een minder grote verlaging volgde, in de tweede plaats vanwege de forse dollarstijging van de laatste weken. Een dollarappreciatie zal in eerste instantie een drukkend effect hebben op de Duitse munt, zijnde verreweg de in omvang grootste transactievaluta in Europa.

Zowel gulden als mark staan overigens duidelijk bovenin het EMS wisselkoersstelsel: met name niet-Europese beleggers geven de voorkeur geven aan muntstabiliteit boven een hoge(re) rente. Indicatief is dat het verschil tussen de Nederlandse 10-jaars rente (nog steeds de laagste van Europa) en de Belgische lange rente zo'n 130 basispunten bedraagt, maar dat deze spread voor veel beleggers gegeven de risico's toch als te gering wordt beschouwd. Nederlandse economie. Wat bij het huidige rentesentiment eveneens meespeelt is het onduidelijke beeld over de werkelijke stand van zaken van de Nederlandse economie. De laatste tijd was het idee dat de recessie aan ons land voorbij zou gaan zonder al te ingrijpende gevolgen. Dit leek te worden bevestigd door het CBS-cijfer van het bruto binnenlands produkt over het tweede kwartaal van dit jaar (een groei van 0,3 procentpunt) en het blijkens de Conjunctuurtest positievere oordeel van de Nederlandse ondernemer in de industrie. Tegelijk echter werd bekend dat het consumentenvertrouwen tot vlak boven het dieptepunt van maart is gekomen en dat de actuele orderpositie in september verder was gedaald. Recentelijk hadden ook de president van de Nederlandsche Bank en de voorzitter van het VNO een openlijk verschil van mening over de toestand van 's lands economie. Het punt is dat eigenlijk nog geen duidelijk oordeel mogelijk is. Niet alleen is sprake van elkaar opvolgende niet eenduidige signalen, maar eigenlijk is dit het beeld dat we terugzien in de gehele geïndustrialiseerde wereld: mondiaal gezien is sprake van een 'multi-dip' recessie. Noch in Nederland, noch in de rest van de wereld komt het economisch herstel echt van de grond. Indicatief is het Verenigd Koninkrijk, waar nu al ongeveer drie jaar wordt gesproken van een 'definitief' herstel van de groei. Hoewel zeker voor Nederland mag worden aangenomen dat het conjunctuurherstel zal doorzetten, blijken de niet altijd eenduidige economische signalen toch van tijdelijke invloed te zijn op het rentesentiment.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco