Pinoké, van gezelligheidsploeg tot subtopper

BLOEMENDAAL, 1 NOV. De hockeyers van Pinoké willen optimaal gebruik maken van de nieuwe 'reverse'-spelregel. De bal aannemen en wegdraaien van je tegenstander, is al een seizoen lang geen 'afhouden' meer. Maar op het nieuwe, gladde, nog wat vette kunstgras van Bloemendaal, draaiden de Amsterdammers zo veel dat zeker vijf veelbelovende aanvallen sneuvelden omdat spelers weggleden en onderuit gingen.

Bloemendaal bleef overeind, won met 2-1 en staat zonder puntverlies bovenaan in de hoofdklasse. Sinds 9 oktober 1992 is Bloemendaal ongeslagen. Vedette Floris-Jan Bovelander, die een hekel heeft aan al die wegdraaiende tegenstanders, kon gisteren bij al die valpartijen zijn glimlach niet onderdrukken. Hij maakte 1-0 uit een strafcorner (zijn eerste dit seizoen). Bas Meurs scoorde 2-0. Aart Rupert bracht Pinoké dichterbij.

Winnen van een topclub en verliezen van de landskampioen. De coach van Pinoké, Bert Bunnik, noemde het de normale gang van zaken. Zijn ploeg won vorige week thuis met 1-0 van HGC, stond na vier speeldagen tweede op de ranglijst, maar verloor gisteren de uitwedstrijd tegen landskampioen Bloemendaal. “Vorig jaar werden we hier kansloos met 4-1 weggespeeld. Nu konden we met opgeheven hoofd het veld verlaten”, vond Bunnik.

De velden van Pinoké liggen op steenworp afstand van grote broer Amsterdam bij het Amsterdamse bos. “Als je dacht heel hoog te kunnen hockeyen ging je naar Amsterdam. Als je iets minder hoog wilde spelen en wat meer gezelligheid wilde, koos je voor Pinoké”, vertelde bondscoach Roelant Oltmans, zelf geboren en getogen bij Pinoké.

Het was gisteren de eerste keer in de geschiedenis van de club dat Pinoké op televisie kwam. Jarenlang dobberde de ploeg onderaan de hoofdklasse, of werd degradatie in de overgangsklasse weer goed gemaakt met een kampioenschap. Dit jaar kunnen de Amsterdammers vlak onder de top meedraaien, denkt de 40-jarige Bunnik, die drie jaar geleden bij Pinoké begon en daarnaast Oltmans assisteert bij het Nederlands elftal.

Bunnik heeft al vaker bewezen goed overweg te kunnen met jonge ploegen. Bloemendaal is nog jonger, maar ook Pinoké telt twee spelers onder de twintig en een aantal van begin twintig. Bovendien kreeg hij vier goede nieuwlingen. De 18-jarige Menno Booij kwam van Oranje-Zwart en veroverde meteen een basisplaats, de ervaren Marc van der Plas kwam van Hattem, Marco van Os van De Gooische en Thijs Kees speelt bij Pinoké opeens veel beter dan hij bij Tilburg deed. Zijn vrijwel foutloze bewaking van Bovelander in de tweede helft, was zelfs Oltmans opgevallen.

“Ik heb graag selecties die nog vormbaar zijn”, vertelde Bunnik. “Anderen slagen er in jongens die alles al kunnen, toch goed te laten spelen. Ik heb liever een groep waarop ik nog enthousiasme en gedrevenheid kan overbrengen.” Als voorbeeld noemde hij de 'reverse'-regel. “Spelers die al tien jaar op het hoogste niveau medoen, zijn niet zo gemakkelijk te winnen voor iets nieuws. Maar dat wegdraaien brengt vaart in het spel. In het moderne hockey moet je fitter zijn, vaker trainen. Aanvallers kunnen niet meer afwachten tot ze ballen krijgen, maar moet ook het middenveld bestrijken.”

Pinoké blijft met deze ploeg meedoen in de middenmoot, maar zal voorlopig nog geen serieuze bedreiging vormen voor het landskampioenschap. “Wij komen van onderaf, missen de historie van Bloemendaal, Amsterdam en HGC. Om kampioen te worden, moet de beleving van de hele club veranderen. Het mag geen discussie meer zijn of het eerste om half acht kan trainen, of er honderd of tweehonderd trainingsballen beschikbaar zijn. Die omslag komt er nu. Oud-spelers van heren-I gaan in het bestuur. En er is geen betere motivatie dan succes.”

    • Remmelt Otten