Onjournalistiek gedrag van verslaggevers in Coverstory

Coverstory, Ned.1, 20.25-21.22u.

Lou Grant, de uit doortastende rechtschapenheid opgebouwde redactiechef uit de gelijknamige tv-serie, had twee verslaggevers tot zijn beschikking: een felle meid en een ietwat slonzig ogende knaap die door hun ongebreidelde ondernemingslust voortdurend de grootste schandalen op het spoor kwamen. En hoewel daar een vast en gaandeweg voorspelbaar patroon in zat, met een in de praktijk onwaarschijnlijke samenballing van onthullingen en primeurs, heeft mij dat nimmer gestoord - de serie had humor, authenticiteit, spanning en zelfs een onnadrukkelijke dosis ethische dilemma's.

Coverstory, de nieuwe Nederlandse dramaserie die vanavond begint bij de NCRV, gaat eveneens over twee verslaggevers (Marc Klein Essink en Nelleke Zitman). Ze werken bij het weekblad De Ster, een periodiek op een vreemd soort kranteformaat, waar de wens om te scoren op de lezersmarkt af en toe in botsing komt met journalistiek-ethische beginselen. De hoofdredacteur, op zeer on-Nederlandse wijze gezeten achter een deur met een ruit waarop hoofdredactie staat, is een man die gehaaid uit zijn ogen tracht te kijken en opdrachten verstrekt in de trant van: “Als je 't nou een beetje opklopt, dan zou 't op de cover kunnen.” Of: “Kun jij die Russische olie wat opklooien? Voor de cover.” De acteurs spreken het woord cover consequent uit in correct Engels, in tegenstelling tot echte journalisten die allemaal gewoon kuvver zeggen.

Wie op dat soort slakken zout legt, is blijkbaar niet erg onder de indruk van de avonturen die de scenaristen (Jelte Rep en Felix Thijssen) hebben bedacht en de wijze waarop de regisseur (Bram van Erkel) dat in beeld heeft gebracht. In de aflevering die ik zag, was sprake van een nogal traag verlopende confrontatie met een ultra-rechts splinterpartijtje, waarin de verslaggevers zich hoogst onjournalistiek gedroegen: in plaats van vragen te stellen, liepen ze rond met een air van principiële anti-racisten, lokten dus ruzie uit en haalden niet één keer een notitieblokje of een cassetterecorder tevoorschijn. En toen ze niettemin dachten een onthullend verhaal in handen te hebben, werd dat te elfder ure door de in een gelambrizeerd vertrek gehuisveste directeur (Ton Lutz) uit de krant gehouden, omdat hij geen spreekbuis voor ultra-rechts wilde zijn. Tja.

Als die ene aflevering representatief was voor de hele dertiendelige serie - hetgeen ik niet kan beoordelen - is Coverstory geen hoogtepunt in de historie van het Nederlandse tv-drama. Iedereen heeft zichtbaar zijn best gedaan zo hardboiled mogelijk realistisch te doen, maar het blijft steken in een soort quasi-realisme tussen wal en sloot: de Amerikaanse wal en de Nederlandse sloot.